Douwe Gorter heeft een stapel documenten netjes op tafel gelegd. Hij en zijn vrouw Siena wonen in Hollum, op Ameland. Een dorpje waar de kinderen nog buiten spelen, ook in de winter. Siena Gorter maakt koffie en neemt later plaats in de hoek. Ze praat wel mee met het gesprek, maar houdt enige afstand. Dit is meer iets voor haar man. 

Meneer Gorter daarentegen praat graag. Hij staat voor zijn woord en gebruikt ze voortvarend. Het is een man van de lange adem. Hij durft groots te denken. Zo’n 35 jaar werkte hij voor Rijkswaterstaat, waar hij jarenlang de diepte van de Wadden- en Noordzee peilde. Zijn metingen werden gebruikt voor zeekaarten. Inmiddels is hij met pensioen, al blijft hij altijd een zeeman. Boven zijn bureau in de hoek hangt een zeekaart, daaronder een marifoon waarop hij het radioverkeer volgt. Af en toe is een schipper te horen die zich meldt bij de vuurtorenwachter. 

Douwe Gorter was ook secretaris en penningmeester bij het KNRM-station op Ameland. Hij werd regelmatig gebeld om de locatie van een schip door te geven, daar had hij een goede methode voor. Hij leerde het zijn vrouw Siena ook. Ook zij kreeg het in de vingers, ook al had ze wat meer moeite om in haar eigen kunnen te vertrouwen. Dan ging de telefoon, werd er naar Douwe Gorter gevraagd, was hij niet thuis. Zei zijn vrouw: ‘Ik kan het ook.’ Deed het goed, maar kon wel op de nodige scepsis rekenen van de bemanning. 

In de 35 jaar dat Gorter bij Rijkswaterstaat werkte zag hij het waterpeil langzaam omhoogkomen. ‘Van nature stijgt de zeespiegel’, zegt hij. Een normale gang van zaken. Zoals alles verandert op eilanden. Kijk maar naar het natuurlijk verloop van de rusteloze eilanden. Ze willen wandelen. Gorter zegt: ‘De westkust van Ameland is flink beschermd met zinkstukken. Alles om het maar op z’n plaats te houden.’

Hij en zijn vrouw kennen de kracht van natuur. Dat zit in je dna, als je op een eiland bent grootgebracht. Als het flink stormt duwt de wind tegen de ramen, vertelt Siena. Het is wel eens spannend of de boel in de kozijnen blijft.

Siena vertelt over de boom in hun voortuin die in een westerstorm in oktober 2013 met kluit en al omver werd geblazen. Tegen hun woning. Ze waren zelf op het moment op de wal en door doortastend optreden van de buurvrouw kon de brandweer uiteindelijk de boom omzagen. Hun huis bleef zonder schade. 

Gorter weet veel over geulen, hij kent de loop van het water, de krachten die daarbij komen kijken. Hij heeft een belangrijke regel: ‘Dwars tegen de natuur in red je niet. Je kunt de natuur wel begeleiden, maar uiteindelijk gaat ze haar eigen gang.’  Gorter houdt zich nog altijd bezig met de vaarverbinding naar Ameland. De geul slibt steeds dicht en dat brengt vertraging met zich mee. In 2012 zette hij al drie opties op een rij, waarvan een dam naar Ameland er een is. Het is volgens hem op lange termijn veruit de beste oplossing. ‘Dat baggeren kost ook een godsvermogen, en is voor de natuur ook niet goed.’

Hij gebruikte voor zijn plannen gegevens van een zeekaart uit 1832. Bij Holwerd was op die kaart helemaal geen geul te bekennen. Het baggerwerk van tegenwoordig gaat volgens hem dan ook dwars tegen de natuur in.

Zoals er zoveel tegen de natuur ingaat. De Lauwerszee is sinds 1969 gedicht, waardoor het Westgat – de ingang naar de haven van Lauwersoog – steeds ondieper wordt. Gorter vertelt over een gasleiding die, doordat er een paar meter zand overheen spoelde, niet meer te repareren was. Er werd een nieuwe aangelegd. ‘Dat is de wet van de natuur’, zegt hij. Het is een uitspraak die hij vaak en graag gebruikt. Zijn kleinzoon vroeg hem laatst; maar wat is die wet dan? Leg dat maar eens uit. 

Als we het dan toch over de wet van de natuur hebben. Hoe zit het met zeespiegelstijging? Klimaatverandering? Het hele gebeuren gaat er bij Gorter niet in. ‘Smelt dit, smelt dat, ik geloof het allemaal niet zo.’ En die kortetermijnmaatregelen tegen poly- en perfluoralkylstoffen en stikstof zijn lastig te bevatten voor een man die altijd ver vooruitkijkt.

Gorter legt uit dat we door onze welvaart onszelf in de weg zitten. ‘Vroeger staken de eerste veerboten slechts 70 centimeter de diepte in. Ze voeren ze alleen uit als er genoeg water onder de kiel was. Inmiddels varen veerboten af en aan met toeristen en goederen. De schepen steken inmiddels 1 meter 70 diep.’ Siena vult aan: ‘Vroeger reden er maar twee auto’s op het hele eiland.’ De natuur moet meegroeien met ons gedrag. 

De veerboten voeren vroeger als het tij dat toestond, maar naar die tijd kunnen we volgens de twee niet meer terug. 

Nog zo’n voorbeeld: Gorters ouders stookten de kachel nog met hout dat ze van het strand jutten en daarnaast hadden ze nauwelijks afval. We zetten de natuur met zijn allen onder druk. 

En het is dus niet gek dat we inmiddels tegen grenzen aanlopen.

De Waddenzee verdrinkt. Hoe kijken kustbewoners naar de zee? Vrezen ze de stijging van de zeespiegel of laat die hen onberoerd? Carlien Bootsma liep in een aantal weken de Waddenzee rond en schrijft daar een serie verhalen over. De kustbewoners die haar pad kruisten, vertellen wekelijks hun verhaal op onze website.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl).

In april blikt Carlien Bootsma terug op haar wandelingen langs het Wad in een essay in het tijdschrift Noorderbreedte.