Eigenlijk zou elk zwembad iemand als Barend Lukkien moeten hebben. En dan liefst iemand als Popko Kuiper erbij. Door de inspanningen van Lukkien, zelfontwikkeld expert duurzame zwembaden, en onderhoudsman Kuiper is zwembad De Leemdobben in Vries van het gas af, aan de duurzame energie, en levensvatbaar, in een tijd dat overal zwembaden sluiten.

Vanaf de parkeerplaats lijkt De Leemdobben op een kleine energiecentrale. Gebouwen, gras en groen, een met zonnepanelen op palen overhuifd tegelterras. Een mooie vrijdagochtend in september: een picknickbankje in de zon, een thermoskan met koffie. Speelweides, een pierenbad, op een regenplas na leeg. Twee grotere baden, waarvan een afgedekt met lamellen. In de andere trekken tientallen senioren hun baantjes.

‘Daar doe je het voor’, zegt Lukkien. Voor de zon, de fun, de baantjestrekkers. Dat je hier, bijna half september, nog zo heerlijk kunt zwemmen. Voor het plezier van een zwembad in een dorp als Vries. Kuiper komt uit ‘de groen’. Bij Tynaarlo’s baden is hij naast hovenier kassamedewerker, onderhoudsman en badmeester.

Drie zwembaden heeft de gemeente Tynaarlo: De Leemdobben dus, Lemferdinge in Paterswolde, Aqualaren in Zuidlaren. Dat Tynaarlo, 35 duizend inwoners, in weelde baadt terwijl elders zwembaden sluiten (‘het kan niet meer uit’) komt door slim zijn, rekenen, subsidies pakken. Door een grootscheepse verduurzamingsoperatie die de baden niet duurder, maar juist rendabel heeft gemaakt.

Zes jaar geleden dreigde sluiting voor De Leemdobben. Een geluk was dat het net in de tijd voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 was, en dat een zwembad sluiten in verkiezingstijd voor gemeentepolitici een enkele reis richting verlies betekent. Er kwam een reddingsplan en een stichting. Barend Lukkien kwam in beeld, NAM-gepensioneerde en tot vandaag stut en stuur van de reddingsbrigade van Tynaarlo’s zwemmen.

Hoe werkt een zwembad? Dat was de vraag. Hoeveel gaat erin en eruit, aan energie, water, geld? Wat kost het, hoe kan het minder, of niet minder: anders, beter? Het was rekenen, posten op een rijtje zetten, optellen en aftrekken en proberen onder de streep op wat positiefs uit te komen. Zonnepanelen, zonnecollectoren, warmtepompen: zoveel investeren en zoveel besparen maakt zoveel terugverdientijd. Ze hadden een miljoen nodig, becijferde Lukkien. Dat is goed, zei de gemeente.

We zitten onder een soort carportconstructie van zonnepanelen. Afgekeken van de TT in Assen, zegt Lukkien. Panelen op palen, met onder de tegelvloer een vierkante meter beton. Er was weerstand, zoals altijd bij veranderingen. Ze zeiden: Barend, je vernielt het karakter van het zwembad. Het wordt een donkere waaihoek, geen porem. Nu vinden ze het mooi. In de bloedhitte van afgelopen zomer zaten bezoekers heerlijk in de schaduw, of halfschaduw.

We gaan de machinekamers in; de achterkant van twee bedrieglijk eenvoudige bakken met water. Gebrom, gezoem, geschuur en geratel, als in het binnenste van een schip. In raamloze technische ruimtes achter de kiosk, alleen voor personeel te betreden, staan ketels, vaten en vloeistofreservoirs, verbonden door een wirwar van buizen en leidingen. Ze vormen een door verschillende kamers lopend traject van meet- en regelapparatuur, schakelaars en schermpjes.

Een slimme-thermostaat-achtige display vermeldt de actuele waterconditie van de Leemdobben: ‘diep bad 24,2 ˚C, chloor 0,79 mg/l en pH 7,52, ondiep bad respectievelijk 22,8 ˚C, 0,72 en 7,11’. Doorklikken, het scherm ‘warmteopwekking’. Een grote, centrale warmwatertank, verbonden met zonnepanelen A, B en C en de buitenstaande warmtepompen 1 en 2, die warmte aan de buitenlucht onttrekken. Rode lijnen en blauwe lijnen, warm en koud, die lopen naar de beide baden, Sys A en Sys B. ‘Voor mij is het duidelijk’, zegt Lukkien.

Kijk, hier liep de oude gasleiding, nu afgekoppeld. Nu komt de warmte van of de compressoren (de pompen), of de zonnecollectoren, of van allebei. De collectoren staan/liggen op het dak van het douchegebouw (let op: de collectoren zijn voor warm water, de panelen voor stroom). De warmte gaat soepel van A naar B via glycol, een warmteoverdracht bevorderend goedje. Er is zuiveringszout voor de zuivering en ander zout voor zoutelektrolyse.

Onderwaterleven: een reuzenketel met een patrijspoort-achtig raampje, dat zicht biedt op een troebele onderwaterwereld boven een zandbodem, net een zeeaquarium. Het troebele water zakt langzaam door het zand heen; aan de onderkant druppelt er schoon, gefilterd water uit. Dan gaat het daarheen en dan daarheen en dan door twee haarfilters, zegt Lukkien. In de eruit gefilterde zwembadtroep vinden ze bladpulp, kikkers, muizen.

‘Fabriekje hè?’ zegt Lukkien. ‘Er komt nog meer’: een schakelstation met zwavelzuur, voor de pH-waarde. Pompen, persleidingen. Ureumfilters, een deftige benaming voor urinefilters. De hele santenboetiek. Dit heeft elk zwembad. ‘Wettelijke eisen.’

‘Het is duidelijk dat er een hele hoop te halen is’, zegt Lukkien. Verduurzaming is meer dan ‘het energieverhaal’. ‘We besparen 60 tot 70 duizend euro per jaar.’ ‘Het is een andere manier van denken’, zegt Popko Kuiper. De subsidies zijn er, nog wel. Lukkien: ‘Wat wij hier kunnen, kunnen andere zwembaden ook.’

Slip, slop, slip. Zwemmers lopen druipend, met badjassen aan en handdoeken omgeslagen voorbij het verhoogde terras naar de douches. Het is half elf, sluitingstijd voor vanochtend. In het douchegebouw hetzelfde gasloze verhaal. Op de topdagen van de zomer hadden ze ongeveer 1.100 gasten. Dan staat bijna heel Vries te genieten onder de warme douche. En: honderd procent duurzaam.

De Leemdobben ligt er schitterend bij. Zo groen als gras kan zijn, tegen roerloos blauw zwembadwater. De duikplank, de hoge en de lage, glijbanen, het badmeestershuisje, alles in frisse primaire kleuren geverfd. Daar een waterspeeltafel voor de kleintjes, speeltoestellen, een tokkelbaan. Moerbeibomen, jonge aanplant. Voor vijf euro’tjes de mens van duizend Vrienden is ‘alle fun aangeschaft’, zegt Kuiper.

Een zwembad moet vechten om elke euro, zegt Lukkien. Een voorbeeld: ‘Voor elke kuub water die in het riool terugkomt, betaal je een euro rioolbelasting. Maar je verdampt 550 kuub water per jaar.’ Lukkien bedacht dat ze dus 550 euro minder hoefden te betalen. Dat lijkt klein, maar door op de kleintjes te letten, op alle, blijkt het zwembad net wel uit te kunnen. ‘Ga slim bezig.’ Dat geldt natuurlijk evenzeer voor de voetbalclub of de ijsbaan.

Sport en voorzieningen hebben een levenskans ‘als ze het maar oppakken’, zegt Lukkien. Wat het is: bijna niemand heeft zin om het uit te zoeken, het uit te rekenen. Verzuchten dat het ‘niet meer uit kan’ kost op korte termijn minder energie. Op de wat langere termijn kost het je het leven en de leefbaarheid van een dorp.

De zwemmers zijn weg, het wedstrijdbad ligt spiegelglad in de zon. Lukkien en Kuiper kijken ernaar vanaf het terras. Ze hebben alles omgebouwd om het zwembad te behouden, om het te houden zoals het was, eigenlijk. Ze pompen hun eigen water op, met een nieuwe bron van honderd meter diep. Het verschil tussen duur leidingwater en duurzaam bronwater: het water is zachter geworden, dat is alles. ‘Aan het zwembad is verder niks veranderd.’