Over de toekomst van Groningers zijn bijna 900 verschillende plannen gepost op de website Toukomst, een initiatief van de overheid om met bewoners samen de toekomst van Groningen beter te maken. Tijdschrift Noorderbreedte en Studio MARCHA! kennen het aardbevingsgebied van haver tot gort. Noorderbreedte schrijft en verbeeldt in haar tijdschrift al 44 jaar hoe Noord Nederlanders in hun omgeving leven – een relatie die Studio MARCHA! onderzoekt. Wij zijn kritisch en onafhankelijk, maar onze loyaliteit ligt bij de bewoners. In dit essay buigen we ons over de vraag: wat gaat de Groningers werkelijk vooruit helpen? We hebben het geschreven maar niet allemaal zelf bedacht: dat deden we met Groningers – uiteraard. (Onder dit artikel lees je hoe we dat aanpakten) 

1. Gedroomd Groningen

Waar ligt een mooie toekomst voor Groningen? In dromen kun je achter de horizon reiken. Maar dromen terwijl je wakker bent; dat is best lastig. Hieronder volgt een recept voor lezers die een kleine handreiking zoeken:

Neem de tijd, kies een horizon ver weg. Laat vervolgens één voor één de gedachten toe. 

Haal alle richtlijnen, regie-aanwijzingen, verbindingen met ‘geld’, ‘vergunning’ of werkelijkheidszin die in je hoofd opkomen door. Zet er een dikke streep doorheen. 

Laat je gedachten stromen. En kijk wat er komt.

Groningers zijn nuchter, die dromen niet zo snel. Toch heeft Toukomst bijna 900 toekomstplannen ‘gevangen’. Dat is een geweldige oogst gezien het immense wantrouwen tegen de overheid die Toukomst in het leven riep. Vele Groningers hebben zich laten verleiden om ‘vrij’ mee te denken over hun eigen toekomst. 

Dus.

We hebben nu heel veel ideeën om Groningen vooruit te helpen. Plannen waarvoor gewoon ‘nooit eerder geld was’, ‘ideeën die nog geen plek hebben in overheidsplannen’, of ‘eigenzinnige dromen’ (zo staat in de oproep op de website). Alle 900 zijn ingediend door betrokken bewoners, onder woorden gebracht en toevertrouwd aan de Toukomst-site. Er is 100 miljoen euro om deze ideeën werkelijkheid te laten worden. Hoe verder?

Zachtjes gaat de deur van de kamer waar je ligt te dromen open. Een vriendelijke huisgenoot komt binnen en schuift het gordijn een stukje open, zet een kopje thee naast je. Open en ontvankelijk voor de nieuwe dag begin je te vertellen over je droom. Wanneer je goed op gang bent met je verhaal doet hij de gordijnen helemaal open. 

Aaaghh, al dat licht, dat is even wennen.

Maar je merkt dat je ook bij daglicht enthousiast bent over dat toekomstbeeld. Je voelt dat het ook bij je huisgenoot iets raakt. Daarom vertel je verder. 

Droom samen en zet iets in beweging. Droom mee! 

2. Wat vooraf ging

Groningen onderging haar lot als ‘aardgas regio’ decennialang vrij rustig. Bescheiden haast – of zelfs dociel? De bodem zakte, maar zolang er banen kwamen, boeren hun grond verpachten aan de gasboorders, de NAM, waterschappen en gemeenten betaalde voor nieuwe kades en gemalen, en er voor miljarden aan opbrengst naar de staatskas vloeide, maakten de bewoners daar weinig problemen over. Tot de aarde ging beven en de veiligheid van bewoners in het geding kwam. Toen veranderde alles. 

Een huis is als een tweede lichaam. Het is een plek waar je zelf over gaat; die ligt binnen je cirkel van invloed. Na de grote beving van 2012 pakten de NAM en overheden het stuur over. Zij gingen uitrekenen of je huis veilig was – en daarna zouden ze dan de schade vergoeden. Maar elk half jaar kwamen er nieuwe richtlijnen en kon je huis opschuiven van ‘onveilig’ naar ‘veilig’, ergens daar tussenin of weer terug. Met alle onzekerheid en grote financiële gevolgen vandien voor de bewoners en hun portemonnee. In hun benadering en manier van opereren van NAM en overheden is de menselijkheid ver zoek geraakt. Naast alle onzekerheid en financiële schade heeft die benadering veel Groningers diep gekwetst.

Een huis staat niet op zichzelf; het is deel van de omgeving. Om ieder mens kun je zo een cirkel van betrokkenheid trekken. Landschap, dialect, architectuur, bakstenen en muziek bepalen mede wie je bent. Dat gaat heel ver: zelfs het geluid dat je maakt als je niest is cultureel bepaald! Ten gevolge van de versterkingsoperatie veranderen dorp en landschap in één decennium waar eerder een halve eeuw voor nodig was. Hoe kun je als bewoner in vredesnaam verbinding houden met je eigen huis en leefomgeving als die zo snel veranderen? Overheden hebben met hun reacties op de aardbevingen dat nog moeilijker gemaakt doordat ze letterlijk de zeggenschap van bewoners over eigen huis én leefomgeving uit handen hebben getrokken.

Toukomst

Dat brengt ons bij het Nationaal Programma Groningen (NPG). Dit overheidsorgaan investeert tot 2030 extra in economie, leefomgeving, banen, onderwijs, natuur en klimaat in het aardbevingsgebied. Via dit ‘hulpprogramma’ vloeit er 1,15 miljard euro terug naar het aardgasgebied. Dat bedrag komt bovenop het herstel van schade, het herbouwen van dorpen, de vraag of je de nieuwe huizen langs dezelfde straat bouwt, of je er evenveel nodig hebt, of je ze kleiner of groter maakt, van baksteen bouwt of duurzamer bouwmateriaal etc. Evenmin gaat het over ‘normale’ overheidstaken (van gemeenten, provincies, rijk en waterschappen) zoals het verbeteren van de zeewering, het omschakelen naar duurzame energie, herstel van de natuur, upgraden van onderwijs, vernieuwen van de zorg en verduurzamen van de landbouw. 

Toukomst is onderdeel van het NPG. Toukomst is erop gericht om plannen, ideeën en dromen van Groningers op te halen en te helpen realiseren. Daar is 100 miljoen (van de totale pot met 1,15 miljard) voor uitgetrokken. In verband met de begrijpelijke en overheersende ‘overheids-aversie’ van veel inwoners is ervoor gekozen Toukomst los te koppelen van het NPG. Landschapsarchitect Adriaan Geuze en zijn bureau West 8 voeren het zelfstandig uit. In een interview met Noorderbreedte (december 2019) deed hij een hartstochtelijke oproep: stop met top-down toekomstplannen. De door bewoners ingediende plannen, ideeën, dromen en wensen zijn dan ook leidend. Daarna volgt een drietrapsraket: 1) West 8 brengt indieners bij elkaar en samen bundelen ze de plannen zodat er grotere programma’s ontstaan. Bijvoorbeeld: een dorpsbos en boomwallen worden gebundeld tot een breder plan voor een groener Groningen. 2) Een bewonerspanel bepaalt waar de 100 miljoen in geïnvesteerd wordt. 3) West8 tekent een brede toekomstvisie. Dit stuk, dat op de bewoners input is gebaseerd, dient als basis voor alle gemeentelijke en provinciale plannen.

3. Kernwaarden

Hoe kies je wat de meeste vooruitgang kan opleveren? Noorderbreedte en Studio MARCHA! hebben in brede kring gezocht naar kernwaarden waarop deze belangrijke afwegingen kunnen steunen. De kernwaarden die we hieronder presenteren zijn voor Groningen essentieel. Ze aarden in het verleden, refereren aan het heden en bieden ankers voor de toekomst.

Vrij&open

Op de eerste plaats staat vrij&open. Dat gaat over de drang van mensen om op hun eigen manier te leven. Gelukkig is er in het Ommeland ruimte en is het eigen erf – de plek waar geen vreemde ogen meekijken – ook ruim. Voeg daarbij het landschap met de uitgestrekte horizon; je krijgt bij het Groninger landschap een 80 kilometer lange kust cadeau. Met wind en schone, gezonde, lucht als bonus. 

De vrijheidsdrang is een heel cruciale waarde: Groningers, en zeker de ommelanders, zijn in het verleden geknecht door rijke boeren, door de stad en door de NAM. Die herhaalde vormen van uitbuiting en onderdrukking maken dat achterdocht dicht onder het oppervlak zit. Dat wantrouwen geldt niet zozeer voor nieuwkomers, die zijn van harte welkom – al maken Groningers er soms weinig woorden aan vuil. De terughoudendheid komt wél naar voren bij ‘mensen van elders’ die zich ermee komen bemoéien. Alleen wie oprecht is en belangeloos opereert krijgt misschien een voetje tussen de deur.

De ligging aan open zee is sterk vormend geweest. Eerst toen de pioniers in het kustland op het beslikte land vee gingen houden en wierdes opwierpen om veilig te kunnen wonen. Later toen ze dijken aanlegden – ook al iets waarvoor je moet samenwerken. Ondernemerszin maakte veel boeren rijk, en gaf ongeveer een eeuw werk aan een afhankelijke armere arbeidersklasse. Maar dat is verleden tijd. Op het land is nu amper meer werk, een enkele (groot)grondbezitter is vermogend maar zijn uitgestrekte grootschalige akkers bezorgen de dorpen weinig werk of welzijn. Bovendien drukt de grootschalige landbouw de natuurlijke processen weg en tast ze de schoonheid en afwisselendheid van het landschap aan. De inmiddels genationaliseerde dijken vormen een muur tussen land en zee.

Vrij&open Groningen gaat nu dan ook over ruimte om te vernieuwen, om wind en zee beter te benutten in ons leven. Om de bodem weer voedend te laten zijn voor het leven van de bewoners. Om stadjers een gezonde woonstee te bieden in dorpen langs de kust. Misschien geënt op hoe mensen vroeger in het kustland op wierdes samenleefden omdat ze dan beter zijn opgewassen tegen de stijgende zeespiegel. Vrije stadjers die meegenieten van het autonome ommeland. Dichter bij de kracht van de natuur, bij de bron van leven. 

Slim&eigen 

Vanuit kloosters en universiteit is de provincie eeuwen geleden ontgonnen en geëxploiteerd. Uiterst vernuftig is de turf opgegraven en verkocht. De laatste vijftig jaar is uit het diepe zandsteenlagen aardgas gewonnen. Wat wordt de volgende bron die Groningen vooruit kan stuwen? 

Studentenstad Groningen trekt veel jonge, slimme koppen die gretig zoeken naar innovaties. Wat de universiteit van Groningen anders maakt dan Leiden of Utrecht is de excentrische ligging (ruimte, schone lucht, ver van huis) en het ommeland, dat authentieke platteland met eigenzinnige bewoners. Het zijn misschien relatief bescheiden mensen op het platteland, meer doeners. De slimme zelfverzekerdheid die bij (jonge) stadjers hoort, en de ingetogen praktische inslag op het ommeland kan afstand scheppen. De trek naar de stad is nu dominant; in de stad zijn banen en daar is vermaak.

Maar de wereld verandert en ook percepties over stad en platteland kunnen vloeibaar worden. In tijden van groeiende gezondheidsrisico’s worden schone lucht en ruimte weer meer van waarde. De e-bike en nieuwere vormen van vervoer verleggen de pendel-grenzen. Er liggen kansen voor het ommeland om de eenzijdige oriëntatie op de stad meer wederkerig te maken. Misschien leert een stadjer die zich in een dorp vestigt van de buren vogelgeluiden herkennen en kan een ICT’er landbouwers in de omgeving helpen met nog slimmer beregenen van het land. Via het praktische leven kan wederzijds respect groeien en ontstaan kansen. Zoals de houten Groninger windmolen velen verraste: populair omdat techniek en bouw een menselijke schaal hebben; handzaam omdat er weinig vergunning leed bij komt kijken. Een beter geïntegreerd leven van stad en ommeland kan Groningen een boost geven. Energietransitie, duurzame voedselproductie, circulair leven – heel veel moet komend decennium totaal anders. Groningers bedenken er iets slims voor; en ze maken het ook. Een vruchtbare mix van denk- en doekracht.

Samen&apart 

Mensen zetten zich in, voor elkaar én hun omgeving. Maar Groningers zijn soms ook behoorlijk op zichzelf. Dat lijkt strijdig. Toch hoeft dat niet zo te zijn. Waar je je verbonden en betrokken voelt, ben je thuis. En waar je je verbonden voelt, zet je je in als er problemen zijn. Daarom doet het ertoe dat buren elkaar kennen en soms samen optrekken. Je hebt elkaar nodig omdat je soms problemen moet oplossen die je in je eentje niet lukken. 

Samen energie opwekken is een goed startpunt voor meer sociale cohesie. Het brengt mensen bij elkaar en daarna ontstaan gemakkelijker gesprekken over hoe iets beter kan. Wanneer mensen een gedeeld belang hebben, vinden ze elkaar over het algemeen gemakkelijker. Daarom ontstaan er kansen voor nieuwe sociale verbanden bij het meer circulair maken van de samenleving en het verduurzamen van de landbouw. Coöperatieve verbanden kunnen kleinschalige streekproducenten bijvoorbeeld aan consumenten binden. Anderzijds kan de intensieve landbouw ook doorontwikkelen naar verticale teelten (footloose, zonder dure grond). En zelfs naar de stad verhuizen – om vanuit industriële gebouwen te produceren. 

Vernieuwing van de landbouw kan het ommeland meer ruimte geven voor natuurherstel en het landschap veerkrachtiger maken tegen klimaatveranderingen. Als dat wiel eenmaal gaat draaien, kan het snel gaan: de verdere variatie en vergroening van het ommeland zal ook het woonklimaat aantrekkelijker maken. Juist voor Groningen, waar landbouw en stad in elkaars invloedssfeer liggen, zijn er kansen om bij deze transities voorop te lopen. Meer groene gezonde buitenruimte voor oververhitte stadjers, wilde planten en dieren. Stad en Ommeland: dat kan het beste van twee werelden worden wanneer ze elkaar omarmen.

4. Conclusie: het kompas trilt

Vanuit het verleden, via het heden trokken we in het voorgaande een lijn rechtdoor naar de toekomst. Maar zo lineair zal het vermoedelijk niet gaan en daarmee belanden we bij onze conclusie. Het was acrobaten werk: een hink stap sprong de toekomst in, een wereld die er na de vele transities totaal anders uit kan zien. Wat staat er op het kompas dat helpt kiezen uit de 900 ideeën en de gebundelde plannen? Waar gaat Groningen die 100 miljoen voor inzetten? 

Waar stellen we op scherp? Groningen is niet één gebied; je hebt de kust, het bossige oosten, de stad met zijn venige ommeland… En Groningers heb je in duizenden soorten en maten. Een Noordbroekster wordt in Zoutkamp wel even apart aangekeken, vissers zijn een ander slag dan boeren en postbodes hebben andere vaardigheden dan managers. De wijzer in ons kompas trilt; soms zwaait hij uit. Groningers zijn erg op zichzelf maar ze zijn ook sociaal en zoeken elkaar op. Hoe belangrijk is ‘verbinding’? Het schuurt en beweegt.

Gegeven zo’n diversiteit in landschappen en mensen, in dialecten, gemeenschappen, opleidingsniveau, welvaart en belangstellingssferen is het heikel om iets te zeggen over Groningers en hun leefgebied. En nog lastiger wordt het als je het over de toekomst gaat hebben. Want wie zijn de Groningers van straks? Vast niet dezelfden als nu – vermoedelijk vaak zelfs geen familie. Toch gaan we dat doen. Welke kernwaarden helpen Groningen vooruit? Hink, stap … sprong

Deel de rijkdom

De rijkdom van de plek is cruciaal. Werkelijk iedereen bezingt die kracht van Groningen, maar tezelfdertijd betreuren velen dat de grootschalige landbouw ons daarvan heeft vervreemd. Het open landschap aan zee, de vruchtbare zeeklei, de wind die ongehinderd het land opwaait, de schatten in de bodem, het ondiepe zoute kustland. Die kracht van het landschap zal ook in de toekomst een rijke bron zijn. We weten nog niet precies hoe we het landschap gaan benutten, maar wél dat het belangrijk is dat we het éérlijker doen dan in het verleden. De stad overheerste eeuwenlang het ommeland (bijvoorbeeld met de turfwinning en het stapelrecht). Bij de ‘macht-en-pracht’ van de rijke boeren deelden de arbeiders niet fair. En de welvaart van de gaswinning is opgesoupeerd door alle Nederlanders. De les uit het verleden is dat we waken voor sociale ongelijkheid en dat we alert zijn op erkenning van de menselijke dimensies. 

Daarom moeten we de rijke bron eerlijker verdelen en zorgen dat de baten sterker verankerd raken in het leven van de bewoners. Toekomstig Groningen verenigt een rijk landschap met een rijk leven voor haar bewoners. 

We kunnen dichtbij beginnen. Lokaal voedsel verbouwen, energie opwekken en huizen bouwen van materialen uit de omgeving bijvoorbeeld. Dat alles helpt om mensen meer te verbinden met de kracht van hun regio en ze bewuster te maken van hun impact. De keuzes van Toukomst kunnen daarop aansluiten door bewoners te laten delen in de opbrengst. 

Dat circulaire lokale leven vindt plaats midden in het geglobaliseerde bestaan. Want we zijn tevens onderdeel van wereldwijde netwerken waarin kennis gedeeld wordt en vriendschappen ontstaan. Local en global gaan een vruchtbare relatie aan. Stad en ommeland omarmen elkaar op een nieuwe manier. Ver voorbij wat wij nu kunnen verzinnen. Welke energie levert de harde wind aan de kust? Is de schone lucht te verschepen? Countryside, the future, de expositie van Rem Koolhaas in Guggenheim New York gunt ons een glimp van die toekomst.

Dus:

Steun initiatieven die aansluiten bij de natuurlijke kracht van Groningen, zoals de ligging aan zee. Deel de baten met de lokale gemeenschap en benut kennis en inspiratie uit het wereldwijde (stedelijke) netwerk.

Gééf tijd 

Onze samenleving staat voor ingrijpende technische èn sociale veranderingen. De richting is redelijk duidelijk: we gaan van het gas af, duurzaam energie winnen, diervriendelijk eten, gezonder leven, minder vervuilen, ons voorbereiden op een hogere zeespiegel en pandemische ziekten. De urgentie is glashelder. En we hebben overduidelijk haast want de aarde verdraagt ons huidige leven niet. Maar hóe gaan we dat in vredesnaam voor elkaar krijgen: welke technieken werken, hoe krijg je mensen zover dat ze hun leven aanpassen en waarmee duw je ondernemers een andere richting op?  

Onze toekomst begint niet op een lege bodem. Het land is ingericht, Groningen is in gebruik bij de mensen die er leven. Zij hebben belangen, gewoontes, relaties en herinneringen. Daar komt behoudzucht uit voort – het is goed om je dat te realiseren. Overheden die veranderingen afdwingen, oogsten daarom vaak verzet. Vernieuwingen die door bewoners zelf geïnitieerd worden, stap voor stap uitgebouwd en geconstrueerd kunnen soms om die behoudende krachten heen zeilen. Maar ze vergen wel een ander horloge. In deze tuinen moet eerst geschoffeld  de zaadjes moeten ontkiemen, bewaterd en groeien. Zo veranderen kost eerst tijd. En ruimte om te ontdekken hoe iets groeit en op welke plek dat het beste gaat. Daarna volgen mensen met andere kennis en inzichten, beter gereedschap en globalere netwerken. Met ‘aanhakers’ ontstaan nieuwe circuits. Wie bewoners in de voorhoede zet, gééft tijd. Bewoners die aan de toekomst bouwen némen ook de tijd.

We moeten eerlijk zijn: onze overheid maakt geen hamburgers van aardappels of ontwerpt wadboeien waar toeristen in slapen. Dat doen mensen, bewoners van een streek, ondernemers die daar werken aan hun toekomst. Vaak begint dat bescheiden. Het kan groeien en het kan ook uitgroeien tot iets substantieels. Maar begin niet met termen als ‘iconisch’ – dat jeukt Grunnegers al snel. Ben Woldring bouwde op het Hogeland college zijn eerste website ‘voor school’. Begin maar gewoon, in kleine beginnetjes zit het grootse.

Toukomst heeft een lange horizon. Er is geld voor tien jaar (tot 2030) en het toekomstbeeld schetst de provincie over 20 jaar (in 2040). Dat is belangrijk want het zingt daarmee los van de politieke agenda met elke vier jaar (her)verkiezingen en de behoefte om iemand een lintje te laten doorknippen. 

Dus

Gééf Toukomst-initiatieven de tijd. De omvang is in eerste aanleg onbelangrijk. Wat klein is, kan ‘groots’ zijn of worden. Het is bovenal van belang om te beginnen. 

Laat los

Leidend bij Toukomst is wat de bewoners willen. Dat uitgangspunt van de NPG maakt schatplichtig. Wie mensen oproept ideeën in te brengen ‘die eerder in pijplijnen bleven steken’ (zoals de NPG deed) kan niet anders dan diezelfde ideeën nu wél vooruit helpen. 

Groningen loopt over van de frustratie ten aanzien van de daadkracht van overheden. Aardbevingsslachtoffers zijn in de steek gelaten door de rechtstaat. De boven hen gestelde overheden hebben het leed van de Groningers verkeerd ingeschat, veronachtzaamd en zich een slecht verliezer getoond toen eindelijk boven tafel kwam hoe autoriteiten hun burgers hebben blootgesteld aan exploitatiedrift. De impact daarvan op het persoonlijk leven van de Groningers is groot en het daaruit gegroeide wantrouwen naar overheden ligt aan het oppervlak.

Nu gaat er 1,15 miljard naar de NPG als ‘zoenoffer’. Dat komt bovenop de kosten van herstel en versterking – en alle daarbij ontstane schades. Het is éxtra. Een elfde daarvan, 100 miljoen, is gereserveerd voor Toukomst, voor plannen van de bewoners zelf. 

Met Fryske Fiersichten mochten Friezen in 2006 ook plannen maken voor de toekomst. Aanleiding was toen de privatisering van het energiebedrijf en het miljard dat uit die verkoop naar de provincie vloeide. Ook toen kwamen er honderden ideeën van bewoners. Net als bij Toukomst werden de bewonersplannen geclusterd. Daarna verdwenen de vergezichten grotendeels uit beeld. Misschien kregen ze een plaats in het reguliere beleid, maar dat is niet terug te vinden.

Van het NPG-geld stroomt 1,05 miljard via provinciale en gemeentelijke begrotingen naar het betere toekomstperspectief voor Groningen. Daar moeten bestuurders scherp op sturen. Die plannen moeten zo gemodelleerd worden dat ze passen in de beleidsuitgangspunten en vergunningstrajecten. Dat hoort bij onze rechtstaat. 

Maar nu even niet. Bij Toukomst moeten bestuurders stijf de andere kant uit kijken. Deze plannen, ter waarde van 100 miljoen, verdienen een open ontvangst in de bureaucratieen. Dij ‘t dut, mot ‘t waiten. Zie het als een geste van dienstbaarheid en misschien zelfs als een erkenning van eerder falen. Toukomst is natuurlijk geen verzoeningscommissie, maar het geeft overheden de kans om te stáán voor hun getergde inwoners. Door los te laten en met de toekomstplannen, ideeën en dromen van Groningers mee te bewegen. 

Het zal niet gemakkelijk zijn. Zeker niet. 

Maar het allermoeilijkst is Toukomst voor de Groningers zelf. Het aanvaarden van het zoenoffer zal soms mensen bij elkaar brengen en krachtiger maken; dan kan het werken als een motor voor vooruitgang. Maar soms ook brengt dit boetekleed mensen in een spagaat tussen het eigenbelang en de gemeenschap. Bewoners moeten dealen met afgunst, armoede, te veel fantasie of juist een gebrek daaraan bij zichzelf en de buren. En dat in een door frustratie en woede getekend gemoed. Dat is pas echt lastig!

Dus

Overheden blijf af van het Toukomst-geld. Faciliteer je inwoners in hun dromen en wensen. Misschien is wat ze willen piepklein en kan het groeien, misschien is het leergeld of slechts een kort feestje. Geef het tijd en ruimte en laat het rijpen en aarden. Bouw er op voort. 

Want dat ís namelijk de toekomst, onze gezamenlijke toekomst.

5. Open einde

Dit is niet het einde. 

Het is niet het begin 

van het einde, 

het is misschien het einde 

van het begin 

(Citaat van Winston Churchill in 1942, wakker gekust door Rutte in tijden van Corona).

Over de makers en hun werkwijze

Noorderbreedte doet 44 jaar journalistiek onderzoek naar wat ‘typisch noordelijk’ is en voert het debat over de vraag of dat gekoesterd moet, geëxploiteerd of ondergespit mag. Onze loyaliteit ligt, zoals dat kwaliteitsjournalistiek betaamt, per definitie bij de bewoners. 

In ons tijdschrift en op www.noorderbreedte.nl brengen we verhalen over de leefomgeving en hoe die het gevolg is van hoe mensen in het landschap wonen, werken en leven. We zien dat die leefwereld continu verandert; soms per ongeluk, soms bedoeld, soms ten bate van een bewoner of een overheid, en vaak ook ten bate van een beroepsgroep of een gemeenschap. In Groningen is nu echter iets veel ingrijpenders aan de hand. Dat maakt dat we niet aan de zijlijn willen blijven staan en ons met bewoners samen inzetten. 

Met het project ‘Typisch Groningen’ ontwikkelden we met Studio MARCHA!, Station Loppersum en de Vereniging Groninger Dorpen gereedschap om te verkennen wat voor Groningers individueel en collectief belangrijk is. Door dat onderzoek samen met buren en dorpsgenoten te doen krijgen bewoners meer stem in de grote verbouwing van huis, dorp en landschap. De bijeenkomsten met bewoners leveren een groeiende oogst aan kennis op over hoe ziel en zaligheid van mensen in Groningen is verbonden met de leefomgeving. 

Daarom stelden Noorderbreedte en Studio MARCHA! aan West 8 voor om die kennis uit te breiden met een debat over de vraag: wat helpt Groningen vooruit? Welke kernwaarden moeten bij de keuzes van Toukomst-plannen een rol spelen? Voor dit onderzoek heeft de Stichting Noorderbreedte van West 8 een vergoeding gekregen. 

Hoe delf je waarden op? Wij besloten eerst terug te kijken. Van het verleden weten we best veel. Iedere bron, ieder tijdperk heeft zijn eigen terugblik – en meet op eigen wijze wat van waarde wordt gevonden. Het heden is in vele gedaanten om ons heen – al is het soms door een veelvoud aan

waarnemingen lastig om een grote lijn uit te halen. En de toekomst? Die is er nog niet.

We namen een aanloop uit het verleden, liepen via de waarden van het heden door naar de toekomst. Eerst als ware het een rechte lijn. Onze eerste groep bewoners en experts kreeg drie kaartjes in de brievenbus. Fraai geschept papier met heel bescheiden tekeningetjes en een uitnodigende vraag:

Groningen was …

Groningen is …

Groningen kan zijn …

We hebben de rijke oogst daarna op tafel gelegd, door elkaar gehusseld, omgekeerd en met elkaar besproken. Zo kwamen we op drie sets met kernwaarden: vrij&open, slim&eigen en samen&apart.

Deze sets met kernwaarden legden we voor aan twee andere groepen bewoners en experts. Zij kregen handgetekende kaartjes met de kernwaarden erop in de bus. Er was uitdagend veel ruimte voor eigen opmerkingen, tekeningen, woorden en associaties. Ook via de website riepen we bewoners op om te reageren. Zo maakten we met zijn allen een hink-stap-sprong naar de grote onbekende Groninger Toukomst. We hebben onze peilstok diep laten zakken in alle reacties en opmerkingen en daarna de grote lijn boven water getrokken. Zo kwamen we tot de belangrijkste kernwaarden voor de toekomst van Groningen: deel de rijkdom, geef tijd en laat los. 

Hierin komen zoveel mogelijk gevoelens en noties van de door ons geraadpleegden terug. Maar natuurlijk niet alles. We hebben ons gesteund gevoeld door de opdracht die we van velen kregen: durf te kiezen.

We zijn benieuwd of je je herkent in onze schets van belangrijke toekomstwaarden. Stuur je reactie naar redactie@noorderbreedte.nl.

We danken alle mensen die ons hebben geholpen met hun kennis, emotie en kunde van harte. Speciaal woord van dank gaat uit naar de deelnemers van onze digitale sessies op 17, 24 en 27 maart 2020. Het zijn: Alie Alserda, Sandra van Assen, Kim van Dam, Geir Eide, Jan-Dirk Gardenier, Sijas de Groot, Marieke van der Heide, Martin Hillenga, Tijmen Hordijk, David van Inden, Goffe Jensma, Bente van Leeuwen, Merel Melief, Ineke Noordhoff, Louis Stiller, Henk Tienkamp, Harm-Evert Waalkens, Leonie Wendker, Liesbeth van de Wetering en Mayke Zandstra.