De leefomgeving van de Groninger vraagt om een nieuwe ruimtelijke ordening. Ten gunste van de landbouwproductie heeft de grootschalige ruilverkaveling sinds 1950 het fijnmazige vooroorlogse Groninger landschap bijna geheel verwoest. Sloten, houtwallen, krekenstelsels en bosschages zijn verdwenen. Veel van de circa 350 Groninger dorpskernen zijn doorsneden met asfaltwegen en ommuurd geraakt met voetbalvelden vol ondoordringbare gewassen als maïs, aardappels en snij- en suikerbiet.

Mochten de kaarsrechte wegen en fietspaden door het landschap nog stoere marketingfoto’s opleveren, in de praktijk recreëert de Groninger samen met de Flevolander het minste van alle Nederlanders. Het recente wandelknooppuntennetwerk van Groningen voert voornamelijk over verharde wegen, en zelden tot nooit over slingerende schelpenpaadjes. Volgens landelijk onderzoek van stichting Wandelnet bestempelen Groningers ten opzichte van alle andere provinciebewoners in Nederland mede hierom hun eigen wandelpaden als minst aantrekkelijk. Ook bungelt Groningen al jaren onder aan de lijst van binnenlandse bestemmingen.
Tegelijk wemelt het in het Groninger beleidsland van de gewenste maatschappelijke transities. De digitalisering, groene chemie, natuurinclusieve landbouw en omslag van zorg naar preventie – allemaal bewegingen om de Groninger vooruit te helpen naar een betere toekomst. Opvallend is dat de beleidsmakers de belangrijkste randvoorwaarde om zulke ingrijpende veranderingen voor elkaar te krijgen, de ruimtelijke ordening, nergens centraal stellen. In een signaleringsrapport pleitte het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) daarom onlangs voor een landschapsinclusief omgevingsbeleid. Dat zou volgens het PBL de transities aan elkaar kunnen knopen en er een hiërarchie in kunnen aanbrengen.
Het PBL laat geen nieuw geluid horen. Het staat in een decennialange traditie van bestuurders, schrijvers en ontwerpers die zich zorgen maken over de balans tussen agrarische economische activiteiten, leefbaarheid, cultuur en natuur. Zo ontstonden door de Ruilverkavelingswet uit 1954 met name in de hoek van de natuurbeschermers zorgen. Dat leidde tot de eerste Nederlandse leerstoel Tuin- en Landschapsarchitectuur in Wageningen, bekleed door J.T.P. Bijhouwer.

Woestijnen van vruchtbaarheid

Groningen moet zich voorbereiden op meer extreme weersomstandigheden (vernatting en verdroging) en zich weren tegen de afnemende kwaliteit van lucht en grondwater. Tegelijk zal Groningen ook zijn uitstoot aan PFAS en stikstof moeten beteugelen én het tij moeten keren van een tanende biodiversiteit. Zowel de klimaat mitigerende als de klimaat adaptieve uitdagingen vergen ruimtelijke ingrepen die indruisen tegen de huidige praktijk van steeds intensievere landbouw, kunstmest- en pesticidengebruik, kap van bossen en uitbreiding van stedenbouw en industrie. Het is deze realiteit waardoor het grasgroene Groningen op veel plekken in zeventig jaar is veranderd in een gemechaniseerd en geïndustrialiseerd voedsellandschap met weinig mededogen voor bodem en dier. ‘Woestijnen van vruchtbaarheid’, zo noemde bovengenoemde hoogleraar Bijhouwer dergelijke gebieden al in de jaren veertig van de vorige eeuw.
Een groene leefomgeving daarentegen heeft een aangetoond effect op het herstel van stress, zet aan tot sociaal contact, draagt bij aan een optimale ontwikkeling van kinderen, stimuleert beweging en bevordert zingeving en persoonlijke ontwikkeling. Probleem is dat ‘beleefbare natuur’ in Groningen schaars is. Binnen Nederland kent de provincie Groningen veruit het minste aantal beschermde Natura 2000-gebieden (7 van de in totaal 160). En ze liggen ver verwijderd van dorpskernen. Daarbij heeft Groningen samen met Zeeland veruit het minste oppervlakte bos van Nederland. Groningers lijden aan wat de Amerikaanse schrijver Richard Louv Nature Deficit Disorder noemt; acute natuur deficiëntie, een gebrek aan natuurervaring.
Aantrekkelijke en beleefbare natuur is bovendien niet alleen uit gezondheidsperspectief interessant. Ze stuwt ook de prijzen van woningen op, concludeerde RUG-onderzoeker Michiel Daams in 2016. Dorpsrandparken aanleggen zoals in Steendam en Kolham kan de waardedaling van huizen compenseren.

Natuurlijk kapitaal

Waarschijnlijk leggen vooral huidige economische ontwikkelingen nieuwe claims op de ruimte voor woningbouw, infrastructuur, nieuwe bedrijven en energietransitie. Alle hebben ingrijpende gevolgen voor het landschap. Zonder visie zullen leefbaarheid en landschap verder in de verdrukking komen. Sir Andy Haines, professor klimaatverandering en volksgezondheid aan de London School of Hygiene and Tropical Medicine, formuleerde het onlangs als volgt: ‘We hebben een economie nodig die prioriteit geeft aan gezondheid, geluk en vervulling van werkgelegenheid in plaats van economische groei omwille van zichzelf. De economie van de toekomst zal binnen de grenzen van het milieu moeten opereren, aangezien de huidige trends niet houdbaar zijn.’
Dat kan door als Groningen meer aandacht te hebben voor de waarde en de mogelijkheden van het aanwezige natuurlijk kapitaal. Dit houdt in: de organismen, grondstoffen en ecosystemen die het voor bedrijven mogelijk maken om producten te maken en diensten te leveren. Ook houdt het in om breder naar het begrip ‘gezondheid’ te kijken.
Goed voorbeeld is de nieuwe vestiging van McDonald’s in Kolham. Werkgelegenheid en bereikbaarheid zijn de belangrijkste afwegingsfactoren voor de besluitvorming geweest, terwijl de gevolgen voor de volksgezondheid nooit serieus zijn onderzocht. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat food swamps als McDonald’s de kans verhogen op harten vaatziekten voor scholieren en omwonenden in de directe omgeving. Rotterdams onderzoek toont aan hoe de beschikbaarheid van fastfood bovendien een vlucht heeft genomen in wijken waar veel sociale minima wonen, terwijl het aanbod van vers voedsel daar tegelijkertijd drastisch gedaald is. Door de steeds ongezondere voedselomgeving van inwoners met een bovengemiddeld kwetsbare gezondheid, dreigt verdere groei van obesitas, een belangrijke factor bij gezondheidsverschillen.

Drie voorwaarden voor een duurzame toekomst
Hoe ziet Groningen er in 2040 uit?

1 Ruilverkaveling 2.0

Groningen zal zich moeten bekwamen in de multifunctionele landschapskunde. Een korte impressie: voedselbossen voor lokale voedselproductie, tiny forests voor de biodiversiteit, nieuwe reservaten als PFAS-compensatiegebieden, Public Right of Way (het recht van overpad), nieuwe dorpsrandparken en grootschalige strokenbouw (niet vlak en recht maar bochtig en met aparte stroken voor wandelaars!). Het mooie is dat al deze voorbeelden afzonderlijk al zijn ingediend bij het platform Toukomst. Nu moeten landschapskundigen ze nog identificeren als basispalet voor de Groninger ruilverkaveling 2.0.

2 Dorpsbouwmeester

Gedreven dorpsbewoners dragen doorgaans kleinschalige projecten aan terwijl provincie en gemeenten juist vragen om impact op grotere schaal. De mismatch tussen beleid en praktijk, tussen burger en ambtenaar, tussen systeemwereld en leefwereld, wordt nergens zo gevoeld als in dorpen. Naar analogie van de stadsbouwmeester zoals we die kennen in steden als Groningen, Delft en Haarlem zouden dorpsbouwmeesters een ontbrekende schakel kunnen zijn. Zij zouden als neutrale makelaar kunnen fungeren tussen de systeemwereld van overheden en de leefwereld van dorpelingen. Meer concreet kunnen dorpsbouwmeesters drie taken krijgen. Een, kleinschalige burgerinitiatieven inpassen in grotere dorpsplannen. Twee, de directe leefomgeving van dorpelingen vergroten en vergroenen. Drie, initiatieven van overheden en landschaps- en erfgoedorganisaties verbinden met burgerprojecten in de dorpen.

3 Professionaliseer lobby voor leefomgeving

De omslag van intensieve akkerbouw naar een hoogwaardige leefomgeving vraagt tot slot om een andere instelling van bestuurders. Die komt niet vanzelf. De derde voorwaarde is dan ook om de lobby voor de leefomgeving te professionaliseren. Dat kan als verschillende bestaande instellingen zich achter dezelfde missie scharen: dorpsverenigingen, erfgoedverenigingen, agrarische natuurverenigingen en landschapsbeheerders. In plaats van een one issue vereniging of stichting te zijn, kunnen ze pleiten voor het brede belang van een duurzame leefomgeving waarin economie, cultuur én natuur een plaats hebben.

Groningen is maakbaar

We moeten dus toe naar een duurzaam en klimaatbestendig landschap waarin mensen kunnen leven, werken en recreëren, de bedrijven brood en groente voor ons produceren, we droge voeten houden ondanks de klimaatverandering en we al fietsend de geluiden van grutto’s, bijen en groene kikkers horen. Dat vergt van Groningen en zijn inwoners een nieuw verhaal vol verbeeldingskracht. Een verhaal waarin we niet de vruchtbaarheid van de klei vooropstellen, maar het welzijn van de Groninger. Een verhaal ten slotte, dat aansluit op onze rijke ruimtelijke historie van wierden en dijken, openheid, karakteristieke dorpskernen, waterlopen, kerken en molens: allemaal beeldbepalende elementen die door mensenhanden zijn gemaakt, en niet van nature zijn ontstaan. Groningen is maakbaar, zo leert het verleden. Laat de toekomst dat ook zijn. •

Frederic van Kleef is managing director van de Aletta Jacobs School of Public Health.

Meer lezen van Frederic van Kleef?

Dat kan online! Dit artikel is namelijk een beknopte versie van een langer essay. Dat vind je op onze website in drie delen. Die vind je hier! Deze verdiepende stukken zijn premium content en dus alleen voor onze leden beschikbaar. Klik hier om in te loggen. Nog geen lid? Ga snel naar ‘Doe mee‘ om een abonnement te nemen!

Discussie

Bij Noorderbreedte houden we van een goede discussie. Maarten Noordhoff reageerde op het essay van Frederic van Kleef. Deze reactie is hier te vinden. Noordhoff ziet geen heil in een dorpsbouwmeester: ‘De toekomst van Groningse dorpen red je niet met architectonische schapenhokken. Wel met een nieuw toekomstperspectief gebaseerd op bewezen werkende concepten.’ Ook de discussie die vervolgens op Twitter ontstond, is te lezen en wel hier: twitter.com/tijdschriftNB. Wil jij ook reageren op artikelen van Noorderbreedte? Goed gefundeerde reacties plaatsen wij graag! Mail naar: redactie@noorderbreedte.nl.