Tweede kerstdag 1986. Een aardschok in Assen. Meent van der Sluis, geograaf, legt direct verband met de aardgaswinning en schrijft een artikel dat in NRC wordt gepubliceerd. Wanneer je op drie kilometer diepte aardgas wint, kunnen er aardschokken komen en zal de bodem dalen, beargumenteert hij. Van der Sluis was nieuwsgierig, wetenschappelijk goed onderlegd waar het gaat om geologische zaken, origineel in zijn vragen en volhardend in zijn opstelling. Een lastige man dus voor de NAM, die geen zin had in onderzoek naar mogelijke vervelende gevolgen van hun lucratieve gaswinning. Dus zetten ze Van der Sluis neer als een ‘aardrijkskunde-leraartje’, een onbenul. 

Dertig jaar later is overduidelijk dat het onbenul en ook de onwil aan de andere kant zitten. Een NAM-persvoorlichter was beledigd dat Van der Sluis naar de krant stapte en niet naar hem. En de bestuurders waren zo blij met al die bedrijvigheid en het geld dat de aardgasverkoop opleverde, dat ze hun oren dichthielden. Volgend jaar zal een parlementaire enquête hopelijk licht werpen op de vraag hoe het mogelijk is dat de NAM noch de overheid al die tijd fatsoenlijk wilden onderzoeken of en wat de gevolgen van de aardgaswinning voor de bewoners boven de gasbel zijn. Terwijl de gepromoveerde geograaf Van der Sluis weldegelijk een serieus probleem blootlegde, bleef de gasproducent hem denigrerend neerzetten en wees in navolging van de NAM bestuurders de ongewenste kritiek af. Hoe kan het dat zo lang de belangen van gedupeerde bewoners onder tafel werden geveegd? 

Oud Noorderbreedte-redacteur Lukas Koops kent Meent van der Sluis van zijn schooljaren en zijn jaren in het Drentse parlement. Koops zat voor Groen Links, Van der Sluis voor de PvdA in de Provinciale Staten. Koops dook in het leven van de man die ten onrechte verguisd is – en schreef een biografie over Meent van der Sluis. Het is een goed gedocumenteerd boek geworden over de man die zijn eigen leven ondergeschikt maakte aan dat van verdrukten. 

Koops schetst een breed beeld van Van der Sluis. Het was niet alleen een kritische onafhankelijke geest, maar tevens een man die weinig vermogen had om zich te voegen. Zelfs voor politici uit zijn eigen fractie was hij vaak irritant omdat hij vasthield aan zijn eigen overtuigingen. Over het milieu bijvoorbeeld – dat je met vuilverbranding andere vuiligheid in de omgeving brengt – dus stemde hij tegen de vuilverbrander in Wijster. En hij ontzenuwde het door bestuurders destijds veel opgehangen verhaal dat een kerncentrale zo belangrijk zou zijn voor de werkgelegenheid in het Noorden. 

De ‘tunnelvisie’ die de gaswinners lang blind maakte voor akelige gevolgen van hun exploitatiedrang blijkt op veel meer fronten het openbare leven te beheersen. Koops ontrafelt genadeloos hoe dat in zijn werk ging in een ander domein. Van der Sluis was zeer begaan met de veenarbeiders in Zuidoost Drenthe. Hij logenstrafte verhalen over het leven in plaggenhutten zoals die in regionale geschiedschrijving terug te vinden zijn. Dat bijna romantische beeld klopte volgens hem niet. In de door Van der Sluis getekende werkelijkheid was er sprake van uitbuiting, gepaard gaand met bittere armoede. Niets om trots op te zijn, zo vond hij. Maar daar hadden de Drentse bestuurders weinig oren naar en een boek waarin de armoede uit het verleden ‘buiten het geëigende verhaal’ wordt beschreven kon fluiten naar subsidie.  

Koops kiest voor het verhaal over Van der Sluis een chronologische beschrijvende lijn. Via de kinderjaren, de HBS, de studie en promotie belandt de lezer bij de aardschokken. Het is misschien logisch om een biografie zo te structureren, maar het dwingt in een schema dat niet altijd even sterk de aandacht van de lezer weet vast te houden. Vooral omdat er door deze aanpak weinig hiërarchie zit in de gebeurtenissen. Daarbij komen sommige aspecten in verschillende fasen van het boek terug – wat hier en daar leidt tot herhalingen. 

Dat is jammer, want het is juist nu de aardbevingsellende zo uit de hand is gelopen en de bestuurscultuur onder een vergrootglas ligt, zeer relevant om het relaas over Van der Sluis te lezen. Hoe gemakkelijk is het om mensen neer te zetten als querulant, wappie of snappie? Hoe gewoon vinden we het dat fractieleden de partijlijn volgen? Het verhaal over Meent van der Sluis zou verplichte kost moeten zijn voor alle NAM’ers, bestuurders en politici omdat het dwingt tot nadenken over de eigen rol. En vooral ook omdat het laat zien hoe belangrijk het is om open te staan voor kritische geluiden. 

Luis in de pels – Meent van der Sluis 1944 – 2000, door Lukas Koops, Van Gorcum 2021.