Met 8.500 hectare natuur kan Het Groninger Landschap de klimaatverandering niet keren
Boeren hebben 50 keer zo veel grond en een ander beheer zet echt zoden aan de dijk
Veranderen kan: het buitenwater krioelt van het leven

Het is opvallend hoe optimistisch Marco Glastra praat over de stand van de Groningse natuur. Als hij de zeearenden noemt die in het Zuidlaardermeer broeden, rollen de superlatieven uit zijn mond. Zijn ogen twinkelen als hij spreekt over de teruggekeerde witwangsterns in het gebied. En dan heb je nog de ronddwalende wolf en de vele moerasgebieden. ‘Een groot feest.’

Maar de directeur van Het Groninger Landschap is niet alleen positief. Glastra werkt nu acht jaar bij de stichting. Dagelijks merkt hij direct en indirect de gevolgen van klimaatverandering. Al jaren neemt de biodiversiteit af in de weidevogelgebieden. De van ouds­her verwilderde natuurgebieden rond de stad Groningen dienen nu als moeras om water te bergen bij grote neerslagpieken. Beschadigde rijksmonumenten en boerderijen, erfenissen van de winning van fossiele brandstoffen, koopt Het Groninger Landschap op. En dan houdt de organisatie, met 35 mensen in dienst, zich nog met veel andere zaken bezig. ‘Alsnog vinden velen dat we ons met meer moeten bemoeien,’ zegt Glastra, ‘maar dat is onbegonnen werk.’
Volgend jaar bestaat Het Groninger Landschap 85 jaar. Al die tijd heeft de stichting hetzelfde gedaan: natuur, landschap en erfgoed bescher­men door er eigenaar van te worden. Inmiddels bezit ze bijna 8.500 hectare land en zo’n 35 rijksmonumenten in de provincie Groningen. Voor de uitbreiding daarvan heeft ze elk jaar een half miljoen euro be­schikbaar, vooral afkomstig van donaties en erfenissen. Maar wat doet Het Groninger Landschap met de grootste uitdaging van de komende decennia: klimaatverandering? En hoe bereidt het zich voor op de toe­komst met een stijgende zeespiegel, een in de knel rakende landbouw en windmolens en zonneparken in het land?
Als jongetje fietste Glastra al van de stad Groningen naar het Lauwersmeer om vogels te kijken. En vogelen doet hij nog steeds. Het liefst voor zonsopgang in het Hunzedal. Of bij het Zuidlaardermeer, dat hij heeft zien groeien van een aardappelgebied naar louter natuur op tweeduizend hectare. Maar alle successen ten spijt is Glastra realistisch over de wereldwijde impact van de klimaatverandering: ‘Voor veel soorten zijn we te laat. De ijsbeer gaan we niet meer redden. We staan aan de vooravond van een enorme verandering.’

Broedsucces nul

Die verandering is bij Het Groninger Landschap al begonnen. Neem de Eems-Dollard, één van de twee estuaria die Nederland nog kent. De natuur gaat daar kopje-onder doordat dijken de Dollard opsluiten. Daardoor hoopt slib op en vertroebelt het water. Bij de Polder Breebaart bij Termunterzijl zit nu een gat in de dijk, waardoor de zee meer ruimte krijgt om slib achter te laten. Dat slib kan vervolgens weer de dijken versterken. ‘Op die manier laten we de kust strategisch meegroeien met de zeespiegelstijging, herstellen we oorspronkelijke natuur en denken we niet meer in asfaltdijken.’
Nog zo’n omslag in het denken heeft Het Groninger Landschap een eindje verderop gemaakt, bij de Midwolder Bouwten in Midwolda. Het heeft de zestig hectare grond naast de historische Ennemaborg ooit gekocht om er natuur van te maken. ‘Tien jaar geleden zou­den we daar een kudde konikpaarden hebben geplaatst en was er wildernis gekomen.’ Nu, gezien de noodzaak het landbouwsysteem te hervormen, heeft de natuurbeheerder gekozen voor een pilot met natuur-inclusieve landbouw.
Maar met dat soort initiatieven is de rek er ook wel uit. ‘Wij zijn een kleine speler, het landbouwareaal in de provincie is het vijftigvoudige van ons bezit.’ Een grootgrondbezitter wil Glastra Het Groninger Landschap dan ook niet noemen. ‘Wij kunnen alleen wat betekenen met pilots en samenwerkingen.’

‘Oorlog voeren met de boeren heeft geen zin’

Dat samenwerken moet ook met de boeren gebeuren. ‘Zij hebben deze provincie gemaakt. Oorlog voeren met hen heeft geen zin.’ Daar­om werkt Het Groninger Landschap in de Midwolder Bouwten samen met boeren, omdat Glastra het Nederlandse landbouwsysteem tegen de eigen grenzen ziet aanlopen. ‘Het kan niet zo zijn dat wij stikstof onze kant ophalen met kunstmest, soja uit de derde wereld halen, al ons vlees exporteren en we hier met de stront blijven zitten.’ Daar is volgens Glastra niemand bij gebaat, en vooral de boer zelf niet. ‘Die werkt zich drie keer een slag in de rondte en verdient er nauwelijks zijn brood mee.’
Bovendien heeft dat landbouwsysteem gevolgen voor de weidevogels. ‘Verreweg het grootste gedeelte van de graslanden is daar volledig ongeschikt voor.’ Voordat de vogels uitgebroed zijn, hebben de boeren al gemaaid. Er zit bijna geen regenworm meer binnen snavelbereik. De vogelgebieden zijn kleine eilandjes geworden waarboven de hele dag een bataljon predatoren vliegt. Tachtig tot negentig procent van het oorspronkelijke areaal voor weidevogels in de provincie wordt zo intensief gebruikt dat de weidevogel er volgens Glastra geen schijn van kans heeft. En het speelt niet alleen op de weides van de boeren: zelfs in sommige gebieden van Het Groninger Landschap, die volledig zijn ingericht voor de weidevogels, was het broedsucces vorig jaar nul.

Predator windmolen

Daarom moeten er volgens Glastra meer grote natuurgebieden komen. ‘De Ecologische Hoofdstructuur, die natuurgebieden in Nederland met elkaar moet verbinden, is zo ongelofelijk belangrijk. Ze kan ervoor zor­gen dat klimaatverandering niet tot massale uitsterving leidt.’ Hij pleit voor uitbreiding van bestaande natuurgebieden. Geen plukjes natuur her en der, maar grote robuuste gebieden waar de natuur haar gang kan gaan en diersoorten zich kunnen aanpassen.

Maar inmiddels verschijnt in een moordend tempo een nieuwe predator voor vogels aan de horizon: de windmolen. De energietransitie is voor Het Groninger Landschap een heel lastig thema. Herwinbare energie is in tegenstelling tot fossiele energiewinning zicht­baar, de windmolens en zonneparken veranderen het aanzicht van de horizon en het uitgestrekte Groningse land. Hoewel Glastra in tegen­stelling tot sommige collega’s vindt dat Groningen zelfvoorzienend moet worden in zijn energievoorziening, ziet hij daarvoor geen plaats op de eigen hectares land. ‘Slechts tien procent van Groningen is natuurgebied, daar windmolens en zonnepanelen neerzetten gaat ten koste van de natuurwaarde.’
Maar wel moeten natuur en landschap meer meegenomen worden in de energietransitie, als het aan de directeur ligt. Nu ziet hij dat het land al wordt opgekocht voordat er nagedacht is over de kwaliteit van het landschap. ‘Projectontwikkelaars kopen grond, plempen die vol met zonnepanelen of windmolens, zetten er een beetje schaamgroen neer en gaan naar het volgende parkje – een totaal lukraak proces.’ Glastra wil meer regie en regels, verantwoordelijkheid van de projectontwikkelaars om het hele gebied te ontwikkelen met houtsingels, akkerranden en bosjes. ‘De energietransitie voegt dan ook kwaliteit toe aan het landschap.’
Grotere natuurgebieden, een natuur-inclusieve landbouw en herwin­bare energie met aandacht voor natuur en landschap. Dat zijn de grote veranderingen die Groningen tegemoet gaat, als het aan Glastra ligt. Maar het kan, zegt de directeur. Kijk maar naar het verleden: ‘Toen ik jong was kon je nergens zwemmen en waren er geen kikkers meer. Als je ziet wat er nu in zoet water leeft en voorkomt, is dat fantastisch.’ Het dieptepunt van de biodiversiteit in het Groningse agrarische gebied is volgens hem bereikt. En dat kun je op z’n Glastra’s ook positief zien: ‘Erger dan dit wordt het niet meer.’

‘Ik hoop dat over tien jaar de Hunze weer door de stad stroomt’

Dat de benodigde verandering gepaard gaat met veel tijd, daarvan is hij overtuigd. Als net-afgestudeerde student klopte hij bij het waterschap aan om te onderzoeken of er ruimte was voor natuurontwikkeling in het Hunzedal. ‘Ze keken me aan alsof ik gek was.’ Maar inmiddels is die natuur er en is Glastra bezig met de volgende stap: de Hunze weer door Groningen richting het Lauwersmeer laten stromen. Zodat water vanuit Drenthe weer zoals vroeger richting de Waddenzee stroomt en niet zoals nu via kanalen snel afgevoerd wordt naar de Eems. De komende jaren gaat dat misschien dan eindelijk gebeuren. ‘Ik hoop dat als ik met pensioen ga over ruim tien jaar de Hunze weer door de stad stroomt’, zegt Glastra. ‘Zo zie je maar, dat het bijna een mensenleven kost om echt resultaten te boeken.