Tot en met zondag 4 oktober kan jij hier je stem uitbrengen op jouw favoriete Toukomst-plannen. Ben je er nog niet uit? Lees in de digitale special van Noorderbreedte alles over onze #vrijetoukomst-actie, luister naar onze eerste podcast, of lees hieronder snel verder voor wat wijsheid uit ons archief.

Streekproducten en Slow Food

De duidelijkste trend uit de #vrijetoukomst voedsel-ideeën is de wens voor een meer lokale productie van voedsel. Een gesloten voedselketen, waarbij consument en producent dichter bij elkaar komen te staan. Een artikel wat daar goed bij aansluit is het stuk van Joep Habets uit 2005: Streekproducten en Slow Food. Voor wie streekproductie goed zijn en waarom, somt Habets duidelijk op:

‘Antiglobalisten willen de internationalisering van de productie en consumptie van voedsel een halt toeroepen. Boeren en tuinders zien de productie van regionale specialiteiten als een mogelijkheid om te ontsnappen aan de tucht van de internationale markt. Daarin komen ze langzaam maar zeker in een onmogelijke concurrentiepositie te verkeren, terwijl ze in het streekproduct meer vakmanschap, liefde en toewijding denken kwijt te kunnen. Beschermers van milieu en landschap waarderen de kleinschalige en natuurvriendelijke werkwijze en beschouwen het als een kans om de karakteristieke waarden van het landschap te behouden. Kleine winkeliers kunnen met een aanbod aan regionale producten opboksen tegen het internationale assortiment van de supermarktketens. Volkskundigen prijzen het behoud van de lokale cultuur en plaatselijke tradities. Bewuste eters rekenen op voedsel zonder kunstmatige kleur- en smaakstoffen en andere additieven. VVV-directeuren hopen meer toeristen te werven door het eigen, unieke karakter van de streek te profileren. Tegenstanders van de bio-industrie verwachten veehouderij zonder dierenleed en landbouw zonder kunstmest en genetische manipulatie. Koks willen zich laten inspireren door streekrecepten en zich door het gebruik van lokale producten onderscheiden van de fastfoodketens. Zo heeft ieder zijn eigen motieven om producten en gerechten uit de streek een warm hart toe te dragen. En de liberale levensgenieters vinden het gewoon lekker.’

Een belangrijk voordeel van regionale voedselproductie is dat het gezonder is. Rob Roggema schrijft hierover: ‘Er is uitgerekend dat we ongeveer eenderde van de oppervlakte nodig hebben voor de productie van gezond voedsel, dat ook nog eens, ongesubsidieerd, de lokale boeren een goede boterham oplevert. Zo kan heel Groningen een moestuin worden waar de hoogwaardige kennis van de boer zelf gebruikt wordt om de beste producten te laten groeien, die snel, vers en veilig naar de Groningers gaan, die daardoor gezonder eten, goedkoper en minder in de zorg belanden.’ 

In 2005 schreef Habets hier ook al over. Hij beschrijft de voordelen van Slow Food, een beweging die fastfood tegen wil gaan: ‘Slow Food geldt als de exponent van het gevecht tegen de McDonaldisering van de eetcultuur. De van oorsprong Italiaanse beweging heeft inmiddels ook elders in de wereld voet aan de grond gekregen. Ze verdedigt ‘het recht op genieten’ door uniformiteit, smaakvervlakking en globalisme te bestrijden en te doen verkeren in diversiteit, smaakrijkdom en regionalisme. Slow Food maant haar aanhangers het niet te laten bij passief consumeren. De liefhebbers van goed en lekker eten moeten zich actief inzetten voor het behoud van hun eetcultuur. Smaak, kennis en cultuur zijn de verdedigingswapens. Wie smaak weet te waarderen, kennis heeft van producten en respect koestert voor cultuur en traditie kan pas echt genieten. Als consumenten de kwaliteiten van regionale, ambachtelijke producten opnieuw leren appreciëren, is het mogelijk de productie op commerciële basis in stand te houden. Dat garandeert een rijkdom aan smaken en producten en het behoud van lokale culinaire tradities en de regionale eetcultuur.’


De moestuinen van Leeuwarden

Landschapshistoricus Richtsje van Berkum schreef in juli vorig jaar het stuk De moestuinen van Leeuwarden. Ze schrijft: ‘We denken er waarschijnlijk niet bij na als we sla planten of rode biet zaaien in onze eigen moestuin, maar voedsel heeft een groot deel van ons landschap vormgegeven.’ Zo beschrijft ze hoe in Leeuwarden stadstuinen verschillende functies kenden in het verleden, van commerciële tuinbouw tot de combinatie tussen een sier- en moestuin. 

Bij het ontstaan van steden speelde voedselproductie een belangrijke rol. ‘De inspanning die nodig is om steden te voorzien van voedsel en dat daarna als afval te verwerken, heeft een grote sociale en fysieke impact op de samenleving en de planeet. Simpel gezegd bepaalde in het verre verleden de hoeveelheid voedsel die in de nabije omgeving op het platteland kon worden verbouwd, de omvang van steden. Met als uitzondering de steden die, doordat ze aan bijvoorbeeld een rivier lagen, voedsel van verder weg konden halen. Tegenwoordig is het verband tussen stad en voedsel losser. Ons eten komt uit fabrieken en vrachtwagens brengen het naar elke gewenste plek in de stad.’

Er is nog steeds een connectie tussen voedsel en de stad, alleen al een historische. En uit de #vrijetoukomst-plannen blijkt dat er een wens is om deze connectie te vergroten. Dat is niet gek: stadslandbouw kent veel voordelen. Van Berkum: ‘Het is grappig dat stadslandbouw nu als iets nieuws wordt gepresenteerd, terwijl de moestuin in de stad al eeuwen bestaat. Stadslandbouw is internationaal gezien ontstaan als tegenbeweging; tegen de stedelijke eetcultuur, ongebreidelde consumptie en gemakzucht. De moestuin weer midden in de stad plaatsen, zorgt voor meer voedselbewustzijn, sociale cohesie, biodiversiteit, kortere ketens en meer groen in het centrum.’