Bij slib denken we doorgaans aan viezigheid. Glibber op de kwelder of vieze drab van de afvalwaterzuivering. Roel Posthoorn, directeur van de Marker Wadden, kijkt er anders naar. Hij bouwde van slib (en zand) een fantastische archipel van eilanden in het IJsselmeer om de natuur te reanimeren. Op het webinar vertelde hij hoe in tien jaar tijd vanuit het niets de Marker Wadden aangelegd zijn tussen Lelystad en Marken. De waterkwaliteit is nu al zichtbaar verbeterd, amper vijf jaar nadat de grondverzetmachines weg zijn, en er hebben zich bedreigde insectensoorten gevestigd. De Marker Wadden zijn ontstaan vanuit zorg voor de natuur, maar direct vanaf het begin koppelde initiatiefnemer Natuurmonumenten dit aan de kustbewoners. ‘We zagen bij de inwoners zo weinig liefde voor het gebied, dat we besloten dat ook als hoofddoel op te nemen. Vanaf het prille begin hebben we bezoekers welkom geheten. Echt welkom.’ Natuurmonumenten doet van alles om het ‘verlangen naar natuur’ te stimuleren. Er zijn enkele vakantiehuisjes, dagtochten, IJsselmeervaarders die het natuurherstel willen bekijken zijn welkom en er zijn bijna 200 vrijwilligers actief.

Ook de Eems-Dollardregio wordt geplaagd door een overmaat aan slib en verlies van natuurkracht. Het programma Eems Dollard 2050 is vijf jaar op stoom. In de projecten wordt geëxperimenteerd met nuttig toepassen van slib bij dijkenbouw en in andere projecten. Dijken zijn verhoogd – wat ook echt moest vanwege de veiligheid. Met bredere groene dijken of lokaal dubbele dijken met daartussen een zilt gebied, een strandje bij Delfzijl en andere experimenten is de dijkversterking benut om ervaring op te doen met ‘bouwen met natuur’. 

Al spreekt het nog niet zo tot de verbeelding als de Marker Wadden, de kustprojecten zijn vernieuwend. Diverse sprekers hadden het over ‘een mooie eerste stap’. Er zijn al ‘wat postzegels’ natuur hersteld. Maar het gaat langzaam. De stijgende zeespiegel, achterland dat inzakt, verzilting van het kustland en krimpende bevolking vragen om ingrijpende veranderingen in ons landgebruik. Lector transitiekunde aan de Hanze Hogeschool, Rob Roggema, ging er wat ruiger doorheen. Elf van de veertien projecten van Eems Dollard 2050 liggen op of voor de dijk. Om werkelijk iets in beweging te zetten moet je een veel groter kustgebied aanpakken, bepleitte hij. Zeker tien keer zoveel land moet weer op de een of andere manier met zee worden verbonden om weerbaarder te zijn tegen de klimaatveranderingen. 

Weerstand daartegen van grondeigenaren is logisch: hun zoete land wordt zouter en de productiewaarde daalt, zo wordt algemeen aangenomen. Roggema: ‘We hebben uitgerekend wat er gebeurt met het inkomen van boeren als ze overstappen naar zilte landbouw. Om hetzelfde inkomen als nu te halen, zouden ze maar 20% van de grond nodig hebben, in vergelijking met nu.’ Hij trok die lijn door: als boeren doorschakelen naar 50% zilte landbouw stijgt hun inkomen navenant. Dan blijft er heel wat grond over voor natuur, voor nieuwe energie of andere vormen van ruimtegebruik. Roggema werkt in het kader van de klimaattop met zijn vakgroep aan het plan ‘Moeder Zernike’ – om het Zerniketerrein in Groningen weer met de zee te verbinden. Zo’n natte delta kan ook bij de Fivel gerealiseerd worden, liet hij zien. 

Komende vijf jaar gaat Eems Dollard 2050 verder onder leiding van Emiel Hakvoort. Die neemt het stokje over van Jaap Siemons en Wouter Iedema. Als de nieuwe programmaleider zich richt naar de deelnemers van het webinar zal het programma een forse spurt krijgen.