De grutto is al jaren rechtelijk beschermd, toch daalt de vogelstand
Welk landschap is het beschermen waard?
Weidevogelbeleid is te marginaal, slechts een ‘ecologisch stukje franje’

Eigenlijk zouden we met een gerust hart achterover moeten kunnen leunen. In het wild levende vogels hebben al lang rechten, op Europees en nationaal niveau. De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn van de Europese Unie vereisen al enkele decennia dat de lidstaten vogels beschermen. Daar is geen woord Frans bij: voor het behoud van alle vogelsoorten moeten leefgebieden in stand worden gehouden dan wel hersteld.

Het paradepaardje dat hieruit voortvloeide is Natura 2000, een netwerk van beschermde natuurgebieden in de lidstaten. Nederland heeft de bepalingen uit de EU-richtlijnen vastgelegd in de Wet natuurbescherming.
Tot zover het ambtelijke verhaal. De werkelijk­heid is zoals altijd een stuk weerbarstiger. Je kunt een vogel rechten geven, maar hoe zorg je dat die worden gerespecteerd? Neem de grutto. De stand van deze weidevogel daalt, al minstens zo lang als dat de Vogelrichtlijn bestaat.
Maar grutto’s zitten niet verontwaardigd te twitteren dat de weilanden te droog staan, dat hun nesten weer eens kapot zijn gemaaid, dat de kuikens te weinig insecten vinden, voor het zoveelste seizoen. Dat twitteren moeten wij, de mensen, voor ze doen, haaks op de druk van lobbygroepen die weinig belang hebben bij natuurbescherming. Soms, in het uiterste geval, spannen we een rechtszaak voor ze aan over de naleving van de wet; succes niet gegarandeerd. Dat EU-landen er overigens langer dan gepland over doen om Natura 2000-gebieden aan te wijzen, duidt er ook al op dat voorschriften en uitvoering twee verschillende werelden kunnen zijn.

Kaart van Nederland

In het verlengde van de wet doemt een meer existentiële kwestie op. De EU schrijft voor alle wilde vogelsoorten in Europa te beschermen. Alle vogelsoorten: dat lijkt een status quo te veronderstellen, een vastomlijnd landschap met flora en fauna dat in een bepaalde vorm is gegoten en intact kan blijven. Ook de filosofie van Bruno Latour, die niet-mensen een prominente plaats wil geven in het ‘parlement der dingen’, omarmt een kennelijke ordening in het hier en nu (lees ‘Oor aan het zeeoppervlak’, Noorderbreedte nummer 4/2020). De wereld zoals die bestaat, met het land, water en alle niet-menselijke organismen van dien, moet beter vertegenwoordigd worden.
Maar de wereld is in beweging. Dat was hij altijd en dat is hij nog steeds. Duizenden jaren geleden zag de kaart van Nederland er heel anders uit. In de tijd van de jager-verzamelaars was wat nu ons land is, grotendeels een veenmoeras. In de Romeinse tijd was het een natte wildernis, beschrijft onderzoeker Gerrit Gerritsen in zijn boek De hooivogel, waar het moet hebben gewemeld van de waterdieren en -vogels. Zat de grutto daar ook al bij? Vermoedelijk wel.

In recente eeuwen veranderde het landschap vooral onder invloed van ons mensen. Na de aanvankelijk kleinschalige landbouw en veehouderij ontwikkelden we na de Tweede Wereldoorlog een intensieve agrarische sector, waarbij bloem- en kruidenrijke akkertjes werden samengevoegd tot efficiënte ‘biljartlakens’ vol raaigras. Dat laatste bepaalt nu op de meeste plekken in Nederland de horizon. En we zijn langzamerhand gaan inzien dat we daarmee schade aanrichten, onder meer aan de grutto.
Toch dringt zich met de EU-voorschriften en het pleidooi van Latour de vraag op: welk landschap verdient het precies om te worden behouden? We bevinden ons op een overgang, van wat ooit was en bijna verdwenen is – kleine boerderijen met ruimte voor bloemen en grutto’s op de akkers – naar waar het dreigt te eindigen – industriële boerengrootmachten met monoculturen en hooguit foeragerende ganzen. Maar waarom zou het kleinschalige boerenland met zijn weidevogels meer waard zijn dan, zeg, het moeras van langer geleden, toen de menselijke hand nog minder grip had op de inrichting van het landschap en planten en dieren vanzelf meer ruimte hadden?

Madame Kipp

Grutto-onderzoeker Theunis Piersma heeft wel een antwoord op de vraag waarom de kleinschalige akkers ons zo goed passen. Willen we een rijk landschap combineren met productie, stelt hij, dan is dat de afgelopen eeuw goed gelukt. ‘Maar we zijn over de kop geslagen. De bodem is kapot en de biodiversiteit is verdwenen. We laten de natuurlijke processen niet meer voor ons werken, terwijl we dat jarenlang wel hebben gedaan. De productie was destijds weliswaar lager, maar nu is die alleen nog maar hoog omdat we aan het infuus liggen van kunstgrepen, van op aardolie gebaseerde chemie. Dat maakt ons kwetsbaar en het is slecht voor de gezondheid.’
Als hoogleraar trekvogelecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen doet Piersma sinds 2004 onderzoek naar de grutto. Zijn team volgt de ‘burgerlijke stand’ in onder meer Zuidwest-Friesland, inmiddels voor het zeventiende jaar op rij. Dat mag uitzonderlijk heten. ‘Ecologisch onderzoek in Nederland is vaak hapsnap, en dat is een probleem want alles is contextueel. Wat grutto’s overkomt hangt allemaal af van de omgeving. Dus heb je bij je onderzoek een lange adem nodig, want het ene jaar zie je vaak iets heel anders dan het andere.’ Toch is het besef dat langlopende metingen nodig zijn niet zo wijdverspreid, constateert Piersma. ‘Dat is een moeizame strijd.’

De vraag is, komt de grutto boven de andere stemmen uit?

Behalve met ringprogramma’s werken de RUG-onderzoekers met satellietzenders, waarmee ze sinds 2009 individuele vogels volgen. En dat bleek een gouden greep om de weidevogel in de belangstelling te houden. De verhalen van individuele grutto’s sloegen aan. Op globalflywaynetwork.org kun je trekroutes en locaties bekijken, bijvoorbeeld van Johan, Amanda of Madame Kipp. ‘Met individuele verhalen hebben we de grutto “geladen”’, zegt Piersma, zich aansluitend bij de woordkeuze van Sytze Pruiksma, de componist en vogelaar met wie de hoogleraar zich inzette voor het burgerinitiatief Kening fan ’e Greide, voor het behoud van de grutto en andere weide­vogels.

Beeldmerk van boerenland

De storytelling-aanpak werd zo een katalysator van aandacht voor de grutto, met als hoogtepunt zijn uitverkiezing tot Nationale Vogel. Want als je het aan Piersma vraagt, gebeurde dat niet in de laatste plaats dankzij de verhalen uit het RUG-onderzoek. ‘En ja, de grutto heeft natuurlijk van alles mee: hij is fysiek een mooie vogel, met een mooie kleur en lekker lange poten, en hij heeft een uitgesproken geluid. En dan staat hij ook nog voor een iconisch Nederlands landschap dat in alle musea hangt.’
Dat de grutto weet te mobiliseren, helpt eveneens om het verhaal van het boerenland te vertellen. Piersma: ‘Dat is niet gelukt bij de zwaluw of de veldleeuwerik, die een vergelijkbare rol zouden kunnen spelen maar nooit zo zijn geladen. De grutto is een soort beeldmerk geworden van de bescherming van het boerenland, zoals de reuzenpanda voor het Wereld Natuurfonds.’
Ultiem vertelt de grutto daarmee ‘ons’ verhaal. ‘Alles komt in de grutto samen: het landschap, de manier van boeren, de mensen, maar ook wat er in andere delen van de wereld gebeurt, klimaatverandering, kunstmest en gifstoffen. De grutto laat die verbinding fantastisch zien.’ Dat maakt de vogel tot onze raadgever, stelt Piersma. ‘We moeten toe naar een duurzame landbouw en melkveehouderij waarin we het ecologische wiel weer laten draaien, en ontspenen van onze verslavingen. We moeten onszelf redden. En daar krijgen we de grutto bij cadeau.’
Wie droomt van kleinschaligheid, van akkers met bloemen en vogels, klinkt ook als een romanticus die terug wil naar vroeger. Daarbij presenteert zich nog een overweging. Organisaties voor natuur- en landschapsbehoud zijn veelal opgericht in de eerste helft van de twintigste eeuw (voor de natuur moest het ergste toen overigens nog komen): Het Groninger Landschap, It Fryske Gea en Het Drentse Landschap bijvoorbeeld, allemaal in de jaren dertig. Misschien kleurt ook dat onze voorkeur, namelijk voor een landschap dat destijds in de verdrukking raakte en dat, zo vonden mensen toen, behouden moest worden. Komen onze huidige ideeën over een voorbeeldig landschap uit die beschermingshistorie voort?
Voor Piersma heeft zijn ideaal in ieder geval niets te maken met terug naar vroeger, zo verduidelijkt hij, integen­deel: het gaat om een heruitvinding van de manier van boeren. ‘Daar kan de grutto een geweldige rol in spelen. Hij is voor mij helemaal geen museumbeest. Juist het omgekeerde, een boodschapper in onze zoektocht naar een sustainable toekomst.’

Grutto versus andere stemmen

Dat het anders moet, lijkt de onontkoombare boodschap van onder meer de stikstofcrisis. Onderzoekers van Sovon concludeerden vorig jaar bovendien dat het decennialange weidevogelbeleid en agrarisch natuurbeheer niet helpen om de achteruitgang te keren. De maatregelen zijn te marginaal; kruiden- en bloemenstrookjes, later maaien en vochtiger weilanden hier en daar wegen niet op tegen negatieve invloeden van de intensieve land­bouw. Een ‘ecologisch stukje franje’, noemt Piersma het. ‘En dat is lang niet genoeg. In 2004 zat een derde van de grutto’s in intensief boerenland, nu is dat nog maar vijf procent. De grutto’s hebben al lang gestemd.’
Toch kom je bij het boodschappen doen geregeld koeien en grutto’s tegen, in het zuivelschap in de supermarkt. Piersma gelooft er nog niet in: ‘Vooralsnog is dat allemaal pure marketing. Ik wil pas een grutto op een pak melk zien als er een meting bij staat: “Deze melk is geproduceerd op een plek waar de grutto’s een populatiegroeisnelheid hebben groter dan één”. Dat getal snapt iedereen sinds corona.’
Alles bij elkaar geniet de grutto een aardige vertegenwoordiging in onze samenleving, maar de vraag is: komt hij boven andere stemmen uit? ‘Nee,’ zegt Piersma, ‘absoluut niet.’ Het lek zit ’m in het beleid. ‘Politici zeggen het een en doen het ander. Als puntje bij paaltje komt, buigt de minister voor de macht van Bayer/Monsanto, de havens van Rotterdam of voor Shell.’ Een conclusie die pijnlijk is om nog een reden. Luisteren naar de stem van dieren en het landschap is een mooi uitgangspunt, maar ook vrijblijvend zolang we niet de stap zetten om hun belangen daadwerkelijk te dienen.

Koning van de weide
De grutto is een langeafstandstrekker, die broedt in onze streken en overwintert in tropisch Afrika. Negentig procent van de broedvogels van Noordwest-Europa verblijft in Nederland. De grutto profiteerde van kleinschalig boeren­landschap, vooral zoals dat in de negentiende en twintigste eeuw in ons land voorkwam. Het gaf hem de status van oer-Nederlandse weidevogel.
Sinds de opmars van de intensieve landbouw en melkveehouderij gaat het in ons land slecht met de grutto, zo slecht dat experts verwachten dat onze populatie zal uitsterven. Zijn aantal neemt de afgelopen decennia met circa vijf procent per jaar af en is geslonken tot zo’n dertigduizend broedparen. Een schets van zijn lotgevallen in Nederland en in de overwinteringsgebieden verscheen dit jaar, geschreven door gruttokenner Gerrit Gerritsen (De hooivogel, uitgeverij Noordboek).