Ik doe mijn best positief te blijven, maar zowat iedere regeringsbesluit zorgt ervoor dat de moed mij in de schoenen zinkt. Maar met moedeloos worden schiet je niets op en boos worden is al helemaal weinig zinvol natuurlijk. Ik besluit een brief te schrijven aan mijn klimaatminister.

Geachte klimaatminister, beste Erik,

Er is iets waar ik dagelijks over denk en ik kom er niet uit. 

Het is niet echt iets waar ik mee te koop loop, maar eerlijk gezegd verlies ik meer en meer de hoop op een veilige toekomst voor mijn kinderen. Ik zie een levensbedreigend probleem en ik heb het gevoel dat jij dat niet ziet. Daarom schrijf ik je. 

Je hebt het druk, ongetwijfeld, maar misschien heb je tijd om mij een antwoord te geven.

Ik woon in een Friese polder, ongeveer één meter onder zeeniveau. Het is bizar natuurlijk, om te bedenken dat zonder dijken alles in deze polder onder water zou staan. Iedere dag weer zie ik de lucht kilometers ver veranderen, de zon in hysterisch roze onder gaan en geniet ik van de enorme, knalgele libellen die uitrusten op onze struiken en de gekke kleine kikkertjes die — sinds wij ons gras omwille van de biodiversiteit niet meer zo vaak maaien — in onze tuin zitten. Mijn polder is een geweldige plek om te wonen.

Maar mijn polder heeft het moeilijk. De weides worden leger en leger. Weidevogels en insecten kunnen hier steeds moeilijker overleven. Het veen verdampt, het bodemleven verdwijnt, de boeren maken zich zorgen over de verarming van de grond en het er is droger dan ooit. En dan is er nog de zeespiegelstijging natuurlijk.

Maar mijn polder is niet de enige die het moeilijk heeft. Onze oude economische systemen zorgen ervoor dat overal in de hele wereld de biodiversiteit onder druk staat, het weer extremer wordt en de mens zijn eigen leefomgeving vernietigt.

De wetenschap vertelt ons dat we niet veel tijd meer hebben om in te grijpen. Dat we misschien zelfs al te laat zijn. 

Hier in mijn polder wordt hard gewerkt aan de toekomst. Wij zien wat er moet gebeuren en we denken dat het nog kan. Het is niet makkelijk, maar wij zijn samen en vastbesloten. Wij werken lokaal en duurzaam. Wij doen ons best. Wij bouwen nieuwe voedselketens, energie-voorzieningen, sociale structuren en werken aan een nieuwe grondstoffen-systemen. Maar er zitten maar 24 uur in een dag en onze slagkracht heeft een beperkte reikwijdte. 

Jouw keuzes geven mij het gevoel dat wij dweilen met de kraan open. Dat is een naar gevoel. 

Het lastige is dat ik niet zo goed snap waarom jij doet wat je doet. Wij zijn beiden geboren in Nederland, we zijn ongeveer even oud. Jij leest ongetwijfeld de krant, je bent naar school geweest, je hebt gestudeerd, net als ik. Sterker nog, jij was in Parijs bij de klimaatonderhandelingen. Jij hebt de rapporten gelezen toch?

Jij financiert de luchtvaart en fossiele brandstof, terwijl ik zou investeren in biodiversiteit, schone lucht en een gezonde bodem. Jij steunt multinationals, terwijl ik zou investeren in nieuwe lokale maakindustrie, korte ketens en hernieuwbare energie.

Misschien verschillen we domweg van inzicht over het begrip waarde, jij en ik. Of misschien denk jij dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen?

Ik breek mijn hoofd erover. Hoe kan het dat jij niet begrijpt, niet ziet en voelt wat ik voel? En belangrijker nog: hoe kan ik jou laten zien en voelen op welke een cruciale positie jij zit?

Kom een keer naar mijn polder. Ik kan je laten zien wat we allemaal doen, bij ons in het dorp. Dan maken we een herfstwandeling langs het wuivende gele riet, onder de blauwe luchten met de voorbijdrijvende witte wolken met de schuine grijze regenstrepen in de verte. Misschien zien we de reeën lopen in het land en de ijsvogel op zijn stokje bij de sloot. Het mooiste blauw dat je ooit gezien hebt. En als je wilt, drinken we een kopje thee.

De kwestie is deze: Ik zou mijn kinderen zo graag zeggen: het is moeilijk, maar gelukkig hebben we een minister van klimaat. Hij doet zijn best voor jullie. Maar voor mijn gevoel hebben we die minister niet. 

Zie je waar ik niet uit kom? Ik hoor graag van je.

Met vriendelijke groet,
Dorine