De Friese Milieu Federatie en het Landschapsbeheer Friesland begonnen in 2014 met het project Shared Grien Space. Bewoners in Hemelum, Sneek, Tzum, Minnertsga en Kimswerd deden mee. Het is ook de tijdsgeest dat actieve bewoners de handen ineenslaan om gezamenlijk te zorgen voor gemeenschapstaken.

Het is een tijd geworden waarin het niet langer volstaat om verlanglijstjes in te leveren bij de overheid. De vraag is ook: van wie is eigenlijk die openbare ruimte? Het is een vraag die voorbij eigendomsverhoudingen gaat. Er is moed en doorzettingsvermogen van bewoners voor nodig om de invulling van bijvoorbeeld een dorpstuin of wijkpark zelf op zich te nemen. Wat bezielt deze mensen en waar lopen ze tegenaan in dit proces?

Inspiratie uit het verkeer

Inspiratiebron van het project Shared Grien Space was het verkeerskundige begrip Shared Space. Inmiddels kom je ze overal tegen, verkeerssituaties waar niet meteen duidelijk is wie er voorrang heeft, waar je moet rijden, mag fietsen of lopen. En er zijn geen verkeersborden als houvast voor jouw rechten. Dit alles vanuit de praktische filosofie dat de straat van iedereen is en we dus rekening met elkaar moeten houden. In de aanloop naar een dergelijk ontwerp wordt vooral naar de gebruikers geluisterd en samen met hen gewerkt aan een inrichtingsplan. Waarbij nadrukkelijk oog is voor de onderliggende factoren die maken dat een situatie als min of meer problematisch wordt ervaren. Daarmee wordt een veelal veiligere verkeerssituatie en aantrekkelijker straatbeeld gecreëerd.

Sterke motivatie om iets te doen

In alle gevallen van de bewoners die zich gingen bezighouden met Shared Grien Spaces was er sprake van een probleem of een gemis én een sterke motivatie iets te doen met een verwaarloosd terrein. In Kimswerd was het de ravage na een fikse houtkap in het ruilverkavelingsbos van Natuurmonumenten. Dat deed Plaatselijk Belang beseffen meer zeggenschap te willen over het beheer en de inrichting van het bos.

Dorpsbelang Hemelum keek al jaren tegen het agendapunt ‘verwaarloosd gemeente parkje’ aan. Er moest een drastische keuze worden gemaakt. Schrappen we het aandachtspunt en laten we het gebiedje verder verwilderen of zetten we ons er werkelijk voor in? In Tzum en Minnertsga stonden op de agenda van Plaatselijk Belang: de beoogde bouwkavels en twee braakliggende terreintjes van Wonen Noordwest Friesland die dankzij de crises nog jaren onbenut zouden blijven. In Sneek was het een bezorgde ouder die meer speelgelegenheid wilde voor haar kinderen en in het zwaar verwaarloosde, natte en sterk vervuilde Flach-terrein, het binnenterrein van een voormalig drukkerij, een kans zag.

Sneek: doorgaan bij tegenslag

Een nachtje kamperen in de eigen buurttuin. Een feestlocatie voor mensen uit de binnenstad van Sneek. Een schoolklas die hier de lunchpauze benut om te spelen én zelfs een schoolreisje dat hier naartoe gaat. Het gebeurt allemaal op De Groene Flach. En wat te denken van een djembé-sessie in het groen of een workshop in het maken van een insectenhotel. Dit gebied nodigt uit tot onverwachte creativiteit. En iedereen laat het weer netjes achter, zich heel bewust van alle zorg die aan dit terrein wordt besteed.

Achter de drukke Leeuwarderweg is een buurtboomgaard ontstaan, door gezamenlijk inspanning van omwonenden. Ondanks alle tegenslag, waaronder een onverwachte asbestsanering met alle (politieke) gedoe van dien. De buurt ondervond veel steun van de Koninklijke Nederlandsche Heidemaatschappij (KNHM). Ze kregen van deze partij advies op financieel, juridisch en milieutechnisch gebied. Uiteindelijk heeft de gemeente de grond gekocht en liggen er nu goede beheerafspraken met de stichting De Groene Flach.

Het is heel belangrijk dat een of meerdere personen zijn die vasthoudend blijven geloven in hun idealen. Die kansen zien en anderen weten te motiveren daar iets mee te doen. Gevraagd naar de bezieling van de initiatiefnemers in Sneek om zich zo sterk te maken voor dit gebied, luidt steevast het antwoord: ‘We willen dit terrein aantrekkelijker en mooier maken voor ons allen, het dorp of de buurt.’ Kennelijk is zo’n visie, groter dan het particuliere eigenbelang, sterk genoeg om door te gaan, ook en juist bij tegenslagen. Want die waren er natuurlijk in ruime mate.

Kimswerd: zoeken naar mogelijkheden

‘Met elkaar zoeken naar mogelijkheden, dan kun je meer dan je denkt’, zijn de woorden van de initiatiefnemers van het Kimster Bosk. Zo werd het lokale loonbedrijf direct ingeschakeld voor een grote tank met water. Dat was nodig om de fruitbomen te redden die in een hele droge zomer waren geplant. Natuurmonumenten is er blij mee, hoewel het voor de beheerder ook een nieuw avontuur was. Hij staat nu meer aan de zijlijn, in zijn eigen gebied.

Maar er is in de loop van de jaren over en weer een groot vertrouwen gegroeid. Dorpsbewoners gaan samen met de beheerder op inspectie om de benodigde werkzaamheden te plannen. Natuurmonumenten zorgt voor de grote ingrepen, zoals het kappen van bomen. Een enthousiaste ploeg dorpsbewoners zorgt voor de verdere verwerking van het hout. Zo staat er robuust zitmeubilair van eigen makelij, naast een rustgebied voor reeën en een kabouterbosje.

In de (aan)loop van een dergelijk project werd altijd gewerkt met een kerngroep van betrokken burgers, omwonenden of leden van Plaatselijk Belang. Mensen die zich voor langere tijd wilden verbinden aan de planvorming en realisatie van de buurttuin, het wijkparkje of dorpsbosje. Mensen die ook bereid waren in die samenwerking elkaar de ruimte te geven, zodat ieder haar eigen specifieke deskundigheid kon inzetten. En toch samen de schouders eronder blijven zetten als iemand eens even een mindere periode heeft. Alsook mensen die kansen zien om andere omwonenden en organisaties of bedrijven in te schakelen bij de voortgang en uitvoering.

Tzum: er is altijd geld te vinden

In Tzum is het voormalig kaatsveld omgetoverd tot een populaire speelplek in het groen. Een glijbaan, schommels in de royale zandbak, een kabelbaan is druk in gebruik. De wat oudere jeugd deelt geregeld hun ballenkooi met cliënten van een zorgboerderij. En ’s avonds hebben jongeren hier een mooie plek om te verblijven. It Nije Fertier is als speelpark is een ontmoetingsplek voor velen.

De werkgroep won het vertrouwen van Wonen Noordwest Friesland. De economische crises strooide roet in het eten van de woningstichting die uiteindelijk het tijdelijke schapenweitje voor tien jaar heeft overgedragen aan het dorp. De dorpelingen wisten slim om te gaan met financiën: de houtopbrengst van de gekapte bomen kwam terug naar het parkje, het Iepenfonds leverde een aantal bomen vanuit hun herplantplan en het Wetterskip, verantwoordelijk voor de vaart die langs het park loopt, leverde vele diepladers grond. Voor de realisatie van ideeën is altijd wel geld te vinden.

Diversiteit en kleinschaligheid kenmerken uiteindelijk het resultaat van deze, door het dorp of de buurt opgezette, parkjes in het groen. Een opwaardering van de kwaliteit van de buurt, door bijvoorbeeld een bloemrijke oase in een achterafhoekje. Onverwachte combinaties van groente- en kruidentuintjes met creatieve speelgelegenheden voor kinderen. Robuust buitenmeubilair op verrassende plaatsen. Op vaste tijden is een gezellige groep vrijwilligers in actie met het reguliere onderhoud. Trotse buurtbewoners zijn in gesprek over hun tuin, park, bos.

Hemelum: niet alleen doen

De Kloostertuin in Hemelum is recent opgenomen in een heuse pelgrimsroute, het St. Odulphuspad. De kroon op het werk van de initiatiefgroep natuurlijk. Omsloten door de tuinen van omwonenden is er een stiltegebied ontstaan, met schooltuintjes, kruiden, verfplanten en eetbare gewassen. Alle buren hebben hun eigen vorm gevonden om dit verlengde stukje van hun achtertuin in te richten. Zo werden er struiken met rozenbottels voor jam maken geplant, een insectenhotel opgehangen, prachtige muurtjes gemetseld en de eigen tuin opengegooid om een directe verbinding te maken.

De rol van de dorpencoördinator was onmisbaar in dit project. Hij wees hen op de mogelijkheid om financiering te regelen via het project Shared Grien Space. Met de gemeente is twee keer per jaar overleg over een extra inzet van menskracht en materieel. ‘We kunnen en willen dit niet alleen op onze schouders laten rusten.’ Ooit brachten ze een appeltaart naar de gemeentelijke groenafdeling. Die kortgeleden nog weer overtollig plantgoed kwam brengen. Ook zijn ze blij met de medewerkers van Empatec, die ze af en toe verwenden met een ijsje of limonade.

De meerwaarde van deze beweging, noem het de democratisering van de openbare-groene ruimte, mag inmiddels duidelijk zijn. Bewoners die trots zijn op hun eigen buurt, een aantrekkelijke woonomgeving met oog voor natuurwaarden. Waarvoor ze door dik en dun hun inzet leveren en anderen in weten mee te nemen. Een dergelijke beweging vraagt uiteraard ook moed en persoonlijke betrokkenheid van de grondeigenaren. Bestuurders en professionals van natuurorganisaties, woningbouwverenigingen en bedrijven naast gemeentelijke organisaties zullen ruimte moeten geven aan het onbekende en niet op voorhand al willen weten welke kant het uitgaat.

Minnertsga: iedereen wordt nieuwsgierig

In Minnertsga is de laatste paar jaar een vruchtbare oase ontstaan: een gemeenschappelijk dorpsparkje aangeplant met louter eetbare gewassen, bomen en struiken. Wat betreft de groencommissie wordt het een groentetuin voor het hele dorp. Maar zover is het nog niet voor sommigen is het vooralsnog een ‘ruche bende’.

De grond is eigendom van Wonen Noordwest Friesland die er vanwege de krimp in het dorp een aantal huizen heeft gesloopt, zonder dat er kans was op herbouw. Een Groen Commissie ging er met plannen aan de slag en de gemeente en Waddenfonds betaalden mee aan de realisatie.

Vrijwilligers investeerden veel extra’s in de vorm van grondverzet, extra fruitbomen, bessenstruiken en wilde plantenmengsels voor het insectenleven. Ze maaien wekelijks de randen en houden het schelpenpad vrij van het oprukkende gewas. Viooltjes en de koekoeksbloemen laten ze staan omwille van de biodiversiteit. Toch is het geregeld onderhoud in de plannen onderschat.

Het welig tierende koolzaad, de haagwinde en de zuring moeten flink worden ingetoomd. Al klagen sommige buren nog wel eens over dit nieuwe uitzicht, langzaam maar zeker wordt iedereen toch wel nieuwsgierig naar de ontwikkeling van dit gezamenlijke groen. En zijn ze bereid een handje uit te steken.

Eindproduct is nooit af

Per keer wordt er maatwerk geleverd en dat past niet altijd even gemakkelijk in de gereguleerde systemen van grote organisaties. ‘Ga op je handen zitten’, ‘wees flexibel’ en ‘geef condities, geen definities’, zijn de lessen die het Kenniscentrum Shared Space deelt met verkeerskundigen. En die ook hier van toepassingen zijn waar het gaat om een gedeelde groene ruimte te creëren. Immers het eindproduct is nooit af.

Problemen met wateroverlast of droogte vragen telkens opnieuw aandacht. Vrijwilligers die stoppen of niet te vinden zijn maken dat het werk blijft liggen.  Of juist weer wordt opgepakt door nieuwe mensen met andere kwaliteiten en bijpassende ideeën. Dat vraagt geregelde omzetten van plannen en voornemens voor alle betrokkenen. En een flexibiliteit dus in je organisatie, om te kunnen meebewegen met de vaak verrassende dynamiek van het geheel.

En tegelijkertijd kan een dergelijk proces natuurlijk niet zonder goede afspraken over en weer. De deskundigen mogen zich hier opstellen in de rol van facilitator en procesbewaker, de bewoners ondersteunen in het mee mogelijk maken van hun wensen. Zeker in de aanloop neemt deze planvorming vaak meer tijd dan gewoonlijk. Wat zich later gemakkelijk terugverdient in de uitvoering, omdat het een plan is waar de bewoners achter staan, belang bij hebben en zich voor in willen zetten.

‘Iedereen vindt er wel iets van’, aldus een van de omwonenden. En laat dat nu net een hele goede ingang zijn voor Shared Grien Space. Wanneer dit ‘gemopper’ van omwonenden effectief wordt omgezet in een gezamenlijke zorg en betrokkenheid voor (semi) openbare ruimtes. En er van onderop een waardevolle bijdrage wordt geleverd aan de leefbaarheid. 

Kijk op https://www.fmf.frl/project/shared-grien-space/ voor meer achtergrondverhalen over de vijf proefprojecten.