Fotoboeken over het Noorden van Nederland, en in het bijzonder van Friesland, zijn op zichzelf geen bijzonderheid, ze worden regelmatig gepubliceerd. Het vlakke, meestal ruilverkavelde en omdijkte landschap en de kustlijn dringen zich op aan menig fotograaf. De ruimte, de leegte, ze laten zich ogenschijnlijk makkelijk en eenvoudig vatten in een fotografisch kader door het ontbreken van al te veel beeldelementen. Hier stoort niets, staat zelden iets in de weg. De foto’s uit dit gebied ordenen zichzelf, en máken zichzelf, zogezegd. Sta op de dijk bij Oude Bildtzijl, richt je camera naar de zeedijk, druk af en een rustig, eenvoudig, leeg en desolaat beeld is gefotografeerd. Wacht op een mooi wolkenluchtje erboven en voilá: het lijkt wel kunst. Een dankbaar onderwerp. 

Talloze fotografen staan op de schouders van fotografen zoals Ton Broekhuis of Ger Dekkers, die als een van de eersten het noordelijke land een poëtisch – esthetisch gezicht gaven en erover publiceerden. Martin Kers, aan de andere kant van dit spectrum en meer een romanticus, deed dat bijvoorbeeld ook. De Belgische fotograaf Stephan Vanfleteren deed het, ruim tien jaar geleden alweer, in ‘indringend zwart-wit’ in opdracht van het Friesch Museum en de Leeuwarder Courant.

De fotograaf Rob Severein kwam vanaf zijn vierde jaar in het gebied, zijn ouders huurden gedurende dertig jaar een huisje aan de Nieuwe Bildtdijk, en het landschap etste zich in zijn ziel, zo blijkt uit het schitterend vormgegeven boek ‘Foorbij Nij Altoenae’, met teksten van Roland van Beveren in het Nederlands, Bildts en Engels. Hij fotografeerde het land nu eens niet op de fotogeniekste uurtjes van de dag. Valse romantiek en pseudo-poëtische beeldtaal heeft hij knap weten te ontwijken. Geen aardappelvelden in bloei of winterse rietkragen in tegenlicht. Geen schaap, geen paard. Geen overdreven zwaarbewolkte blauwe luchten, niks wat de beginnende kijker zou kunnen behagen. Dit boek is bepaald geen instapmodel, en zal door bijvoorbeeld stichting Merk Fryslân niet snel ingezet worden om er landelijk toeristen mee te lokken. 

Dat is maar goed ook. De foto’s zijn daar eenvoudigweg te eerlijk voor. De fotograaf is hier geen passant, maar begrijpt het gebied. 

Ontwerpbureau PutGootink zorgde voor een kale, sobere vormgeving die de beelden omhoog tilt in een rustig ritme van kleur en zwart-wit beelden. Ze kozen een bladspiegel waardoor het lijkt alsof je bij verrassing in een verlaten woning een familiealbum aangetroffen hebt. De ingeplakte foto’s hebben hun lijm verloren, zijn verkleurd en zijn gaan schuiven op de bladzijden. Zo ontstaat een intieme geschiedenis waar de kijker deelgenoot van wordt. 

Het boek bouwt op een fundament van foto’s van gruizige landschappen en zeegezichten, details van rommelige bebouwing, en een handvol sterke portretten van mensen die er wonen. Een monument voor het gebied zoals alleen iemand kan maken die het land werkelijk doorgrondt. Een bijzonder element in het boek is eigenlijk het ontbreken van de stilte en weidsheid, zo schijnbaar typisch voor deze gedeelten van Nederland. Het geheel beklemt eerder. Het boek vormt een doorleefde en bijna filmische weerslag van de relatie van de fotograaf met dit gebied. Het is een reis, een kennismaking maar ook een verklaring van een onmogelijke maar onontkoombare liefde voor dit land. 

Je zou kunnen zeggen: een boek om de argeloze kijker te waarschuwen: ga hier niet heen. Het is er ruw en koud, hard, nat en ledig. Zulks zou voor de geoefende fotoboekenliefhebber genoeg aanmoediging moeten zijn.

Foorbij Nij Altoenae door Rob Severijn, 2020
Uitgever Lecturis Publishers
ISBN 9789462262324 

Trefwoorden