De komende tijd ga ik werken aan het wol-educatieproject van de Stichting Pleed, die zich inzet voor wol als duurzame grondstof van de toekomst. Daarvoor krijgen wij onder andere subsidie van het Dames Tiemersmafonds, een fonds voor muziek- en textielonderwijs voor jongeren. De oudste van deze twee zussen, Tiemie Tiemersma, was lerares aan de Eerste Industrie en Huishoudschool in Leeuwarden en had haar hart verpand aan alles wat met textiel te maken heeft, lees ik in de Leeuwarder Courant van 2003.

Weven is nog niet bepaald makkelijk. Althans niet voor iedereen.

Het is pre-corona. Ik geef wol- en schapenles als try-out in groep drie op een basisschool in Leeuwarden. De kinderen in de klas zijn heel nieuwsgierig. Ze voelen aan dikke plukken wol, beantwoorden met veel enthousiaste vingers in de lucht mijn vragen over schapen, ze voelen aan hun eigen kleren (geen wol), en willen graag op mijn spinnewiel. Dat mag, maar eerst moet er geweven worden.

Iedereen in de klas krijgt zijn eigen weefraam. Ik heb twintig grote stukken karton bespannen met draden. Daardoorheen moet nu geweven worden. Eerst onder de ene draad door, dan over de volgende heen en zo alle draadjes langs tot het einde. Dan weer terug, maar waar je net overheen ging moet je nu onderdoor. Veel kleine vingers doen hun best. Sommigen hebben het in één keer door, anderen vinden het enorm moeilijk. Hun draad blijft niet zitten of raakt juist hopeloos in de knoop. Fijne motoriek en draadjes is een ingewikkeld ding.

Bij sommigen valt het kwartje en dat is werkelijk een magisch moment. ‘Dus nu kan ik gewoon doorgaan en bijvoorbeeld een sjaal maken hiervan?’ De wetenschap dat je zelf iets kunt maken geeft je een fijn gevoel en is een groot bezit.

Zelf leerde ik weven bij het fantastische Weefcollectief Fryslân in Oosterwolde. Het idee van het weefcollectief is dat door samen te werken je samen kennis kunt delen. In een groot bedrijfsgebouw verzamelden zij daarom heel veel weefgetouwen en een enorme garen voorraad en organiseren ze cursussen. Ook ik vond weven niet per se makkelijk.

Je kunt met weven steeds de mist in gaan. Je vingers doen hun best, maar ben je even vergeten iets vast te zetten of heb je iets verkeerd gedaan dan ben je daarna eeuwen bezig alles weer uit de knoop te halen.

En dan is er nog het belangrijke onderscheid tussen met je hoofd weten hoe je iets moet doen en met je vingers weten hoe je iets moet doen. Je vingers hebben tijd nodig om iets goed te kunnen, maar als ze uren en uren oefenen, lijken ze daarna als vanzelf te kunnen werken.

Je moet blijven opletten en zorgen dat alle draadjes exact op de juiste plek zitten. Fijne motoriek en heel veel draadjes is ook voor vrij handige volwassenen een ingewikkeld ding. Maar ook voor mij was er het magische moment toen ik mijn eerste zelfgemaakte stuk stof van het weefgetouw haalde.

Ik denk vaak terug aan de onwennige vingers in de klas in Leeuwarden. Dankzij de genereuze gift van de Dames Tiemersma gaat Pleed in een wereld van lange polyester- en plasticketens komend jaar aan de slag met wol op scholen om de makers te vinden voor korte ketens van de toekomst.

Ik ben steeds zo nieuwsgierig naar de ene Dame Tiemersma. Wie leerde haar werken met textiel? Zouden haar vingers meteen begrepen hebben wat ze moesten doen? Wanneer viel bij haar het kwartje? Want ook zij heeft natuurlijk ooit voor het eerst datzelfde magische gevoel gekend als dat meisje uit groep drie.

Wat een geweldig goed cadeau aan kinderen die je helemaal niet kent en die van jou ook helemaal niets weten. Maakkennis is een groot bezit.

Lees hier alle blogs van Dorine van den Beukel over korte ketens.