Is Noord-Nederland ‘beweegvriendelijk’?

Een fietsvriendelijke omgeving draagt bij aan een betere gezondheid en een grotere leefbaarheid. Drenthe doet het uitzonderlijk goed, Friesland en Groningen scoren soms onder het Nederlandse gemiddelde.

TEKST
Mark Sekuur

BEELD
Mark Sekuur

Dit artikel komt uit het NB#3 2019 Stedenbouwer als heelmeester.

Eelde-Paterswolde is een mooi voorbeeld van een forenzendorp op fietsafstand van de stad Groningen. Het ligt in de gemeente Tynaarlo. Die staat te boek als ‘uitmuntend befietsbaar’. Daarbij beschikt Tynaarlo over een bovengemiddeld ‘beweegvriendelijke omgeving’. Vooral dat laatste gaat hand in hand met goede leefbaarheid, volgens de Kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving (BWO) van het Mulier Instituut.

De BWO-indicator geeft aan hoeveel de woonomgeving eraan bijdraagt dat mensen sporten en bewegen. Het gaat daarbij om activiteiten in de vrije tijd, zoals een ommetje lopen, en noodzakelijke verplaatsingen om naar het werk of de supermarkt te gaan. Zes elementen bepalen de score, waaronder het aantal sportaccommodaties, de fietspaden en de nabijheid van voorzieningen.

Bijna de gehele provincie Drenthe scoort uitzonderlijk hoog op de BWO. Opmerkelijk genoeg scoren grote gebieden in het noorden van Friesland en Groningen juist slechter dan het Nederlandse gemiddelde. Dit komt deels door de ligging: het open buitengebied geeft weinig beschutting tegen weer en wind. Wel zijn er voldoende fiets- en wandelpaden. Ook de ANWB constateert in zijn recente landelijke onderzoek naar snelfietsroutes dat er minpunten zijn op de doorfietsroutes tussen Ten Boer en Groningen en die tussen Leeuwarden en Stiens: ‘Er is geen bescherming tegen de elementen.’

Goede fietsverbindingen helpen een regio toegankelijk en daarmee leefbaar te houden. De Leefbarometer van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, geeft aan hoe de leefbaarheid in een bepaald gebied ervoor staat. Hij toetst op vijf dimensies. De nabijheid van voorzieningen en een veilige leefomgeving wegen extra zwaar.

De afgelopen decennia is het voorzieningenniveau in kleinere dorpen teruggelopen, waardoor bewoners steeds verder moeten reizen voor de belangrijkste boodschappen. Ook doen mensen de dagelijkse boodschappen steeds vaker met de auto, waardoor zij minder bewegen en voor meer verkeershinder en -uitstoot zorgen.

De kaart laat zien dat gebieden met een lage BWO-score overlappen met die waar de leefbaarheid (relatief) minder is. Daar ligt een belangrijke taak om de omgeving beweegvriendelijker te maken en zo tegelijk de leefbaarheid te bevorderen. Er zijn niet alleen fietssnelwegen tussen forensendorpen en steden nodig, maar ook tussen de dorpen waar de voorzieningen geclusterd zijn en de daaromheen liggende woondorpen. Als sommige voorzieningen niet in het dorp zelf kunnen blijven, zorg dan in ieder geval dat ze goed op de fiets te bereiken zijn.