Gelijke monniken, gelijke kappen. Iedereen moet zich houden aan de wet, maar dan wel aan de specifieke set regels die op hem of haar van toepassing zijn. Voor veel kleine duurzame initiatieven en startende bedrijven in de korte keten is de werkelijkheid helaas anders. Voor hen bestaan er geen passende regels en daarom krijgen zij steevast de strenge, oude kap aangemeten die ooit maatgemaakt werd voor de massaproducerende grote bedrijven uit de lange ketens. En dat houdt veel vooruitgang tegen.

Wie de verslagen leest van de eerste arbeidsinspecteurs die meer dan honderd jaar geleden de werkomstandigheden van Friese vlaswerkers onderzochten, snapt waarom het fijn is dat er regels zijn.

In de zomer werd het vlas geteeld en geoogst. In de winter, als het andere buitenwerk stillag, werd het vlas verwerkt. Bij het bewerken kwam veel stof vrij en het werk werd gedaan in kleine bedompte ruimtes, waarin soms ook werd geslapen. Soms stond er ook een koe of een schaap, een urinoir en werd er gegeten. Jonge, gezonde mannen kregen vaak ernstige longziektes en vielen in een winter vele kilo’s af.

Logisch dat er regels kwamen. Maar hier een paar voorbeelden van nu:

  • Een ambachtelijke touwmaker laat mij de machine van zijn grootvader zien waarmee hij nog steeds touw maakt. Hij is in zijn bedrijf de enige die dit apparaat mag bedienen. Zijn personeel mag er van de arbo niet aan komen. Niet arbo-proof. Een nieuwe machine is onbetaalbaar.
  • Een dorp heeft ongeveer vijftien boeren. De inwoners zouden graag rauwe melk kopen van hun eigen boeren in plaats van de supermarktmelk die van ver komt. Zes boeren willen de melk wel om beurten leveren aan een centrale tap in het dorp. De Voedsel- en Warenautoriteit zegt nee. Rauwe melk mag alleen vanaf het eigen erf verkocht worden.
  • Een auto rijdt door Friesland met daarachter een kar met een schaap erin. Het schaap is alleen mee om schapen op te halen. Niet omdat het zo nuttig is dat het schaap meegaat, maar omdat de schapenhandelaar anders na ieder ritje zijn kar moet reinigen. Het schaap moet mee tot alle ritten gedaan zijn.
  • Een ongestempeld ei zit in een doosje. Het moet bij de weg verkocht worden en mag niet in de lokale winkel liggen. De boer heeft best veel kippen, eieren zijn niet zijn hoofdproduct, maar te veel om aan de straat te verkopen. Een stempelmachine is te duur.

Sinds de industrialisering zijn waren- en voedselproducerende bedrijven steeds groter geworden. Onze spullen en ons voedsel veranderden in massaproducten. Hoewel veel fabrieken aanvankelijk groeiden en later hun uitwijk namen naar het buitenland of ophielden te bestaan zijn er altijd mensen op kleine schaal producent gebleven, niet voor het geld, maar voor het plezier.

Kleine schapenhouders, mensen die potjes jam bij de weg zetten of zelfgebreide sokken verkopen op markten hoeven zich niet aan dezelfde regels te voldoen als de producenten van massaproducten die soms maanden onderweg zijn van fabrieken van de andere kant van de wereld naar hun eindbestemming hier. Dat is logisch.

In zo’n lange keten kan veel fout kan gaan en je kunt in zo’n lange keten eerder de neiging hebben om je verantwoordelijkheid niet te nemen voor kwaliteit en veiligheid. Dat is ook logisch.

Daarom maken de voedsel- en warenwetten van ons land in de meeste gevallen onderscheid tussen hobbyïsten en bedrijven. Je bent of klein of je bent groot. En dat is minder logisch.

Er is inmiddels een grote groep nieuwe bedrijven en initiatieven die niet klein zijn, maar zeker ook niet groot. In een korte keten zijn producten sneller bij de klant, dus er gaat minder fout. Ook zijn er minder schakels in de keten, zodat je gewoon je verantwoordelijkheid neemt voor veiligheid en kwaliteit.

En mocht er iets fout gaan, dan heeft dat niet snel ernstige, massale gevolgen en is het bedrijf veel makkelijker tot de orde te roepen dan grote, in marketing en juristen gehulde multinationals.

Interessant is bovendien dat de regels vooral gericht zijn op productveiligheid en dat grote bedrijven uit de lange keten wel hun gang kunnen gaan op gebied van milieu, biodiversiteit, klimaat en arbeidsomstandigheden. Terwijl bedrijven uit de korte keten daar vaak uit zichzelf juist hun best voor doen.

Je mag gek genoeg wel een schip met containers in een zware storm vlak boven de Waddenkust varen, maar geen heerlijk lokaal biologisch ijs verkopen vanuit je huis.

Maak nieuwe regels. Ze zijn hard nodig.

Lees hier alle blogs van Dorine van den Beukel over korte ketens.