Zo’n 35 jaar geleden stond er in Beijum-Noord een nertsenfokkerij. Een grauw bouwval van een boerderij met een enorm stuk land eromheen. Marjan de Boer, medeoprichter en drijvende kracht achter stadstuin De Wiershoeck, laat me een zwart-wit foto zien van hoe zij het land aantrof in die tijd. De foto toont een onvruchtbare grond waar niks groeit.

De Wiershoeck begon als een initiatief van een groep vrienden die een kringloopboerderij wilde beginnen: een boerderij waar vrijwel alles van binnen het eigen terrein gebruikt wordt om de boerderij draaiende te houden. Marjan vertelt me dat hun initiatief in eerste instantie inhoudelijk gezien slaagde, maar dat het financieel niet uit kon om enkel een kringloopboerderij te zijn. Zodoende breidden ze het initiatief uit, en toverden ze de oude nertsenfokkerij geleidelijk om tot de kleurrijke stadstuin die nu in Beijum staat. Voor de laatste blog uit deze serie leidt Marjan mij er rond.

De kringloopboerderij – Beeld: Marjan de Boer

Leertuin

Her en der zijn mensen bezig in de tuin. De ziekenboeg voor zieke kippen krijgt een nieuw likje verf en verderop worden gebruiksvoorwerpen gemaakt uit hout van de eigen gekapte bomen. Binnen staan stellingkasten vol met gelabelde dozen. Nieuwsgierig kijk ik in een van de bakken waar ‘dahlia’ op staat, en zie een bult bruine bollen. Verder is de kamer geheel gevuld met lijnen waarop allerlei bloemen te drogen hangen.

‘Er is hier werk voor iedereen: met dieren, hout, bloemen, planten en aarde’, zegt Marjan. Ze vertelt dat de focus bij de Wiershoeck ligt op sociaal werk creëren. Het begon idealistisch, als een kringloopboerderij, maar om te blijven bestaan hadden ze financieel meer nodig. Ze oriënteerden zich op het groene aspect: duurzaamheid en stadsvergroening, maar later, zo vertelt Marjan, werden ze zich bewust van het sociale aspect van de stadstuin.

De Wiershoeck werd daardoor benoemd tot leertuin door de gemeente. Marjan noemt de activiteiten bij de Wiershoeck ‘alternatieve dienstverlening’. Ze bieden de gelegenheid voor mensen om elkaar te ontmoeten, om in de buitenlucht te werken en om hun eigen talenten te ontwikkelen bij de verschillende activiteiten die de stadsboerderij aanbiedt.

Ze benadrukt het belang van onder de mensen zijn en samen werken in en om de tuin. Een leertuin waar ieders kwaliteiten welkom zijn, biedt ruimte om te groeien.

De Wiershoeck heeft daarnaast bijzondere oude fruitboom- en plantensoorten die ze goed willen bewaren. Zo is deze plek een meersoortig toevluchtsoord voor mensen, kleine dieren en planten. Het samen verbouwen en onderhouden van de tuin is affectief en gefundeerd in zorg, liefde en aandacht.

Plantenliefde

Mijn bezoek aan De Wiershoeck was een persoonlijke ervaring van wat ik las in een van mijn favoriete artikelen. In Taking love seriously in human-plant relations in Mozambique beschrijft antropologe Julie Soleil Archambault haar observaties in volks- en privétuinen in Inhambane, Mozambique. Daarin beargumenteert zij dat de opvatting van een van haar gesprekspartners ‘mijn planten zijn mijn geliefden’ serieus genomen moet worden.

Deze opvatting druist in tegen de algemeen geaccepteerde opvatting dat mensen niet in staat zijn tot liefdesrelaties met planten. Echter beschrijft Archambault tuinieren als een manier om affectieve ontmoetingen te ervaren. Affectief van het Engelse woord affective betekent hierin zowel ‘gedreven door liefde’ als ‘ met de kracht tot beïnvloeding’. Tuinieren is daarmee volgens Archambault een affectieve ontmoeting tussen een tuinder en de tuin. Een waarvan ik denk dat we iets kunnen leren. Want wat je oefent, groeit. Misschien, als we oefenen in affectiviteit met planten, kunnen we ook in andere relaties meer affectie tonen.

Ze stelt verder dat net als bij het onderhouden van een menselijke liefdesrelatie het groeien van bloemen en planten tijd, aandacht en affectie vereist. De planten geven daarvoor hun schoonheid en groei terug. De mensen waarmee ze spreekt in haar artikel tuinieren zonder externe motieven, zoals telen voor financiële of medicinale doeleinden. Integendeel, de tuinders vinden planten mooi en voelen dat de liefde die ze stoppen in het tuinieren wederkerig is.

De Wiershoeck biedt evenzo een mogelijkheid tot ontmoeting, zowel tussen mensen als tussen mensen, planten en dieren. Of je nou wilt leren houtbewerken, insectenspotten, bloemschikken of bloemen wilt telen, de aandacht en verbintenis met je omgeving die gepaard gaat met deze activiteiten bieden mogelijkheid tot authentiek affectieve relaties en ontmoetingen. Archambault noemt zulke plekken ‘bloeiruimten’: plekken waar mensen samen komen om anderen, van buiten hun reguliere bubbels, te ontmoeten en van elkaar te leren.

‘Het blijft aanmodderen’

Als stads- en leertuin is De Wiershoeck een belichaming van de boodschap van Archambault, ze beoefenen daar zorg en affectie met medemens en omgeving. ‘Het blijft aanmodderen met de menselijke soort’, stelt een van de frequente bezoekers. Het cultiveren van affectie voor de natuurlijke omgeving is een langzaam proces dat nog niet door iedereen gedeeld wordt. Ik zie het echter graag zo, want aanmodderen hoeft niet iets negatiefs te impliceren, in tegendeel. Het leidt volgens mij tot meer aandacht. Als je ‘aanmoddert’, heb je namelijk geen vooropgezet plan. Dat geeft ruimte voor spontane ontmoetingen en meer bewustwording voor de omgeving.

Tijdens het schrijven van deze serie heb ik geprobeerd aan te modderen. Tuinieren en leren over tuinieren is voor mij een intrinsiek gemotiveerde bezigheid geworden waar ik veel geluk uit haal. Door meer in tuinen te zijn ging ik planten zien als individuen. Als wezens op zichzelf waar je persoonlijke relaties mee opbouwt en niet als een homogene bonte massa die soms lekker ruikt en vooral veel onderhoudt vereist. Hierdoor voel ik me meer verbonden met mijn omgeving, dat doet me goed en ik verwacht dat velen met mij er baat bij zouden hebben. Niet alleen in het platteland, maar ook juist in de stad.

Lees hier alle blogs van Robin over stadstuinieren.

Trefwoorden