Dit is een reactie op het stuk ‘#Vrijetoukomst Proces’ waarin Rob Roggema stelt dat als we over de toekomst nadenken we buiten de kaders van nu moeten kijken. Samen met NoorderRuimte selecteerde hij daarom vier ideeën die het proces anders aanpakken. Heb jij zelf een idee hoe wij onze ideale toekomst kunnen bereiken? Mail dan naar vrijetoukomst@noorderbreedte.nl

Ik heb hart voor de publieke zaak en het lokale bestuur. Zo was ik zelf ooit beleidsambtenaar. Ik geloof in een sterke overheid, constructief debat en gezamenlijk geld om vorm te geven aan de wereld om ons heen. De vraag is: hoe doe je dat?

Het proces rond de besteding van 100 miljoen euro in de provincie Groningen lijkt vastgelopen in een chaotische kluwen ‘ideeënbundels’. De overheid is dol op dit type beeldspraak: ‘We gaan constructief bundelen’. Maar hoe dat bloemschikken van ideeën werkt weet niemand. Gaan we voor een vrolijk veldboeket of voor een verstilde Japanse compositie? Dat geldt ook voor het spreekwoordelijke ‘keukentafelgesprek’ een andere overheidsfavoriet. Het klinkt verleidelijk en concreet, maar ontmoeten burgers en overheid elkaar daadwerkelijk aan de keukentafel? In mijn gemeente Het Hogeland is die keukentafel sowieso een brug te ver: Daar wordt – anderhalf jaar na de gemeentelijke herindeling – nog steeds met bureaus en koffiemachines gesleept.

Als het woord ‘toekomst’ valt dan gaat de overheidsblik op oneindig. Het schuiven met bureaus verstomt, de leesbril gaat af. Dat resulteert in onscherpe vergezichten en een overwaardering van het woord ‘idee’. Want de toekomst is groots en meeslepend: we moeten met z’n allen op zoek naar dat geniale, iconische idee.

Na 25 jaar ontwerppraktijk en kunstonderwijs heb ik geleerd dat het zo niet werkt. Ideeën ontstaan door te doen. Een goed idee is altijd dichtbij, nooit ver weg. Stop met dat dramatische gestaar naar de horizon en kijk om je heen: het bruist in Groningen van de ‘doeners’. Plekken, mensen, initiatieven. De toekomst is niet daar, de toekomst is hier, hij is allang begonnen. Daarom schreef ik samen met Suzan Wierenga, Lammert Meinema en Jan Dirk Gardenier het manifest ‘Wij zijn het idee’. Het is een pleidooi om doeners in plaats van ideeën te ondersteunen, te kijken naar wat er is.

Een paar dagen geleden organiseerde gemeente Het Hogeland een online bijeenkomst. De start van de campagne ’Kop op ’t Hogeland. De gemeente heeft namelijk 20 miljoen ‘extra’ te besteden. Het beeld begint vertrouwd te worden: een ‘live’ uitzending op YouTube met links de bestuurders en ambtenaren zichtbaar in een studio en rechts de burgers in een chat-kanaal. Het contrast was groot. Links ging de blik weer op oneindig: Toekomst, idee, met z’n allen, bundelen, voorwaarden, vaag… Dat hebben we eerder gehoord. Rechts – in de ‘live chat’ – ging het er een stuk concreter aan toe. Zo’n 160 burgers/doeners leverden vrolijk commentaar en voerden een geanimeerd gesprek. De meesten kennen elkaar, werken allang samen waar nodig en maken gebruik van elkaars kennis en vaardigheden.

‘Hallo burgemeester Henk Jan Bolding’ – waar ik overigens een zwak voor heb – ‘het gebeurt niet straks en in de verte, de toekomst is hier, nu, recht onder je neus!’


Erik Wong begon als beleidsambtenaar bij de Gemeente Amsterdam, werd grafisch ontwerper en docent, viel als een blok voor het Groningse Hogeland en begon Wongema in Hornhuizen. Een plek voor werk, reflectie en verrassende ontmoetingen. Na 10 jaar zoekt hij opvolgers. Wong gaat weg, maar Wongema wil blijven. Sterker nog: Wongema wil verder doorgroeien tot ‘het Forum van het platteland’.