Lauwersmeer-ei

Er was een goede opkomst bij de presentatie. Veel fotografen, die stuk  voor stuk opvallend lovend zijn over hoe hun werk in ons tijdschrift tot  zijn recht komt. En wij op onze beurt zijn zeer verguld met de foto’s  die de leden van de fotosalon maakten over de Lauwerskust. Elk beeld staat op zich en toont een heel eigen wereld. Neem de eieren van Maarten  Westmaas. Hoe kun je laten zien wat het resultaat is van de bedijking  van de Lauwerszee, vroeg hij zich af. Hij kwam uit op een verbeelding alle soorten vogels die er nu broeden. Van al die soorten, inmiddels 86 soorten, zocht hij foto’s van de eieren en precies op de goede schaal  maakte hij er één ei van. Dat ene ei staat voor vijftig jaar natuurbescherming in het Lauwersmeergebied.

Zo voegt Noorderbreedte een nieuwe laag toe aan de werkelijkheid. Een culturele laag met verhalen die je net even op een ander been zetten en met beelden die je verrassen en vanuit een nieuw perspectief laten kijken. Alles zorgvuldig samengesteld, prachtig vormgegeven en gedrukt (weer vakwerk van Shootmedia en drukkerij Tienkamp!) zodat je er echt van kunt genieten.

Bestuurders vergeten soms hoe belangrijk die culturele laag is. Ze maken zich druk over de economie en zoeken naar middelen om de Waddenkust toeristisch te exploiteren.

Dat alles vanuit het nobele motief dat er werk moet blijven voor de bewoners. De oplossing die het meest wordt gekozen is om glanzen brochures te laten maken die de schoonheid van het gebied tonen. Compleet met adressen van de overnachtingsmogelijkheden erbij. Noorderbreedte brengt de minder gepolijste kanten van het noorden in beeld. Soms schuurt het, soms glanst het – maar het is nooit saai of clichee. Wethouder Jelle Boerema van Noardeast Fryslan, een van onze
gasten bij de presentatie van het Lauwerskust-nummer, onderschreef dat gisteren en beklemtoonde het belang van het eigen geluid van Noorderbreedte.

Het leeuwendeel van onze lezers komt uit het noorden of voelt zich betrokken bij het noorden. Dankzij de loyaliteit van onze vaste abonnees kunnen we telkens weer een nieuw blad maken. We putten met gretigheid uit de grote groep creatievelingen om ons heen zodat we steeds weer op een andere manier onze prachtige noordelijke leefomgeving op de kaart kunnen zetten. Met affectie voor wat er ooit in het verleden was, met nieuwsgierigheid naar de bewoners en ook met gretigheid naar de toekomst.

Als we het dan hebben over dit Lauwerskustnummer is dat weer mooi gelukt. U hebt misschien wel eens gedacht over de optie om de 50 jaar oude dijk door te steken en het zoute zeewater het Lauwersmeer weer in te laten stromen. Maar heeft u er ooit bij stilgestaan dat het tegenovergestelde evengoed kan gebeuren? Lees de nieuwe Noorderbreedte en voel de rillingen: polderkoorts!

 

Het nummer staat in het teken van 50 jaar Lauwerskust. Tot 1969 was het Lauwersmeer en zeearm, een deel van de Waddenzee. Vijftig jaar geleden sloten we die af om veiliger te zijn tegen overstromingen. Het gebied staat in teken van verandering. Onherkenbaar van vijftig jaar geleden en wie weet hoe het er over vijftig jaar zal zijn?

Met onder andere de prachtige verbeelding van de beeldmakers van de fotosalon van Noorderlicht. Een historische beschouwing van Emiel Hakkenes over de polderkoorts die in Nederland soms hoog oplaait. Drie interviews over het verleden, heden en toekomst van het gebied. En een essay vaan Koos Dijksterhuis die ons meeneemt naar het landschap van zijn jeugd.

Word lid en ontvang vijf nummer per jaar voor slechts 42,50 euro!

 

Voor mijn ogen zie ik een grote vlakte gevuld met water. In die open ruimte liggen een aantal eilandjes met bomen en bosschages en op het water her en der witte plukjes zeil. Daarachter zie ik de contouren van de stad, ijkpunten aan de horizon, gebouwen die ik herken zoals de DUO, Brander & Stoker, de Martini-toren en de Gasunie. Ieder een eigen verhaal en voor mij een herinnering, maar ik hoef er nu niks mee zo aan de andere kant van het meer.

Koepel

Achter mij staat de Paalkoepel, een klein ietwat in verhouding gek maar charmant pand dat in 1908 is gebouwd in opdracht van de Familie Scholten, een rijke landbouwindustrieel uit Groningen en omgeving. Het is een paviljoen op palen dat nu een restaurant is. De Paalkoepel begint steeds meer een opvallende verschijning te worden in het rijtje uitbaters langs het meer.  Begin van de 20ste eeuw wordt het Paterswoldsemeer ontdekt door welgestelde recreanten, terwijl het meer dan al een paar eeuwen oud is. In de 16e en 17e eeuw is ze ontstaan door de afgraving van veen.

Mijn meer

Ik woon nu bijna 20 jaar in de stad Groningen en een rondje rond het meer fietsen voelt als vrijheid zo nabij de dichtbebouwde omgeving. Soms voelt het alsof je de enige bent die dit weet en dat het meer van mij is. De zeilscholen en hun bootjes met rode vesten erop of pruttelsloepjes zijn er natuurlijk ook altijd, maar die hebben een doel op dat meer.  Nee, ik genoot daar van de weidsheid, de sporen van glorie uit voorbije tijden, de doorkijkjes tussen rietkragen en bebouwing. De ingrepen in het landschap met sloten, een molen, kleine scheepswerven, vervallen boothuisjes en steigertjes waar je alleen kan zijn. Ik zag ze liggen in het landschap rond het water en dacht dat ik de enige was die daarvan de schoonheid inzag.

Druk

Afgelopen jaren is de omgeving rondom het meer enorm in trek bij stadjers en iedereen uit de dorpen daaromheen. Grootschalige uitbaters als De Rietschans, Strandpaviljoen Paterswoldsemeer, Paviljoen van De Dame zijn binnen een paar jaar de grond uit gestampt en zitten propvol. De Meerweg die Haren en Paterswolde verbind en een scheiding vormt tussen Groningen met het meer en Drenthe met het Friesche Veen is heringericht en er is ook een strandje aangelegd. De weg is voorzien van kronkels en verhoogde vlakken om de snelheid van auto’s te verlagen en extra ruimte voor fietsers te genereren, want beide vervoersmiddelen zijn ruim vertegenwoordigd daar aan de rand van het meer. Het is er druk! Het is er ook nog steeds fijn, vooral met zon en uitgestrekte blauwe luchten met indrukwerkkende wolkenformaties, maar wel heel druk! Ik snap wel waarom, mensen genieten van hetzelfde waar ik van geniet. Zo dichtbij de stad en tóch het gevoel van ruimte. Zo’n 100 jaar later is het Paterswoldsemeer en haar omgeving wederom ontdekt door welgestelde recreanten en dat is met alle welvaart aan het begin van de 21ste eeuw een hele grote groep mensen.

Blijft er nog ruimte over?

Wat ik mij dan altijd hardop afvraag, wie ziet erop toe dat het Paterswoldsemeer een meer blijft met openbare ruimte dat voor iedereen toegankelijk blijft? Is er een meervisie of een meerplan? Dat je je kan blijven verwonderen aan de oevers, dat je zomaar ergens kan gaan zitten zonder aan de koffie of friet te moeten, waar je niet hoeft te watersporten, maar ook een passant mag zijn zonder doel. Die in rust zijn rondje maakt en het contrast van stad en ommeland op zich laat inwerken en zich misschien inbeeld hoe de recreanten van meer dan 100 jaar geleden in de toen al aanwezige paviljoens zaten bij te komen van die mooie maar intense stad.

In Noorderlicht | Huis van de Fotografie hebben wij een goede partner gevonden, niet alleen qua naam maar ook qua doel want Noorderlicht is ook zeer betrokken bij het Noorden. Vanuit die band heeft Noorderbreedte de fotografen van de fotosalon gevraagd hun Lauwersmeergebied op hun eigen manier in beeld te brengen. De salon is opgericht als dé huiskamer voor de noordelijke fotografie die beeldmakers verbindt en stimuleert.
Wij wilden uiteindelijk twee of drie fotografen kiezen die voor ons  het beeld zouden maken. Maar tot onze verbazing waren veel betrokken fotografen naar aanleiding van onze vraag direct het gebied ingetrokken. Bij de presentatie van het werk vielen we achterover van de kwaliteit: dit konden we onze lezers niet onthouden. Uiteindelijk heeft elke
fotograaf zijn of haar beste foto(’s) ingestuurd. Het resultaat: vijftien perspectieven op het Lauwersmeergebied. Wij hopen dat jij er net zo veel van geniet als wij.

Erik Slot

Meer Lauwersmeer
Meer over en van de fotografen van de fotosalon vind je in het dossier Lauwerskust op onze website. Daar lees je ook over een mogelijke expositie van het werk deze zomer.

Lees hier waarom Natuurmonumenten besloten heeft de bomenkap te stoppen.

Het is meer een zaak van bomen dan van bossen in het Noorden. Van oudsher is het landschap open en ruim. Ooit bestond het uit onmetelijke heidevelden en uitgestrekte hoogveengebieden of vruchtbare kweldergronden. Totdat de mens vanaf de negentiende eeuw het landschap naar zijn hand zette met ontginning en de aanleg van bossen en lanen. Een halve eeuw geleden zijn er in landinrichtingsprojecten nog duizenden hectares aan groen loof toegevoegd.

Hoeveel bomen er zijn? Niemand die het precies kan zeggen. Een gemeente heeft wel een inventarisatie van openbaar groen, Staatsbosbeheer kan het aantal bomen schatten, maar al die bomen op particuliere erven, al die houtsingels en al die bosjes – ze tellen niet echt mee. Er is geen groot oog dat ze registreert. Opeens kunnen ze er ook niet meer zijn. Gekapt.

Staatsbosbeheer heeft in de drie noordelijke provincies de meeste bomen. Geschat gaat het om 27 miljoen exemplaren, van klein tot groot. Dit is een grote verworven rijkdom in een gebied dat in vroeger eeuwen vooral kaal, woest en ledig was. Essen, iepen, eiken en dennen geven het noordelijk landschap kleur en karakter, ze vormen een schat van 55.000 hectare groot.

Zonder dat er nieuwe terugkomen, verdwijnen ieder jaar bomen, vanwege bosbeheer, ziekte of omdat ze in de weg staan. Bomen zijn vogelvrij, op de monumentale exemplaren na. Een particulier kan ze meestal zonder vergunning kappen, een gemeente zelf heeft veel ruimte in de regelgeving om honderden essen en zelfs oude beuken en eiken langs karakteristieke lanen te vellen.

Elke stadjer een boom

De stad Groningen geldt nu als een lichtend voorbeeld. De binnenstad zal vergroenen door de aanplant van 30.000 bomen. Het is een grote plus op de 170.000 bomen die er in de stad al staan. Door de grote zetelwinst van GroenLinks in Groningen bij de gemeenteraadsverkiezingen in november 2018 kan de partijwens in vervulling gaan dat er voor iedere inwoner een boom in de stad staat. Iedere stadjer die een boom wil planten, kan er een krijgen. Zo investeert de gemeente 4,2 miljoen euro in groen.

Anders dan in veel andere gemeenten is het stadsbestuur van Groningen nog strikt in het kapbeleid. Zonder vergunning gaat er geen bijl in een boom. Veel bestaande bomen blijven zo behouden. Monumentale bomen krijgen voortaan de strengste bescherming die mogelijk is.

Een ambitieus plan. De 30.000 bomen bij elkaar vormen een bos van 60 hectare, een kwart van het eiland Rottumeroog. Een klimaatbos mag, maar nog liever ziet de gemeente extra bomen in de stad. Groningen beantwoordt zo de toenemende druk op ruimte door woningen, wegen en bedrijvigheid. Maar eerlijk is eerlijk: in het verleden heeft de stad een correctie van het provinciebestuur te verduren gekregen omdat hij ruimte gaf aan woningbouw maar minder scheutig was met groene oases.

Waar blijven die bomen?

Een groot bosgebied blijft meestal wel in stand. Over het aantal bomen in het bos geeft Staatsbosbeheer inzicht op basis van steekproefsgewijze metingen. In een jonge opstand zijn het er meer dan in een eeuwenoud bos met grote reuzen. Dat levert opmerkelijke verschillen op, legt bosecoloog Ronald Sinke uit. In de provincie Groningen, met veel jonge bossen, staan verhoudingsgewijs 1.500 bomen per hectare. Drenthe haalt de helft daarvan. Friesland zit op ruim 1.000. Staatsbosbeheer heeft in de drie noordelijke provincies 28.845 hectare bos.

Toch verdwijnen voor het eerst sinds lange tijd bossen. De provincie Groningen – toch al niet ruim begenadigd met bomen – is in vijf jaar tijd ruim 1.000 hectare kwijtgeraakt. In 2013 stond de teller nog op 8.193 hectare, in 2017 op 7.126. Ook Drenthe is ruim duizend hectare kwijtgeraakt. Daar is het aantal van 35.755 naar 34.704 gedaald. In Friesland zakte het bosareaal van 12.693 naar 12.355 hectare.

Natuurontwikkeling, verstedelijking, wegenaanleg en het verdwijnen van tijdelijke productiebossen hebben het Nederlandse bosareaal in vijf jaar tijd met 5.400 hectare verminderd. Opmerkelijk is dat er de laatste jaren ook minder bos wordt aangeplant. Ook de compensatie voor gekapte bomen is onvoldoende. De vrijstelling voor herplant bij natuurontwikkeling vormt een deel van de verklaring.

Heide boven bos

Altijd zijn er weer nieuwe inzichten en financiële prikkels die het landschap laten veranderen. Met subsidiestromen voor nieuwe natuur worden bossen gekapt en wordt er ruimte geboden aan een terugkeer van oude cultuurhistorische landschapsstructuren, zoals heidevelden en zandverstuivingen. Met natuurherstelprojecten lukt het om landschapsbeheer gefinancierd te krijgen. De verwachting is dat er in de komende jaren meer bos verdwijnt.

Bosecoloog Eric Arets van Wageningen Universiteit ziet niet zo snel een ommekeer. De trend is duidelijk ingezet om bossen te ruimen voor andere natuur. Heidecorridors en zandverstuivingen als bij Gasselte krijgen de ruimte. ‘Heide wordt gezien als meer waardevolle natuur dan bos, vanwege de hogere biodiversiteit’, verduidelijkt Arets.

Financiële prikkels stimuleren de zucht naar nieuwe natuur. Op de biodiversiteit verhogen, staat een premie. Met nieuwe natuur kunnen natuurorganisaties vaak maximale subsidie binnenhalen. Ze ruimen de voor houtproductie bedoelde bossen met grove dennen, Japanse lariksen en fijnsparren of dunnen die uit. De diversiteit van de bossen is vaak klein.

Ook heeft Staatsbosbeheer in sommige gebieden de primaire doelstelling verlegd naar natuurbehoud en recreatie. Zo verdwijnen in het Dwingelderveld bomen en is het ook in Nationaal Park Drents Friese Wold de mensenhand die weer een ander landschap creëert. Het accent ligt op robuuste heidevelden waar alleen nog plaats is voor van oudsher voorkomende soorten als eiken en berken.

Sinds 1970 is er in de drie noordelijke provincies bijna 11.000 hectare grond met bomen beplant. Het betreft 7.000 hectare aan herbebossing, de rest is echt nieuw areaal, vooral in Friesland en Groningen voor landinrichting. In Drenthe is 90 procent vervanging van gekapt bos of herstel van door stormen gehavende bossen.

Agrarisch bos

Prikkels van buiten kunnen het landschap ook weer in snel tempo van bomen voorzien. Vaak gaat het om een politieke keuze, soms om een gevolg van andere doelen. Zo stonden er aan het eind van de vorige eeuw ineens bomen op honderden hectares landbouwgrond in de provincies Groningen en Drenthe. Populieren en wilgen hebben een kwart eeuw de wuivende landbouwgewassen vervangen.

Met name in Groningen en Drenthe is de verleiding groot geweest. Van de 1.596 hectare nieuw Nederlands bos hebben Groningse boeren er 900 voor hun rekening genomen en de Drentse collega’s 500. Een jaarlijkse Europese subsidie van 1.853 gulden (840 euro) per hectare gaf de boeren een vaste inkomstenbron. Die compenseerde ook de kosten toen zij op de akkers weer aardappelen en graan gingen telen.

Als bij toverslag is er in Groningen en Drenthe 1.400 hectare bos toegevoegd en zo snel is het ook verdwenen. Bomen mogen net als gras en maïs op landbouwakkers groeien, mits tijdelijk. Na 25 jaar zijn de meeste bossen gekapt, op een enkel perceel na. Daar is op verzoek en na toestemming een eeuwigdurend bos van gemaakt.

Puzzelen met bomen

Verkleining van het bosareaal is een vreemd fenomeen, zeker omdat het tijdens de nationale klimaattop van 2016 ondertekende actieplan Bos en Hout ervoor pleit 100.000 hectare bos aan te planten om zo de uitstoot van koolstofdioxide te helpen verminderen. Het bevreemdt ook bosecoloog Eric Arets. ‘Meer bos is een deel van de oplossing van het klimaatvraagstuk.’

De rijksoverheid moet de regie nemen en met provincies naar mogelijkheden zoeken, beklemtoont Arets. ‘Het komt aan op een toekomstvisie, want het gaat om grote gebieden.’ Bestaande bossen uitbreiden ligt voor de hand, maar ook landbouwgronden en lege industrieterreinen zijn interessant. Zeker is dat het puzzelen wordt op de kleine postzegel die Nederland heet.

‘De neiging bestaat om nieuw bos te plannen daar waar het de minste mensen treft’, waarschuwt Arets. Het plan voorziet onder meer in 30.000 hectare nieuw bos in de Veenkoloniën van Groningen en Drenthe, maar toch ook in het Groene Hart in de Randstad. De klimaatambities moeten het verteerbaar maken, net zoals met windmolens en zonnevelden.

Iepen en essen

Groningen is veel meer een provincie van bomen dan van bossen, ook al koestert bijvoorbeeld Ter Apel prachtige oude eikenbossen uit het begin van de negentiende eeuw. De weidsheid van het Groninger landschap krijgt pas diepte door een enkele iep of een rij essen langs de weg. De statige boerderijen mogen in grootsheid wedijveren met enkele monumentale eiken of beuken.

Maar de iepen en essen die zulke typische en veel voorkomende landschapselementen zijn in de kleibouwstreken van Groningen en Friesland, hebben het al jaren zwaar te verduren. Vanwege iepziekte en essentaksterfte zijn er duizenden exemplaren omgezaagd. Er zullen er nog duizenden volgen. Het lijkt een gesel ten faveure van het vlakke land.

Slechts een enkel resistent exemplaar kan blijven. ‘95 procent van de essen legt het loodje’, zegt bosecoloog Ronald Sinke. Hij maakt een rekensom voor de komende vijf jaar. In Groningen wordt 500 hectare bos omgezaagd, in Friesland 300 hectare. En in Flevoland, waar na de inpoldering grote boscomplexen vol essen zijn geplant, maar liefst 2.000 hectare. ‘Wat de eik voor het zand is, was de es voor de klei.’

Bosbeheerders hebben hun lesje geleerd. Monotone bossen zijn veel te kwetsbaar. Vooral als er ziekte in komt, zoals nu met de essen. De noodzakelijke kaalslag haalt de hele biotoop overhoop. ‘Dan ben je in een klap alles kwijt’, stelt Sinke vast. De klimaatveranderingen maken het probleem alleen nog maar erger. De Drentse lariksbossen lijden door de warme en droge zomers als van 2018.

De bossen in het Noorden krijgen in de toekomst meer diversiteit. Staatsbosbeheer heeft het eerder al gedaan in de Drentse bossen. Daar heeft het flink gedund in bossen vol met dennen en lariksen om zo jonge loofbomen de kans te bieden.

Heel wat houtvesters hebben in het verleden al een boom opgezet over de beste manier om op de woeste gronden bossen te planten. ‘Gelukkig is er in Drenthe al vaak gekozen voor gemengde bossen’, oordeelt Sinke. Op de vruchtbare gronden kan dat zelfs prima: ‘Eiken doen het ook heel goed op de klei.’

Bomen uit Waddenfonds

Vanuit het Waddenfonds is er een pot met geld beschikbaar gesteld om de herplant van 7.000 iepen mogelijk te maken in de Waddenregio, 4.000 in Friesland en 3.000 in Groningen. ‘Daarmee kunnen we het landschap weer verrijken met bomen die er van oudsher ook thuishoren’, legt Albert Erik de Winter uit, projectleider bij Landschapsbeheer Groningen en de Bomenwacht Groningen.

‘Het is minder groen dan het was’, merkt De Winter op. De zogeheten ruilverkavelingsbossen maken weer plaats. Dat past bij de weidsheid van het Groninger land en versterkt op sommige plaatsen de oorspronkelijke landschapsstructuren. Wel ziet De Winter met lede ogen dat er duizenden essen uit het Groninger landschap verdwijnen. ‘Het landschap is leger geworden.’

Meer lezen? Lees hier hoe Bert de Jong zelf denkt over de bomenkap in het Noorden.

In één van de laatste straten zonder ondergrondse. Wederom net op tijd bij de weg, de robotarm grijpt het vuilnis uit uw oog, uit uw hart. Honger of beter gezegd de trek, roept u voor het ontbijt.

Niet helemaal per ongeluk vergeten, ligt achter in de trommel het kapje volkoren. Na een halve februari en een hele maart ziet het op 1 april de lente zon.

De groene vlakte schittert muf in het licht. U landt er midden in.Deze kleine stap voor u is een grote voor ons allen. Zo ver het oog reikt, strekt het ingewikkelde netwerk van mycelium zich uit.Dwalend langs rhizoiden wordt de route bepaald door het eindeloos smalle hyfepad.

Alhoewel het dit niet nodig heeft, doet de zon het landschap goed. Ondoordringbare structuren vormen een chaotisch spel van lijn en licht. Rakelings scheren beide langs elkaar heen. Dit alles zo precies, geen mogelijkheid schijnt onbenut. Uitgeput in de schaduw van een sporangium komt het besef, dit is de wildernis, ongerept.

Opgesteld namens het ministerie van Economische Zaken. Dit niet meer consumeren, zo stelt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Over de rede van de gereguleerde redelijkheid valt niet te twisten. Verstand dicteert te handelen en zo het geschiedt.

Als eerste onderin een nieuwe grijze zak. Met haar verborgen sporen, nog overal aanwezig in ons cultuur verzadigde land. Ongeduldig wachtend op de dag dat zij uw brood, land en leven weer overnemen mag.

Aan de Drentse gedeputeerde Henk Jumelet de eer om het ‘verbouwde’ gebied in gebruik te nemen. Hij geniet ervan en schijnt zich te realiseren: ik ben nu nog gedeputeerde. De formatie van een nieuw college loopt, hij wil best door als gedeputeerde, maar je weet nooit hoe een politiek balletje rolt…

Vier jaar … dat is secondenwerk als je het afmeet aan de historie van deze plek.
Tot 1286 voeren hier schuiten geladen met turf uit Annerveen. Ze brachten de buit naar Aduard, waar het door de monniken die de operatie leidden, werd gebruikt of verkocht. De kronkels van het Oude Diep, zoals de Hunze hier heet, vonden ze nodeloze vertragers en dus groeven ze een recht kanaal naar het Zuidlaardermeer. En nu, 773 jaar later, heeft die Oostermoersche Vaart er een ‘oude’ concurrent bij gekregen: de bochtige oude Hunzeloop. Je kunt in het landschap zien waar de oude monniken ooit over het water gleden.
Terwijl de genodigden van de opening over de nieuwe dijken lopen – fraaie langzame natuurvriendelijke glooiingen – landen er drie regenwulpen. Het is de 86e vogelsoort die dit nieuwe natuurgebied vindt, weten de tellers te melden. De Hunze is inmiddels een walhalla voor de dieren. De eerste fietsers – een clubje sportfietsers uit Gieten – knallen over de brug zonder leuningen. Want dit gebied is niet alleen voor vogels heringericht ook mensen moeten gelegenheid krijgen van al dat moois te genieten. ‘Beschermen, beleven en benutten’, benoemt Jaap Nanninga van de gemeente Tynaarlo de drie uitgangspunten voor de recente gebiedsverandering. Een brug zonder leuningen dwingt je om goed om je heen te kijken – en misschien zelfs van de fiets af te stappen. Dat verhoogt de kwaliteit van de beleving en scheelt in onderhoudskosten bovendien.
Riksta Zwart neemt de leiding bij de opening: zij is als directeur van het Waterbedrijf Groningen de partij die dit gebied exploiteert. Diverse drinkwaterputten zijn verplaatst om te voorkomen dat het oppervlaktewater wat er nu vrij toegang heeft, het drinkwater kan vervuilen. Deze vernatting van het oppervlak is ook voor de drinkwaterwinning gunstig want een natte oostflank van de Hondsrug helpt tegengaan dat het grondwater in het Drentsche Aa-gebied aan de andere kant van de Hondsrug verder zakt. En dat schone Aa-water is een rijke bron die onze kranen laat lopen.
Eric van der Bilt is er ook. Hij begon een kwart eeuw geleden als directeur van Het Drentse Landschap te fantaseren over een natuurlijkere loop van de Hunze. Hij werd er toen om uitgelachen; wat hij wilde was ver voorbij de horizon van alle bestuurders. Maar stapje voor stapje zijn afgelopen decennia meanders teruggebracht, kregen de oevers een natuurlijker uitstraling en planten en dieren meer ruimte. En nu, op een zonnige woensdag in april, is het water terug in deze meanders van het Oude Diep achter De Groeve en Zuidlaren. Het werk is nog niet klaar: na het Zuidlaardermeer heeft de Hunze nog een heel eindje te gaan voor ze bij de Waddenzee is. Natuurherstel is een zaak van lange adem.

 

 

Als ik aan landschap denk, denk ik aan mijn opa. Hij is bepalend geweest voor mijn eerste ervaringen met het landschap. In de jaren ’50 startten mijn opa en oma met een melkveehouderij in Drenthe. Het Rijk moedigde voedselproductie aan door nieuwe boerenbedrijven te subsidiëren. Nooit meer honger was het devies na de Tweede Wereldoorlog. Hoewel mijn opa liever naar Canada was vertrokken, werd onder enige druk van mijn oma toch anders besloten. Het werd Drenthe, waar hele percelen nog ontgonnen moesten worden. Zo heeft mijn opa het landschap letterlijk met zijn eigen handen vormgegeven.

Toen ik geboren werd en mijn vader en moeder inmiddels het boerenbedrijf runden, was mijn opa er nog dagelijks te vinden. Als klein meisje was ik altijd bij hem. Van opa leerde ik aardappelen poten, doperwten pellen en bonen plukken. Hij leerde mij alles over vossen, fazanten, eksters en dassen. We plukten samen pruimen, peren en appels en raapten walnoten. In het bos waar we elke zondag een wandeling maakten, moest ik muisstil zijn. Dan zagen we nog net de reeën achterin het bos lopen. In datzelfde bos bouwden duizenden rode mieren samen een enorme mierenhoop; we keken elke week hoe ver ze gevorderd waren met het bouwwerk, een prachtig gezicht!
In die tijd was mijn landschap klein en overzichtelijk. Het beperkte zich tot het boerenerf en de omgeving rond de woning van mijn opa en oma. Maar het landschap stond ook erg dichtbij mij. Als kind was het een onderdeel van mijn dagelijks leven.

Het landschap waarin mijn opa en oma destijds zijn neergestreken, lijkt niet meer op het landschap van nu: meer weide, minder heide. De verandering verloopt zo geleidelijk, dat ongemerkt het landschap volledig transformeert. Die transformatie geldt ook voor mij. Hoe ouder ik word, hoe verder het landschap bij mij vandaan beweegt. Stond ik als 5-jarige nog elke dag met mijn laarsjes in de modder, nu spendeer ik bijna acht uur per dag in een kantoorruimte. Pratend over het landschap, dat dan weer wel.

Is het erg dat ons landschap verandert? Ik vind van niet. Landschap is geen statisch begrip. Er bestaat mijns inziens niet zoiets als een authentiek landschap. Het vastleggen van een beginpunt doet immers geen recht aan de veranderingen die daarvoor al hebben plaatsgevonden. Ik vind het juist waardevol dat we in de huidige tijd iets toevoegen aan het landschap, met respect voor wat er al is. Hoe mooi is het om als het ware een landschappelijke tijdlijn te creëren, waar ons nageslacht over 150 jaar uit op kan maken hoe wij ons landschap beheerden?

De laatste jaren merk ik dat mijn behoefte om het landschap weer te ervaren, groter wordt. Ik probeer nog bewuster te genieten van een wandeling, ben ’s zomers vaker op de boerderij te vinden en ik ben vorig jaar gestart met een moestuin. Even met je handen in de aarde woelen, dat is voor mij de ultieme beleving van landschap.

 

Het gereedschap van Typisch Gronings is op internet geplaatst. Iedereen kan het gereedschap vanaf 7 april op het web ophalen en is vrij om het te gebruiken. Daarmee krijgen bewoners mooie instrumenten in handen om meer regie te nemen over hun eigen leefomgeving. Noorderbreedte ontwikkelde met Studio MARCHA!, Ontwerpstation Loppersum en de Vereniging Groninger Dorpen afgelopen jaar gereedschap en probeerde dit ook uit. De oogst ervan delen we nu met de hele wereld.

Omdat in het aardbevingsgebied hele dorpen en streken worden versterkt en verbouwd is het des te belangrijker te weten wat een dorp tot jouw dorp maakt. Is het de oude molen, een historisch pand, je eigen voortuin of zijn het de paadjes langs de rand van het dorpsbos waar je altijd met de hond loopt? De vraag wat voor jou Typisch Gronings is, is te belangrijk om helemaal aan externe experts over te laten. Maar hoe geef je als burger daar in vredesnaam een helder antwoord op? Daarom ontwikkelden we een zogenaamde gereedschapskist. Daarin zit gereedschap  waarmee je je eigen huis, erf en woonomgeving op de kaart zet. Je kunt er een paar weken actief mee aan de slag. Dat doe je met elkaar als dorpsgenoten en ook dat maakt het inspirerend. Het fijne is dat de kit je helpt om helder te krijgen wat je in jouw dorp en leefomgeving waardeert. Aan de hand van het gereedschap heb je dat in beeld gebracht en kan je dat bespreken met je huisgenoten, dorpsgenoten en daarna met de professionele experts die je omgeving gaan ‘verbouwen’.

Het gereedschap Typisch Gronings is ontwikkeld voor het aardbevingsgebied maar is bruikbaar voor iedere groep mensen die zijn eigen leefomgeving koestert. Zeker als de boel ‘op de kop gaat’ – misschien om huizen te versterken, voor energieprojecten of om krimp dan wel groei te realiseren is het prettig en nuttig om goed te weten wat je in je eigen leefomgeving waardeert.

Over de makers

Wat ons bindt, is de ‘liefde voor het landschap’. Inwoners hebben hun leefomgeving in het landschap. Zeker in tijden van verandering is het fijn om te weten waarom jij houdt van het buurtje en de streek waar je woont.

Het gereedschap staat op de website van de Vereniging Groninger Dorpen en is op aanvraag passend te maken voor andere provincies.

Voor de presentatie bij de provincie werd een filmpje gemaakt.

Forum voor Democratie werd vorige week de grootste partij. Een grote verrassing kun je het eigenlijk niet noemen. Ook de peilingen beloofden al grote winst, al was die in werkelijkheid zelfs nog hoger dan verwacht. De peilingen kun je nog afdoen als een naargeestige droom maar na woensdag kon ik er echt niet meer omheen. Heel veel Nederlanders stemmen op iemand die de klimaatverandering ontkent. De andere grote winnaar is GroenLinks. Twee partijen die duidelijk profiteerden van een van de belangrijkste thema’s van de verkiezingen: het klimaat. Twee partijen die lijnrecht tegenover elkaar staan. De klimaatgelovige tegenover de klimaatontkenner.

Bij mijn dochtertje kwamen vorige week de eerste kiezen door. Een proces dat gepaard gaat met weinig slapen en veel troost nodig hebben. Terwijl ik ‘s nachts naar haar toe ging om haar opnieuw in slaap te wiegen dacht ik aan haar toekomst. Vol van zorgen zoekt mijn hoofd automatisch naar oplossingen. Al weet ik dat ik de oplossing voor haar niet ga vinden. Misschien kunnen we een stapje in de goede richting zetten?

‘Noorderbreedte zet zich in voor een zorgvuldige omgang met de leefomgeving’ onze slogan en mission statement. Net hoe je het wil noemen. ‘Dit doen we door onafhankelijke journalistiek te bedrijven,’ schrijven we. Maar wat is onafhankelijk te noemen in deze tijd? Het zal voor u niet als een verrassing komen dat wij ons toch wel in het kamp van de klimaatgelovigen scharen. Dat betekent niet dat we allemaal dol zijn op Groenlinks. Maar geloven dat het klimaat opwarmt door toedoen van de mens is nu ook een keuze. Het wordt niet gezien als een feit, maar een mening waar je voor of tegen kunt zijn.

Ik ben in de war. Net als na de Amerikaanse verkiezingen waarbij Trump gekozen werd heb ik het gevoel opgesloten te zitten in een bubbel. Ik ken misschien wel mensen die op Forum voor Democratie stemmen. Maar het zijn geen mensen waarmee de gesprekken verder gaan dan over koetjes of kalfjes.

‘Nu gaan de journalisten ons analyseren’ zei Theo Hiddema in zijn overwinningsspeech. En dat klopt. Journalisten zijn onderzoekers die de wereld willen begrijpen, de waarheid willen achterhalen. Maar ook journalisten kijken door hun eigen bril naar de werkelijkheid. De kunst is wanneer je in aanraking komt met ideeën die lijnrecht tegenover die van jou staan te onderzoeken wat er van klopt en wat niet. Daarom wil ik graag begrijpen waarom FvD zo groot is geworden.

Ik kan niet in het hoofd van kiezer kijken en er zullen honderden verschillende redenen zijn waarom mensen op een partij stemmen. Wat ik zie is dat Baudet een verhaal heeft en deze met volle overtuiging weet over te brengen. Terwijl de gevestigde partijen ons om de oren slaan met cijfers en berekeningen, vertelt hij een verhaal over een wereld die er ooit was en waar we naar terug verlangen. En ja, het sprookje rammelt. Vorige week schreef mijn collega Ineke Noordhoff al over de tegenstrijdigheden in het programma van FvD als het gaat om het landschap. Zo staan ze in Friesland voor ‘het behoud van het landschap en een aantrekkelijk Friesland voor toerisme.’ Aan de andere kant willen ze ‘geen belemmerende regels en maximale mogelijkheden tot ondernemen voor de boeren.’

Maar de vraag is of we ze op feiten kunnen verslaan. Natuurlijk moeten we laten zien wat klopt en wat niet. Onderzoeken of de beloftes die gedaan worden realistisch zijn en programma’s laten doorrekenen. Maar dat is pas het begin. In Den Haag leeft, volgens mij ten onrechte, het idee dat mensen zich laten leiden door hun portemonnee. Dat geloof ik niet, de gemiddelde Nederlander heeft genoeg te besteden en is ook tevreden met haar leven. De zorgen liggen bij de vraag waar we heen gaan, hoe de toekomst eruit ziet. Hoe de wereld eruit ziet voor onze kinderen en kleinkinderen. Dezelfde zorgen waar ik ‘s nachts van wakker lig.

Veel mensen vinden het antwoord bij Baudet omdat hij een verhaal vertelt over een toekomst waarin alles goed komt. Hij doet dat door terug te gaan naar een verleden dat nooit heeft bestaan. We kunnen erop wijzen dat het verhaal niet klopt, maar daarmee is er nog geen alternatief. Wat we nodig hebben is een verhaal over de toekomst, waarin verandering positief kan zijn.

In Amerika is er naar aanleiding van de verkiezing van Trump een nieuwe beweging onder schrijvers ontstaan genaamd ‘Hopepunk.’ De belangrijkste boodschap is: ‘Blijf vechten en hopen voor een betere wereld, wat er ook gebeurt.’ Het is een houding waarin je vasthoudt aan waarden als hoop, liefde en begrip. Volgens mij is dat het enige verhaal dat sterk genoeg is om een nieuwe beweging in te zetten. Cijfers zeggen niet genoeg want mensen zijn niet alleen rationele wezens. Vooral het rechtse flank van de politiek spreekt de mensen op hun gevoel aan.

Noorderbreedte is goed in het vertellen van verhalen. Ik durf te zeggen dat iedereen die voor ons werkt gelooft en hoopt op een nog betere wereld. Dat is wat ons drijft. Naast hetonderzoeken van alle feiten zullen we daarom ook altijd het verhaal blijven vertellen van ons prachtige Noorden, met prachtige mensen. Een verhaal van liefde waar we ons elke dag voor blijven inzetten.

De cursus is geschikt voor iedereen die belangstelling heeft voor de bijenteelt, maar de stap nog niet heeft gemaakt. Op donderdagavond wordt de theorie behandeld en op zaterdag de praktijk van het imkeren door in bijenkasten te kijken naar wat er zich voordoet. De cursist wordt vertrouwd gemaakt met het bijenvolk. (Voor bijenpakken wordt gezorgd!)

Data en tijden:

Donderdag 11 april aanvang 19.30 uur (theorie rond bijenteelt).
Zaterdag 13  april (praktijk in de bijenstal) aanvang: 09.30 uur tot 13.00 uur.
Kosten snuffelcursus € 5,-

Opgave is noodzakelijk en kan bij  Theo Hulshof via 06-512 654 85.

 

Het past in een romantische traditie – idyllisch, idealistisch, misschien zelfs sentimenteel – maar er wringt ook iets. Bij alle fabelachtige virtuositeit waarmee deze natuurbeelden zijn samengesteld, blijft overduidelijk het bewustzijn dat dit niet ‘echt’ is.

Multatuli, Couperus, Hermans: het zijn geen schrijvers die je direct met Groningen associeert. Toch hebben ze hier gewoond of opgetreden. Loop met literaire allesweter Douwe van der Bijl door het centrum en je leert alles over de schrijvers die met Groningen te maken hebben, in welk huis Troelstra zijn gedichten schreef, Hendrik de Vries in een kamer met zwarte gordijnen werkte en wie weet, belt hij wel aan bij het oude huis van Couperus.

Kaartje bestellen kan via deze link.

 

Het is fijn weer om de fiets te nemen als ik ‘s morgens naar mijn werk ga. Heerlijk om mijn geliefde Noordrentse landschap aan me voorbij te laten gaan. Vogels kwetteren dat het een aard heeft, een veldleeuwerik verrast me bij langs de Onnerpolder en in het bos kloppen de spechten er lustig op los. Langs mijn route staan meidoorns te bloeien. Maar de dichtbijheid van het landschap confronteert me ook met iets minder leuks. Tegen het groene gras op het ene stuk land steekt een ander perceel af: het gewas heeft een oranje-gele kleur; de bladeren zijn verschroeid door de onkruidverdelger Glyfosaat.

Het door Monsanto uitgevonden middel (bekend als Roundup) is dodelijk voor onkruid: je strijkt wat verdund spul op een blad en de hele plant sterft met wortel en al af. Vooral voor hardnekkig onkruid, zoals zevenblad en kweekgras, is het een effectief bestrijdingsmiddel. En na de droge zomer van vorig jaar is er veel van dat onkruid – en daarom zijn er nu veel verschroeide velden. Een heel veld doodspuiten gaat nog wel even een forse stap verder dan een blad vernietigen. Het betekent ongetwijfeld dat er ook heel wat gif langs het blad glijdt en de bodem in zakt. Er is weinig fantasie voor nodig om je voor te stellen hoe het gif door de poreuze zandbodem langs de torren, mieren en wurmen zakt naar de gangen van muizen en mollen en verder onder de grond naar de beken waar nog enkele zeldzamere soorten vissen en orchideeën in het wild voorkomen ( u weet wel, dat is de reden waarom Drenthe zo’n geslaagde recreatieprovincie is!).

Nou heeft Monsanto  (de uitvinder en producent) bewezen dat glyfosaat bij dieren geen kwaad doet. Het spul blokkeert de syntheseroute in de plant, maar bij dieren werkt de stofwisseling anders. Daarover is echter veel discussie ontstaan. Wat gebeurt er als de verdelgers zich opstapelen of als ze in combinatie met oplosmiddelen ons dieren- en plantenrijk binnenstromen? Het doet de zaak geen goed dat de producent van het middel ook deels de stiekeme bron van enkele studies vormt, zoals recent in een Amerikaanse rechtszaak bleek. In de Europese Unie wilden ze glyfosaat verbieden op grond van de ene studie, maar dat verbod werd vijf jaar uitgesteld vanwege een andere studie.

Wat is waar?

Onze biodiversiteit en insectenrijkdom gaan hard achteruit, dat is zeker. Ik heb altijd geleerd: bij twijfel niet inhalen. Bovendien spreekt mijn intuïtie een woordje mee. Zo’n verschroeide veld doet je zeer aan de ogen. En ik ben niet de enige. Op waarnemingen.nl geven burgers de glyfosaat-weilanden door zoals ze een blauwborst of geelgors aantekenen. Deze maand (van 1 tot 28 maart) waren er 7 meldingen in Friesland en evenzoveel in Groningen. Drenthe spande de kroon met 67 meldingen.

Drenthe! De natuurprovincie die gekend is om de rijke orchideeënbloei – omdat het diepe grondwater hier zo schoon is. De provincie waar oppervlaktewater wordt gewonnen om bij u en mij uit de kraan te stromen. Zelfs aan de rand van de beek zijn dezer dagen verschroeide velden te vinden, zei een onthutste boswachter me deze week. Op waarnemingen.nl zijn alle gemelde locaties te vinden. Voeg er gerust uw eigen waarneming aan toe. Dan weten we tenminste waar we het over hebben en kunnen verantwoordelijke bestuurders zich niet beroepen op onwetendheid. En stuur dit blog door met de hashtag verschroeidevelden.

Een boer wil baas zijn op zijn land. En toch zijn Friese boeren bereid om van hun land natuur te maken. Het wel en wee in het landschap is ze een prijs waard. Als die betaald wordt, willen boeren best de hoeder zijn van natuur waarin bijvoorbeeld weidevogels baas kunnen zijn.

Boerengrond blijft in een nieuw gezamenlijk experiment Natuer mei de mienskip eigendom van de boer, maar toch is deze natuur. Het verschil is dat de percelen voortaan rijke graslanden, vogelgraslanden of vochtige schraalgraslanden heten en dat er minder wordt bemest, later wordt gemaaid en er een hoger waterpeil wordt gehanteerd. Het is boeren met de natuur. Er komen in 2020 twee pilots, waarmee bewezen moet worden dat boeren zo prima natuurbeheerders kunnen zijn.

Provinciaal ambassadeur Arjen Kok van Natuurmonumenten spreekt van “een vernieuwende aanpak”.  De tijd van diepe tegenstellingen tussen de agrarische sector en de natuurorganisaties lijkt voorbij. In Fryslân hebben ze de handen ineengeslagen in een poging om zonder al te veel rimpelingen 2500 hectare landbouwgrond tot nieuwe natuur in te richten. Hiervan is een kleine 500 hectare al gerealiseerd.

De onorthodoxe koers heeft veel voordelen. Er is een groter draagvlak, de provincie heeft op een presenteerblaadje een invulling voor de afspraken met het Rijk over extra natuur en er is een oplossing voor het geldtekort voor het realiseren van nieuwe natuur. Er wordt meer natuur voor hetzelfde geld beloofd. In het zwartste scenario zou de provincie Fryslân – als deze dure landbouwgrond zou moeten opkopen – uitkomen op een tekort van 65,8 miljoen euro.

Het aantrekkelijke voor de boeren is dat ze een vergoeding krijgen voor het beheer van hun landerijen als natuur. Dat maakt de omschakeling naar een andere manier van boeren ook gemakkelijker. Een boer heeft voor een hectare vochtig weidegrasland 380 euro aan rechten te verzilveren en ontvangt daarnaast jaarlijks 520 euro subsidie voor beheer. In het plan krijgen ze voorts compensatie met extra land.

Er is onder boeren – mede door maatschappelijke druk – veel meer bereidheid om een goede balans te vinden tussen landbouw, natuur en landschap. De waarde van koeien in de wei en kruidenrijke weilanden betaalt zich uit. Kok ziet het gebeuren dat natuur-inclusieve landbouw de norm wordt. “Ook dan is er een goede boterham te verdienen in ons Friese landschap.”

Het doel van de betrokken natuurorganisaties Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en It Fryske Gea is om in 2027 een landschap te krijgen met een hogere biodiversiteit.  In de afgelopen vijftig jaar is er een negatief beeld ontstaan. De decimering van de populatie grutto’s staat symbool voor de achteruitgang. Meer natuurlandschap zou helpen bij een omslag, maar door de strengere mestregels zijn er tot nu toe weinig boeren die landerijen voor natuur willen verkopen. Begin 2018 hebben acht partijen elkaar daarom opgezocht om volgens Kok “op de een of andere manier samen te werken”.  Later is ook Wetterskip Fryslân erbij gekomen.

De Friese gedeputeerde Johannes Kramer beschouwt het plan als “een set nieuwe kansen”. Naast de al langer gereserveerde 79 miljoen euro van het Rijk voor het voltooien van het Natuur Netwerk Nederland in Fryslân hoopt hij ook uit andere fondsen geld te krijgen. Daartoe hoort de pot van het Klimaatakkoord om de uitstoot van koolstofdioxide te verminderen. Door volgens plan 800 hectare veengronden een hoger polderpeil te geven, wil Fryslân een bijdrage leveren. Er is al 4,5 miljoen euro toegezegd voor een pilot voor veenbehoud.

Bestuurder Peet Sterkenburgh van boerenorganisatie LTO juicht de samenwerking met natuurorganisaties toe. Hij ziet perspectief voor melkveehouders door extra mogelijkheden om aan de slag te gaan met agrarisch natuurbeheer en spreekt over “een mooi initiatief, ontstaan door opgebouwd vertrouwen in elkaar “. Chris Bakker van It Fryske Gea wil kansen benutten om ook met water, recreatie en klimaat nieuwe doelen te halen. “Er past heel wat in dit model.”

‘Via het filter van onze eigen tijd loodsen we het landschap door naar de toekomst.’
Een tijdreis door de ogen van nu. De publicatie Drenthe Maakt van de Provincie Drenthe is een bloemlezing van actuele initiatieven, waarbij alle hoeken van Drenthe aan bod komen.

Een veelvormige verzameling van hedendaagse ruimtelijke projecten, toevoegingen aan het landschap die op een eigen manier ‘iets doen’ met de geschiedenis. Voorin is een essay van Ineke Noordhoff opgenomen met een bespiegeling op het uitwissen en toevoegen van tijdlagen en de manier waarop de recente periode en met name de ruilverkaveling van invloed zijn geweest.

De projectbeschrijvingen laten zien dat je de geschiedenis op verschillende wijze kan interpreteren – maar zijn wel uiterst objectief gehouden. Het laat zien hoe het landschap mee verandert met ons leven. Dit boek, dat bestemd lijkt voor planvormers en ontwikkelaars, is niet alleen een ‘inspiratiebron’ zoals de titel aangeeft, maar ook een mooie aanleiding voor discussie: respectvol omgaan met de geschiedenis van het landschap, hoe doe je dat eigenlijk?

‘Drenthe maakt’ is op aanvraag verkrijgbaar. Neem voor meer informatie contact op met het klantcontactcentrum van provincie Drenthe op 0592-365555.

Is Typisch Gronings typisch Forum voor Democratie?

Een moeilijke vraag van de hoofdredactie naar aanleiding van de laatste verkiezingen:

‘Forum voor Democratie richt zich op identiteit, ons landschap, het land waar we vandaan komen. Nou doet Noorderbreedte dat in zekere zin ook met Typisch Gronings. Toch hebben wij het gevoel dat we het op een andere manier doen. Is dat zo? En waar zit dan het verschil in? We vroegen ons af of jij als filosoof daar iets over zou willen schrijven voor onze website.’

Een filosofisch spelletje zoek de verschillen dus.
Typisch Gronings

Ik begin met Typisch Gronings. Op de NB-site staat daarover het volgende: ‘Na de bevingen van de aarde volgt een evenzo vernietigende ”verbeteroperatie”. Zo raakt Groningen niet alleen zijn veiligheid maar ook zijn eigen identiteit kwijt. Dat laten we niet gebeuren! Noorderbreedte startte in de zomer van 2017 de actie Typisch Gronings. Bewoners brengen in kaart wat voor hen Typisch Gronings is – opdat dat niet onder de voet wordt gelopen.’

Een greep uit de voorlopige resultaten: stamppot bruine bonen, rode bakstainen, grote graanschuren, noeste arbeid, rebels communisme.

(https://noorderbreedte.nl/dossiers/typisch-gronings/)
Typisch Forum voor Democratie

Dan Forum voor Democratie. Ik hanteer het principle of charity, probeer de positie van FvD zo gunstig mogelijk voor te stellen en ga daarom niet in op Thierry Baudet’s gebruik van termen als ‘homeopathische verdunning’ en ‘boreaal’.

Van de FvD-site: ‘Op dit moment subsidieert de Nederlandse overheid segregatie-bevorderende, weg-met-ons projecten; terwijl we datgene waar we trots op mogen zijn, het mooiste en het beste dat het Westen heeft voortgebracht, onderschoffelen.

Dat moet veranderen. We moeten muziek en kunst, cultuur en kennis veel meer onderwijzen op scholen en uitdragen in de media; en het gedachtengoed van filosofen als Erasmus en Spinoza ontsluiten voor een breder publiek, bijvoorbeeld via educatieve documentaires.

De afgelopen decennia is gepoogd de Nederlander van zijn geschiedenis te vervreemden en van zijn cultuur los te snijden. Dit moet niet alleen stoppen, het moet worden teruggedraaid. Voor effectief cultuurbeleid hoeft niet meer geld te worden uitgegeven; het huidige budget moet anders en beter worden besteed.

Wij willen:

Al die mooie dingen die het Westen heeft voortgebracht weer onderwijzen, uitdragen en promoten.
Stoppen met het subsidiëren van segregatie.
Stimuleren investeringen bedrijfsleven in Nederlandse film, kunst. Ook meer Nederlandse cultuur op de NPO.
In het algemeen: weer van ons land gaan houden en trots zijn op onze gedeelde geschiedenis en toekomst!
(https://forumvoordemocratie.nl/standpunten/cultuurbeleid)’
Typisch Gronings versus typisch Forum voor Democratie

Wat zie ik als de belangrijkste verschillen?
1 Zoeken versus vinden

Typisch Gronings veronderstelt wel dat er iets als een Groninger identiteit bestaat, maar realiseert zich tegelijkertijd dat het die samen met de bewoners moet zoeken.

FvD daarentegen beschikt kennelijk al – vraag me niet hoe – over een integrale boedelbeschrijving van de Nederlandse cultuur en geschiedenis.

 

2 Bewoners Groninger land versus ‘ons’

Typisch Gronings gaat in gesprek met bewoners en helpt hen zo hun identiteit te vinden.

FvD daarentegen spreekt niet met maar namens ‘ons’.
3 Openheid versus geslotenheid

Bij Typisch Gronings kan iedere bewoner meepraten.

Bij FvD staat ‘ons’, het volk, tegenover interne en externe vijanden. De interne vijand bestaat uit degenen die hebben geprobeerd de ‘Nederlander van zijn geschiedenis te vervreemden en van zijn cultuur los te snijden’.

Wie de externe vijand is, blijft impliciet. Maar ‘onze geschiedenis en toekomst’ suggereert het bestaan van vreemdelingen. Kan wie ‘onze’ geschiedenis niet deelt, ‘onze’ toekomst wel delen?

Zo nee, wie is dan die de strange stranger? Iedereen die geen Nederlander is? (Maar wat betekent dat? Geen Nederlands paspoort heeft? Of niet van Nederlandse afkomst is?) Wie niet bij het ‘ons’ van ‘weg-met-ons’ en ‘ons’ land hoort? (Maar – zie boven – wie bepaalt wat ‘ons’ is?) Wie niet bij ‘het Westen’ hoort? (Maar wat is het Westen?) Wie ‘filosofen als Erasmus en Spinoza’ niet gelezen heeft? (Of niet voldoende begrijpt, zoals ik? Of niet naar hun ideeën leeft?).
Typisch voor Typisch Gronings en Forum voor Democratie

Typisch Gronings valt dus op drie punten duidelijk te onderscheiden van Forum voor Democratie. Toch zijn er zeker overeenkomsten, zoals de NB-hoofdredactie al aangaf: beide richten zich op identiteit, ons landschap (al doet FvD dat misschien minder expliciet) en het land waar we vandaan komen.

Stel nu dat mensen Typisch Gronings gebruiken om het Groninger ‘ons’ af te bakenen. Wie van stamppot bruine bonen houdt, van rode bakstainen, grote graanschuren, noeste arbeid en rebels communisme is een echte Groninger. Stel nu dat dit criterium de grenzen van de gemeenschap bepaalt: wie niet van bruine bonen enzovoorts houdt, moet weg. Dit gedachtenexperiment leert dat elke poging om een identiteit af te bakenen altijd een gevaar in zich draagt – ook Typisch Gronings.
Identiteit van wie en wat?

Maar moeten we daarom identiteitsloos door het leven gaan? Ik denk het niet. Goed, natuurkundig gezien ben ik misschien niet meer dan een tijdelijke bundeling van elementaire deeltjes. Toch vallen er ook sociologische, historische, literaire of juist alledaagse verhalen over mij te vertellen. En al vallen die verhalen niet altijd samen en veranderen ze ook, ze maken mij wel mede tot wie ik ben. Daarbij overstijgt een groot deel van die verhalen mij – zo figureer ik slechts in het verhaal van de Nederlandse geschiedenis, en dat is waarschijnlijk nog te sterk uitgedrukt. Mijn persoonlijke identiteit kan niet bestaan zonder de identiteit van de groepen waartoe ik behoor. Wie niet in een groep leeft, is een dier of een god, zei Aristoteles. Want alleen in een groep kan de mens floreren. Recent onderzoek, zoals van psychologe Naomi Ellemers, geeft de klassieke Griekse filosoof gelijk. Ik moet Thierry Baudet nageven dat hij – weliswaar mede dankzij zijn voorgangers Frits Bolkestein, Pim Fortuyn en Geert Wilders – een essentiële vraag weer op de politieke agenda heeft gekregen: wie zijn wij? Ook heeft hij goed begrepen dat mensen een gedeeld verhaal nodig hebben om voor te leven, een verhaal dat verleden, heden en toekomst tot een zinvol geheel smeedt. Helaas was Baudet’s intellectuele creativiteit daarmee op en is hij in de bekende reflexen vervallen: een simplistisch historisch verhaal als maatstaf nemen, het ‘wij’ definiëren vanuit het ‘niet-wij’.

Kan het dan anders? Ik hoop het. Het begint er in elk geval mee kritisch naar de vraag ´wie zijn wij?’ zelf te kijken. Hoezo ‘wie’? Want mensen zijn – zoals filosoof Bruno Latour schrijft – altijd al verbonden met niet-mensen. Met stampot bruine bonen bijvoorbeeld, rode bakstainen, grote graanschuren. Maar ook met bijen, grutto’s, wormen. Het lijkt mij ook gezien de steeds urgentere milieuproblemen zaak om de vraag naar identiteit niet te antropocentrisch te stellen. Daarbij is identiteit altijd al verbeeld en geconstrueerd, zoals historicus Benedict Anderson heeft laten zien in Imagined Communities, een boek dat FvD-stemmers beter kunnen lezen dan Hegel’s Rechtslehre of Spengler’s Der Untergang des Abendlandes.

‘Wie en/of wat zijn wij nu, hoe zijn wij zo geworden, en wat willen en kunnen wij gezamenlijk worden?’ Dat lijkt mij kortom de juiste vraag. Toegegeven, niet erg catchy geformuleerd. Maar de makers van de Typisch Gronings-toolbox kunnen die vraag vast aansprekender brengen.

 

We hadden iets persoonlijks te vieren, en daarom waren mijn man en ik een nachtje in Harlingen in de nok van de oude vuurtoren te gast. Terwijl de zon in de Waddenzee onder ging en de lucht oranje kleurde, keken we bewonderend naar de fraaie historische stad, haar  havens en het ruime groene ommeland.

Enkele uren later, bij het rijzen van de zon, lagen we in een paars probleemgebied. Vanuit het niets werd het Forum voor Democratie de leidende partij in Harlingen. Maar liefst 17,5 procent van de bewoners, 24 meter onder ons, heeft op deze nieuwkomer in de provinciale politiek gestemd. Verbaasd kijken we vanuit onze toren om ons heen. Wat beweegt de Harlingers om zich zo massaal af te wenden van traditionele partijen?

Dat ze in Midden- en Oost-Groningen het vertrouwen in de traditionele politiek verloren hebben, kan ik snappen – de Kafkaiaanse manier waarop er met aardbevingsschade is omgegaan is beschamend. Waar moet je dan je hoop nog op vestigen? Ook de positie van de Stellingwerven – tussen Groningen, Drenthe en Friesland in – is altijd ‘bijzonder’ geweest. Dit oude veengebied was lang het terrein van armoede, uitbuiting en frustratie. Een vruchtbaar terrein voor populisme. Logisch dat die gebieden paars kleuren op de kaart het verkiezingsuitslagen.

Maar Harlingen? Een stad die ouder is dan Leeuwarden en Amsterdam – met een rijke historie – een fors industrieterrein, knooppunt van veerdiensten en havenactiviteiten en een behoorlijk welvaartsniveau. Harlingen ligt temidden van gemeenten waar het CDA de grootste partij is gebleven; diepgroen op de kaart. Maar in de enclave Harlingen kleurt het paars als in de probleemsteden Den Helder en Almere.

Hoogste tijd om het programma van FvD er op na te lezen. ‘Behoud van het Friese landschap’, staat er en ‘een aantrekkelijk Friesland voor toerisme.’ Hoe willen ze dat bewerkstelligen?  Laten ze boeren hun sloten weer open graven zodat toeristen Friesland kunnen herkennen als fraai waterland? Krikken ze het waterpeil verder op om balans in het landschap te brengen? Integendeel, FvD geeft boeren de ruimte: ‘Steun voor de gehele agrarische sector, minder belemmerende regels en maximale mogelijkheden tot ondernemen’, lees ik. Ook in andere provincies, zoals Drenthe, wil FvD de landbouw bevorderen, recreatie faciliteren en bovendien ook de natuur beschermen. Over de onderlinge tegenstrijdigheid van die doelen hebben ze het niet.

Het FvD afficheert zich als een ondernemerspartij. Boeren, hoteliers, fietsverkopers en industrieën moeten de ruimte krijgen. Behalve dan wind- en zonboeren, want daar is de partij niet van gediend. Daar heet het dat ons prachtige landschap gekoesterd moet worden en daarom gevrijwaard dient te blijven van zonneweides en windmolens. Apart benoemd staat dat ‘duurzaamheidsbeleid nooit ten koste mag gaan van de landbouw’.

Vertwijfeld kijk ik om me heen. Enorme bedrijfshallen vullen de Harlinger waterkant. De van over de hele Waddenzee te herkennen gebouwen zijn een gruwel voor Waddenland-liefhebbers en –beschermers. Maar kennelijk zit de meest gekozen partij in dit gebied daar niet mee. Want die wil ‘een goed ondernemersklimaat’ en ‘hoogwaardige bedrijventerreinen met moderne voorzieningen’. Achter de immense bedrijfshallen zie ik rijen windmolens. Ook een pain in the ass voor Waddenzee-beschermers, maar hier kunnen ze wel zij-aan-zij optrekken met het FvD. Misschien zijn er meer gelegenheidscoalities mogelijk. FvD afficheert zich namelijk ook als partij voor goed openbaar vervoer en een slim en veilig netwerk van (snel)fiets- en wandelpaden.

Is dat wat de Harlingers aanspreekt of zouden ze gewoon een hekel hebben aan hun Commissaris van de Koning? FvD aanvaardt namelijk alleen maar het woord van de Commissaris van de Koning als die gekozen is door de bevolking. Ik peins: wat is er anders in Harlingen dan in Delfzijl, waar FvD 12,6% scoorde, of  in Oldambt waar de nieuwkomer 13,9 % van de stemmen haalde? Waarom hebben zich in Harlingen substantieel meer mensen bekeerd tot de club van Baudet (17,5%)? Dan lees ik de paragraaf in het verkiezingsprogramma over ‘beter bestuur’: gemeenten mogen uitsluitend fuseren als de bewoners het daarmee eens zijn. Misschien is dat het punt! De buurgemeenten van Harlingen hebben herindelingen achter de rug. Recent vormden diverse gemeenten de Waadhoeke, daarvoor al werd aan de andere zijde Súdwest-Fryslȃn gevormd. Harlingen bleef Harlingen. Ooit een voorname handelsstad – een plek met stadse allure. Is de positie van die centrumplaats aan het afbrokkelen omdat de buren zijn uitgedijd?

Ik tuur de horizon af: de fraaie binnenhavens, het strand, de kerken en grachten met karakteristieke gebouwen. Alles fraai gelegen aan het Werelderfgoed Waddenzee.

Ik zie ik zie wat jij niet ziet.

Wat zie je dan?

Een grote grote walvis.

Wat voor kleur heeft die?

Paars.

 

‘Waterschap en landschap zijn aan elkaar verbonden’, betoogt Carla Alma, bestuurder van Noorderzijlvest. De transformatie van 1.700 hectare boerenland in natuurgebied De Onlanden helpt om droge voeten te houden. De natuur tussen Groningen, Leek en Peize kan nu veel meer water bergen – nuttig bij extreme regenval. Bovendien houden de Drentse beken het water langer vast doordat hun bovenlopen weer meanderen. ‘Het is ons belang dat we het heldere, van het Drents Plateau afkomstige water langer in ons gebied houden.’

De Onlanden is volgens Alma ‘een schoolvoorbeeld van hoe je het moet doen’. De provincie Drenthe en waterschap Noorderzijlvest hebben de handen ineengeslagen om zowel waterberging als natuur te realiseren. Na een relatief korte tijd van acht jaar voorbereiding hebben ze het echte werk in vier jaar uitgevoerd. Al in de natte winter van 2012 kon het waterschap het gebied benutten.‘We hebben het landschap op zijn kop gezet, maar het moest. Dit was hiervoor het gebied bij uitstek, het ligt al twee meter onder NAP.’
Maar ‘we zijn nog niet op orde met droge voeten’. Het waterschap en de provincie Groningen zijn nu bezig in het Westerkwartier ‘hetzelfde kunstje te flikken’. Waar De Onlanden een waterberging van 10 miljoen kubieke meter vormt – net zo veel als de hele Groninger boezem  – kan het Westerkwartier in de toekomst 7 miljoen opnemen. Alles in nauw overleg met de agrariërs. ‘Zij hebben een groot belang om het boerenlandschap te behouden’.

Bij een waterschap zitten de behartigers van boeren- en die van natuurbelangen aan dezelfde vergadertafel. ‘Ze staan soms tegenover elkaar, maar het grappige is dat ze elkaar ook vinden.’ Alma heeft namens WaterNatuurlijk sinds 2000 zitting in het bestuur van Noorderzijlvest, vanaf 2009 als lid van het dagelijks bestuur. ‘In al die jaren heb ik veel groene projecten kunnen binnenhalen. Denk aan beekherstel, vistrappen, natuurvriendelijke oevers, aan alles wat te maken heeft met de groene kanten van ons waterstelsel.’

Van oudsher vormt het waterschap een ‘boerenbolwerk’. De ‘geborgde zetels’, benoemd door belangenorganisaties als landbouworganisatie LTO, vertegenwoordigen nog altijd de agrarische belangen. Sinds 1992 hebben burgers een stem in het waterschap. ‘Toen werden ook de groene mensen wakker geschud.’

In het bestuur van Noorderzijlvest hebben de boeren vier plaatsen, bedrijven twee en natuur- en bosbeheerders een zetel. ‘Dat is totaal uit balans’, vindt Alma. Ze noemt Wetterskip Fryslân als voorbeeld van hoe het anders kan. Daar heeft iedere sector drie geborgde zetels. Ze pleit overigens voor alleen democratisch gekozen zetels.

Als boegbeeld van de Waddenvereniging was Carla Alma eraan gewend op de barricaden te klimmen. Nu sluit ze compromissen. Er zijn in de polders zoveel partijen die ‘aan touwtjes trekken’. Ze overlegt met gemeenten, provincie en in het bijzonder de boeren. Die hebben ongeveer drie kwart van het land in bezit. ‘Die moet je aan je zijde hebben.’ Het waterschap is van oorsprong vooral dienend en uitvoerend. Andere overheden bepalen de normen voor bijvoorbeeld de dijkhoogte. ‘Als het gaat om water, is het waterschap aan zet.’

De waterschappen hebben een missie voor de lange termijn, erkent Alma. ‘Het gaat erom mensen bewust te maken.’ Volgens haar is er in een kwarteeuw veel veranderd. ‘Iedereen zit met de vraag: hoe pakken we klimaatverandering aan? Mensen zijn er inmiddels wel van overtuigd dat er iets moet gebeuren.’

De veiligheid van de bewoners achter de zeedijken staat voorop, daarover bestaat geen enkele twijfel. Er moet volgens haar nagedacht worden over hoe zo’n dijk er in de toekomst moet uitzien. ‘Moet het met een hoge harde dijk, een soort Trumpiaanse muur? Of kan het ook anders? Of doe je iets met de Waddenzee?’

‘Het zoute water zit in mijn bloed’, zegt Carla Alma over zichzelf. Op een agrarisch bedrijf aan de rand van de zee bij Uithuizermeeden groeide zij op, daar waar haar voorouders bij voortduring ‘land op de Waddenzee veroverden’. Zij lieten eb en vloed hun werk doen met slib tussen de aangelegde rijsdammen en bouwden mee aan de Emmapolder en de Eemspolder. Bij zware storm zaten zij verplicht op zolder. ‘Dat kon ons ook gebeuren.’ Het nationaal trauma van de Watersnoodramp in 1953 zat ook in de hoofden van de Groningers. ‘De ramp in Zeeland heeft lang het denken bepaald. De Deltawerken zijn op een zakelijke en technocratische manier uitgevoerd. Zo hebben we harde hoge dijken gekregen, van Zeeland tot aan de Dollard.’

De benadering van destijds heeft plaatsgemaakt voor een andere aanpak. In plaats van de dijk te verhogen heeft het waterschap er bij de Dollard voor gekozen de dijk plaatselijk tien tot tot dertig meter breder, en daarmee robuuster te maken. ‘Wanneer je toch een dijk aanpakt, kun je als waterschap ook nadenken over het landschap’, vervolgt Alma. Bij Bierum komt over een lengte van 2,5 kilometer een dubbele dijk. Die grijpt terug op de filosofie van vroeger, met een slaperdijk, een gaperdijk en een wakerdijk. Tussen deze dijken komt een gebied van vijftig hectare voor kokkelvisserij en zilte teelt van zee-aster en zeekraal. ‘Ook zo kunnen we tot 2050 veiligheid garanderen.’

Moet een waterschap de horizon niet veel verderop in de tijd leggen? ‘Tot 2100 is de wereld gewoon te onzeker’, reageert Alma. ‘Ik heb geen glazen bol. Tot 2050 weten we het. We kunnen wel filosoferen over de jaren daarna, maar harde maatregelen kunnen we niet nemen. Dat gaat te ver.’

Tussen 2013 en 2017 volgde ik de opleiding journalistiek in Zwolle, mijn studiebeurs vulde ik in die periode aan als pakketbezorger in Noord-Nederland. Mooi werk, je ziet nog eens wat. Ik heb van mijn studentenbaantje tot op de dag van vandaag geen afscheid kunnen nemen. Op zaterdag, zondag en dinsdag voltrekt het noordelijke landschap zich nog altijd door de vooruit van mijn Volkswagen Transporter. Een korte verhandeling:

In de omgeving van Haren: Op mijn rittenlijst heeft de klant een code laten schrijven, de cijfercombinatie opent de poort naar zijn oprijlaan. Ik rij naar binnen en parkeer. Mijn afgetrapte bestelbus was vroeger wit, nu lijkt-ie eerder grijs. Hij staat hoe dan ook in schril contrast met de zes matzwarte personenwagens om me heen. “Dikke BMW’s,” noemen ze die in Oranje. De deurbel doet dingdong, maar de deur blijft dicht. Waarschijnlijk is het gezin met hun zevende auto naar een fundraiser. Dan begint de bel te praten. “We zijn er even niet, zet de doos maar voor de deur.” In Noord-Nederland word ik weliswaar soms nors begroet – stereotypen ontstaan niet voor niets – maar van zelfs de stugste boer krijg ik een persoonlijk knikje. Ik wil nooit meer in gesprek met een deurbel.

Friesland: “Hallo, ik heb een pakket voor je maar kan je adres niet vinden,” klaag ik in mijn telefoon. “Dat gebeurt vaker,” verzucht de andere kant van de lijn. “Waar ben je nu?” Ik kijk naar de straatnaam, de ene lettergreep is nog lastiger uit te spreken dan de ander. “Bij de Shell, links van de rotonde,” zeg ik, bang om de trotse Fries met wie ik het genoegen heb met mijn onhandige Hollandse accent te beledigen. De klant weet genoeg. “Je gaat rechtdoor op de rotonde, volgt de straat die begint met een F, gaat rechts op de straat die begint met een T en dan is mijn huis aan het eind van de weg die begint met een L.” Fiif minuten later kom ik aan.

De steden: Voor de pakketbezorger heeft Noord-Nederland twee steden: Groningen en Leeuwarden. Emmen is een uit de hand gelopen industrieterrein annex Vinex-wijk. Je hebt er een appartementencomplex waar je zo lastig inkomt dat de Noord-Koreaanse overheid eens op werkbezoek zou moeten: in iedere lobby vind je een verslagen pizzakoerier. Verder kent Emm’n geen uitdaging’n. Hoe anders is dat in Leeuwarden, waar sommige straatjes zo nauw zijn dat je er inrijdt zonder te weten of je er ooit nog uitkomt. De eenrichtingswegen in Ljouwert sturen me in zoveel rondjes dat ik er duizelig van word. In Groningen geldt dat minder, de lokale handhaving heeft er daarnaast vrede gemaakt met bestelautootjes die parkeren op plekken waar dat eigenlijk verboden is. Als pakketbezorger met een dak boven mijn hoofd kijk ik meewarig naar werknemers van Thuisbezorgd en Uber Eats. Ze wachten geduldig bij de Burger King in de wetenschap dat ze dadelijk een Whopper-menu naar Paddepoel moeten fietsen. Ik zet mijn kachel een graadje hoger en druk het gaspedaal in.

Noord-Groningen: Voor ritjes door de Ommelanden hoef ik eigenlijk geen geld. Dorpen en buurtschappen die ik aandoe liggen zo ver uit elkaar dat ik soms nog geen twintig dozen meekrijg. De wegen van betonplaten, niet veel breder dan een fietspad, kronkelen door weilanden en koolzaadvelden, de horizon is eindeloos. Op zomeravonden neem ik rond zonsondergang pauze, ik pak een blikje cola uit de koeling van mijn bus en wacht tot het donker wordt. Vlak voor het licht helemaal uitgaat zie ik de duistere silhouetten van kop-hals-rompboerderijen, ze zijn ogenschijnlijk willekeurig over het land uitgestrooid. Het is nu pikzwart, ik ben heerlijk verdwaald in de provincie. Mijn laatste adressen vind ik door blind mijn navigatie achterna te rijden, ik heb geen notie van waar ik ben.

Waar ik deze verkiezingen blij van wordt zijn de onderwerpen die worden aangesneden. Hilversum trekt daadwerkelijk de provincie in en opeens hoor ik over problemen die eerder nooit het nieuws haalden. Vandaag opent de Volkskrant bijvoorbeeld met de vraag over wel of niet het waterpeil verhogen. Een onderwerp dat wij uitvoerig hebben besproken maar dat in nationale media nauwelijks aan bod kwam. En wat dacht je van Pauw en Jinek die drie dagen in Loppersum verblijven? Wat dat betreft mogen er elk jaar wel provinciale verkiezingen zijn.

Maar ik merk ook dat ik in tegenstelling tot dertien jaar geleden al snel verzadigd ben. Moe van de discussie, oneliners en lijsttrekkers die opeens overal opduiken. Ik heb mij deze week meerdere keren afgevraagd hoe dat komt. Is het simpelweg omdat dat ik ouder ben, minder vatbaar voor het politieke spel? Niet meer naïef genoeg om te geloven dat er daadwerkelijk iets veranderd kan worden? Ik denk het niet.

Wat ik zie als ik naar de lijsttrekkers kijk zijn curlingpolitici, die net zoals curlingouders alle problemen voor de burgers zeggen weg te nemen. Wat ik mis is een lijsttrekker die mij aanspreekt op mijn verantwoordelijkheid. Die mij vraagt wat ik doe voor de samenleving. Zodat ik onderdeel wordt van het gesprek en serieus wordt genomen. Nu zie ik politici over ons praten zoals ouders dat doen: ‘Wij weten wel wat het beste voor je is, stil nu maar.’

Net als ik dertien jaar geleden geloofde in verandering zijn er nu honderden jongeren die de straat op gaan om actie te voeren voor het klimaat. Ik hoop dat wij ze serieus durven te nemen. Serieus nemen betekent geen sprookje verkopen van ‘het komt allemaal goed, het gaat ons niks kosten en je gaat er zelfs op vooruit.’ Het betekent verantwoordelijkheid geven en zelf het goede voorbeeld geven. Ik hoop nog steeds op een politicus die dat verhaal durft te vertellen.