Bert de Jong reageert in dit stuk op ‘groene’ toukomstplannen van vrijdenkers. Wil jij het langste bos van Nederland in Groningen planten? Mail naar vrijetoukomst@noorderbreedte.nl of tweet met #vrijetoukomst. Bert de Jong  is journalist en onderzoekt voor Noorderbreedte de staat van het landschap in Noord-Nederland. 

Op andermans land is het gemakkelijk het Groninger land een ander aanzien te geven met meer bomen. Met grote halen wordt losgewrikt van wat in vorige eeuwen door noest mensenwerk is gemaakt. Om Groningen voor de toekomst echter vitaal te laten zijn moeten de Groningers zelf aan de slag, met bomen op hun eigen erf. Geef ieder van de 586.061 inwoners bomen of heesters om deze te planten voor de toekomst. Zo gaan mensen hun leven lang van bomen en van het Groninger land houden.

Een plan voor het langste bos van Nederland in Groningen is in ieder geval iconisch en het planten van 1 miljoen bomen in zo’n bos levert zeker een bijdrage aan de reductie van CO2. Maar zo’n bos, groter dan de Veluwe is vooral voor de Groningers en niet in de eerste plaats van de Groningers. Grote zorg is het beheer ervan, want van wie is het bos?  

Een echte investering in de toekomst is om Groningers zelf bomen op hun erf of land te laten planten die ze ook zelf beheren. Zo vormen honderdduizenden bomen en heesters een gemakkelijke uitbreiding van de huidige 7100 hectare bos in de provincie. De stad Groningen heeft al een start gemaakt met 30.000 bomen voor huizenbezitters. Het besef dat eigen bomen ook mooi kunnen zijn en nut kunnen hebben is bij menigeen verdwenen. Het is beter de Groningers te leren op eigen erf de lusten van bomen te proeven. Een betere wereld begint bij jezelf.   

Van oudsher helpt een boom vaak de mens. Daarom zijn er heel wat eiken uit het landschap gerukt om daarna een eeuwigheid als het bintwerk voor trotse herenhuizen of machtige boerenschuren te dienen. Door oogst uit de nabije natuur is gebouwd, zijn met stammetjes paden door het drassige veen gelegd of heeft de kachel kunnen branden. Telkens hebben ter vervanging nieuwe bomen kunnen groeien.

De mens heeft vroeger geleerd deze landschapselementen ten volle te benutten. Bomen op een boerenerf hebben allemaal een functie. De hoge sterke essen en iepen als een windsingel ter bescherming van de boerderij, een fruitgaard voor oogst van appels, peren en pruimen en een notenboom om lastige vliegen op afstand te houden. 

Het schort tegenwoordig in zijn algemeenheid bij boeren, burgers en buitenlui aan kennis over landschapselementen en over technieken voor het beheer ervan. Prikkeldraad als veekering heeft houtwallen en heggen overbodig gemaakt. Het geriefhout komt uit de bouwmarkten en niet uit het bos. Het opnieuw kunnen oogsten van bomen is ook een les.

Veel cultuurhistorisch groen is onderhand gesneuveld. In een rationele afweging van nut en kosten zijn karakteristieke elzensingels en houtwallen ten offer gevallen, al houdt een subsidie voor beheer heel wat boeren nog tot vriend van deze landschapselementen. De bloeiende en heerlijk geurende meidoornhagen langs het akkerland worden ook gemist. Al die verschillende heesters trekken vogels en insecten en zijn goed voor de biodiversiteit. Het leven op het platteland wordt zoveel rijker. Natuur is zo ook een metgezel voor boeren, burgers en buitenlui. 

Wat moet blijven is het Groninger land met de weidse vergezichten, nergens zo mooi zijn ze als hier. Aan de horizon staan bomen langs rechte wegen die de rijke kleigronden toegankelijk maken. Het lijkt land met niks, maar schijn bedriegt. De boerenerven met bomen vormen parels in de zee van landschappelijke ruimte. 

Goed beschouwd heeft een groot deel van het Groninger land de definitie van agrarisch productielandschap. Deze zakelijke definitie verhult de schoonheid van het zo kenmerkende dijken- en wierdenlandschap. In een poëtische bui is het weidse vlakke land met enkel boerenerven wel een sterrenhemel genoemd. Verdraaid, het klopt.

De enkele bomen die het Groninger landschap hier rijk is, zijn van veel grotere waarde dan een heel groot bos. Hier zijn de bomen de stoffering van het landschap. Van verre zijn ze een merkteken aan de kim. Het goede zit in Groningen niet in een miljoen bomen die een groot bos vormen, het zit in de macht van een enkele boom of van een bomenrij die van verre soms in de lucht mag zweven.