Van de duizenden foto’s die mensen hebben ingestuurd voor de Friese, Drentse en Groninger Scheurkalender is een aantal met een Noorderlicht-predicaat onderscheiden. Die beelden bevallen de mensen van Noorderlicht, de organisatie die internationale fotomanifestaties cureert. Zo’n stempel van professionals is natuurlijk een prachtige bekroning. Wij van Noorderbreedte kijken anders. Ons interesseert vooral wat de inzenders op de foto hebben gezet. Wat beweegt mensen?


‘De beelden zijn wel heel verschillend’, begint Mark Sekuur aarzelend als de eerste twaalf beelden op tafel liggen. De bekroonde inzendingen van Drenthe laten veel natuur zien. Paarse hei, een Schotse hooglander, berken in het moeras. Bijna geen bos opvallend genoeg. ‘Waar ik nieuwsgierig naar ben: Is dit nou Drenthe?’, vraagt Friezin Sandra van Assen. Rieja Raven kan dat weten, ze is geboren en getogen in Drenthe. Ze antwoordt voorzichtig. ‘Het komt misschien een beetje stereotype over met die hei en schapen, maar bij de ijsbeer moest ik toch echt even stilstaan voor ik me bedacht ‘o ja, Wildlands.’’ Leonie Wendker, ook een Drent: ‘Zijn het wel landschappen eigenlijk? Ik zie vooral objecten met op de achtergrond natuur.’ Inderdaad deze fotografen houden van landmarks. Een grote stoel, een cirkel met oeroude keien, een markante boom, een wildzit. ‘Weinig mensen hebben echt uitgezoomd’, valt Leonie op. Maar volgens Sandra kan dat ook juist een goede manier van vastleggen zijn, door de complementariteit van dingen: ‘Je ziet het landschap beter door een object erin te plaatsen wat er niet bij hoort.’.

Bij de Friese foto’s helpt Sandra van Assen het team meer de diepte in. ‘Ik heb eens geprobeerd te zien welke waarden ik herken in deze twaalf beelden.’ De dijk en wadbeelden gaan over wijdsheid en openheid. Die wadcultuur spreekt Sandra zeer aan. Ook in Drenthe viel ze voor de zwemmers in het Nije Hemelriek, maar dat is ook niet gek want ze heeft een cultuurhistorische analyse gemaakt over Friese badcultuur. Onze teamleden krijgen bij deze beelden een Fries gevoel. ‘In elke foto een stukje Friesland.’ Wat dat dan is? Renpaarden dragen daaraan bij, een fierljepper, een kerktoren, stoere mannen die op een historisch schip staan te bomen. Op de bekroonde Friese beelden staan meer mensen, valt Leonie Wendker op. En ze zijn, meer dan in andere provincies, ergens mee bezig: wadlopen, fierljeppen, bootje varen, wandelen.

Soms is het beeld wat nostalgisch, zoals een kind dat een kalf streelt. Maar de beelden gaan ook over eenzaamheid, heden en verleden, spanningen tussen klein en groot en de strijd tegen de elementen. Het zijn heel verscheiden beelden, en toch geeft het een goede indruk van Friesland, beaamt Rieja Raven. 

Het Groningse dozijn is duidelijk anders. Wat zien we hier eigenlijk? Er dringen zich gevoelens op. Een oud vispaviljoen op een pier, bijna vervallen met een bordje ‘gesloten’. Is het in Delfzijl? Je wordt er haast verdrietig maar het raakt ook een ander register. ‘Mooi dat mensen daar de schoonheid van zien.’ Andere beelden maken je vrolijk. Mensen staan mal te springen op een dijk, ze fietsen al hoornblazend rond of staan hoog op een ladder een muur te beschilderen. Deze foto’s lijken minder nostalgisch. Waar Drenthe en Friesland vooral in plattelandsopnamen werden gevat, komt hier de bebouwde omgeving meer in beeld, een cultuurlandschap. Ons team ziet meer complexiteit in de beelden, een verdere gelaagdheid. De DUO-gebouwen, bijna futuristisch mede door de kleur weg te laten. De martinitoren gevangen  in spiegelend glas van het Forum. ‘Mooi dat mensen de stad ook als landschap zien’, vindt Sandra van Assen. Maar echt niet alleen de stad: we zien het historisch centrum van Appingedam, verstild bij nacht, en een serie schuurdeuren waar je naar blijft kijken. 

Het puzzelt ons: waarom sturen Groningers meer foto’s in van een bebouwde omgeving? Kijken ze anders dan Drenten en Friezen? Heeft het te maken met een voorkeur van de Noorderlicht-jury? Of stuiten we hier op het fenomeen waar Dien Wiersma onlangs aandacht voor vroeg in een blog met de titel ‘Welke prijs reik jij uit?’ Zij beschreef hoe de Friese architectuurprijs wordt uitgereikt aan bescheiden gebouwen die opgaan in de ruimte, waar Groningse architectuurprijzen zich richten op de stad en iconische gebouwen. En Drenthe vooral moderne woonhuizen op het platteland een architectuurprijs uitreikt. Wat zeggen die architectuurprijzen eigenlijk, wil Dien Wiersma weten. Ze gaan naar nieuwe gebouwen, maar de kwaliteit van gebouwen blijkt vaak pas na verloop van jaren. En de prijzen worden uitgereikt door vakgenoten. Maar wat doen gebouwen voor burgers?

Bente van Leeuwen, stadjer, overziet ons gesprek vanuit haar ouderlijke woning in Zuid-Drenthe en vindt het ook best lastig om uit deze drie reeksen van twaalf een eigen regionale identiteit te destilleren. ‘Maar’, zegt ze, ‘in de kalender vind je elke dag een nieuwe foto. Door dat grote aantal beelden geeft dat geheel weldegelijk een goede indruk van het Drentse, Friese of Groningse gevoel. Dat maakt ze juist zo leuk.’



Bestel je eigen scheurkalender hier op onze site. Abonnees van Noorderbreedte krijgen twee euro korting en hoeven geen porto-kosten te betalen.

Het Noorderbreedte-team dat de bekroonde foto’s van 2021 beschouwde bestond uit:
Sandra van Assen, stedenbouwer
Bente van Leeuwen, filosoof 
Rieja Raven, landschapshistorica 
Mark Sekuur, sociaal ruimtelijk onderzoeker
Dien Wiersma, ruimtelijk ontwerper 
Leonie Wendker, architectuurhistorica 

Noorderbreedte is partner van de Scheurkalenders. Net als Noorderlicht, de internationale fotomanifestatie.