De wei in voor een specialist

Het weideziekenhuis, heet het in de volksmond. Niet gek, want op al dat groen zou je eerder een kudde koeien dan het Ommelander Ziekenhuis Groningen verwachten, dat daar sinds 2018 staat. Er is niet eens een bushalte.

TEKST
Joost de Ruiter

BEELD
Reyer Boxem

‘Een vreemd gezicht’, vindt Fikerte het ziekenhuis, waar ze een gesprek met een arts heeft. De gedrongen dame van middelbare leeftijd komt oorspronkelijk uit Kosovo en woont tegenwoordig in Winschoten. ‘Mijn geboortestad is omringd door bergen’, vertelt ze. ‘Daar zou je dit ziekenhuis nooit van zo ver weg kunnen zien.’

Fikerte heeft geen auto en is dus aangewezen op het openbaar vervoer. Dat was tien jaar geleden geen probleem geweest, toen had ze gewoon naar het Sint Lucas Ziekenhuis in haar eigen woonplaats gekund. Maar in 2008 sloeg die instelling de handen ineen met het ziekenhuis van Delfzijl en na lang gesteggel over de precieze locatie opende het fusieziekenhuis vorig jaar officieel zijn deuren. In Scheemda dus, of eigenlijk daarbuiten. En nu moet Fikerte een hele reis ondernemen: vanaf Winschoten zit ze twintig minuten in de bus. Kom je uit Delfzijl, dan ben je bijna veertig minuten onderweg. Daarbij heeft het ziekenhuis geen eigen halte, vanaf de dichtstbijzijnde stop is het nog acht minuten lopen.

 

Shuttle

Om ziekenhuisbezoekers als Fikerte tegemoet te komen, heeft de provincie samen met de ziekenhuisleiding gezorgd voor een gratis te gebruiken zelfrijdende shuttlebus. ‘Dit is de tweede keer dat ik naar het ziekenhuis ga’, vertelt de Kosovaarse. ‘De eerste keer vond ik het wel spannend hoor, zo zonder chauffeur.’

Aangezien het knalgroene voertuig in de pilotfase zit, rijdt er altijd een steward mee. Die kan aan de noodrem trekken, mocht dat nodig zijn. Vandaag is de steward Mark, een jongeman met een nette jas en een keurig geschoren baardje. Zijn lange haar zit gebonden in een staart. Hij studeert grafische vormgeving in Groningen, vertelt hij, en hij doet dit werk sinds augustus vorig jaar drie middagen per week. ‘Een leuk bijbaantje’, vindt hij. ‘Er zijn bij een ziekenhuis altijd interessante mensen om mee te praten en ik heb veel pauze.’

Als iemand op de fiets het busje inhaalt, grijpt Mark naar z’n stoelleuning, hij adviseert zijn passagiers hetzelfde te doen: ‘Zet je schrap!’

Als twee seconden later het zelfrijdende busje de fietser ook gezien heeft, remt het ding abrupt. Even daarvoor was de bus ook plotseling tot stilstand gekomen, toen had de computer een hoopje onkruid langs de weg aangezien voor een potentiële oversteker. ‘Veiligheid voorop’, mompelde Mark.

 

Perfect bereikbaar

Ja, het busje moet nog getest worden. Simone Blaauboer van de communicatie-afdeling van het Ommelander Ziekenhuis is de eerste om dat toe te geven. ‘We vinden dat het openbaar vervoer bij het ziekenhuis moet stoppen.

Vanaf de dichtstbijzijnde stop is het nog acht minuten lopen

Maar zo lang dat niet gebeurt, hebben we de people mover om mensen naar ons toe te brengen.’ Verder vindt Blaauboer het ziekenhuis niet slecht bereikbaar. Sterker nog: de locatie is uitgekozen vanwege de makkelijke bereikbaarheid ervan. ‘Niet alleen hier, maar in heel Nederland zien we dat mensen bijna altijd met de auto naar het ziekenhuis komen. We zitten vlak naast de A7 en dicht bij de N33.’ Voor mensen die wel met het OV komen, zou Blaauboer graag een betere verbinding bieden, maar daarbij moet ze reëel blijven. ‘In de regio Delfzijl is ook enorm getornd aan het openbaar vervoer. Het OV in de provincie Groningen is soms moeizaam. Dat komt omdat er te weinig mensen gebruik van maken, daar kunnen wij niets aan doen.’

Ook Ruud Jan Bakker, woordvoerder van de gemeente Oldambt, merkt op dat het overgrote deel van de ziekenhuisbezoekers de auto neemt. Samen met de provincie is zijn gemeente verantwoordelijk voor de OV-verbinding naar het ziekenhuis. Bakker: ‘Het is al niet zo leuk om naar het ziekenhuis te moeten, dan wil je niet ook nog eens gaan uitzoeken hoe je er met het OV moet komen.’ Hij wijst er verder op dat het ziekenhuis ook zonder TomTom makkelijk te vinden valt. ‘Op cruciale plekken staan er gele borden langs de weg die mensen in de goede richting wijzen.’

 

Fikerte stapt bij aankomst de shuttlebus uit. ‘Wanneer vertrek je weer? Ik moet namelijk ook met de bus terug’, verzucht ze. ‘Ieder uur, twintig minuten over het hele uur’, luidt Marks antwoord. Ze zal even moeten wachten.

Dit verhaal komt uit Noorderbreedte # 3 2019.