Vorige week heb ik in de rij gestaan voor een Loppersumse boerderij waar ‘het wonder van Scheemda’ te koop was. Superzoete heerlijke doperwten van de Eikemaheert. Kok Dick Soek had me verleid door zo’n erwt te verwerken in een aardappelsalade en daarover te vertellen alsof het een truffel betrof. Bij aardappelsalade noch bij doperwten krijg ik honger, maar als de toekomst zo smaakt, dan zet ik mijn handtekening er direct onder.

Groninger boeren maken het landschap. Ooit waren we daar trots op, en maakten ze het land groot. Nu verzetten burgers zich tegen de schade die de landbouw veroorzaakt aan lucht, bodem en natuur. En ze kijken de boeren daarop aan. Die gaan groter en groter, ze schuiven oude sloten en andere merktekens in het landschap weg, ze gebruiken gif wat weer uit het grondwater gezuiverd moet worden, ze brengen stoffen in de lucht die mens en natuur beschadigen. Cru gezegd brengt het landbouwsysteem Groningers van het (landbouw)subsidie-infuus naar het infuus in het ziekenhuis, zegt lector Rob Roggema daarover. Met zijn allen zitten we vast in ‘frustratielandschappen’. Waar is een uitweg?

De #vrijetoukomst-plannen die we afgelopen week op noorderbreedte.nl een podium gaven geven diverse richtingen aan. Nieuwe voedselmakers willen het vooral ‘samen doen’. Harm Evert Waalkens maakt echter in zijn reactie helder waarom dat zo lastig is: bedillerige consumenten roepen vanuit hun comfortabele woning hoe een ander het MOET doen. Ik vertaal dat maar even zo: velen wanen zich expert, maar slechts weinigen overzien het hele veld. Ondertussen lopen boeren vast: om nog iets te verdienen moeten ze grootschaliger werken. Op twitter circuleert een heldere beeldspraak. Kon 40 jaar geleden een boer na de verkoop van 1 liter melk een ijsje met drie bolletjes betalen voor zijn kind, anno nu moet hij drie liter melk verkopen voor een bolletje ijs. Een doodlopende weg, maar wel een waar wij, knieperige consumenten, de boeren op geduwd hebben. De frustratie is aan beide kanten (de boer en de consument) groot.

Jakob van Ringen wil het aardbevingsherstel benutten om werkelijk een betere wereld te bouwen. Begin bij Loppersum en breng dat opnieuw tot leven als ‘Loppersummum’, een regeneratief dorp dat zichzelf voortplant. De verbeelding ziet er gaaf uit. Wachtend in de rij voor de Eikemaheert zie ik het voor me: een modern dorp in een prachtig landschap waar Loppersummers circulair wonen en kwaliteits voedsel telen. Mensen uit de wijde omgeving zoeven per bike af en aan – drie keer bingo: lichaamsbeweging, goed voedsel en zorg voor een mooi landschap. Van Ringens plan sluit aan bij het verhaal dat Vrij Nederland deze week bracht over hoe het landbouwstelsel duurzamer kan. Circulair in 2030 is mogelijk als we de sector werkelijk ingrijpend over de kop durven te halen, stellen wetenschappers Imke de Boer en Evelien de Olde.

Harm Evert Waalkens (zelf bioboer) reageert op onze site op de #vrijetoukomst. Hij snapt de frustratie en ziet de schade door te ver doorgeschoten benutting van de aarde, maar hij is er niet van overtuigd dat je dat oplost door je van de wereldmarkt terug te trekken en ‘lokaal’ te gaan werken. De Groninger landbouwproducten in eigen provincie houden, heeft iets benepens. ‘Lokale productie, verwerking en consumptie kunnen een onderdeel zijn van een groter perspectief, maar nooit vervanging zijn van datgene wat Groningen groot heeft gemaakt en zal houden’, stelt Waalkens.

 #Vrijetoukomst-voedsel 3 schetst een horrorscenario: een hongersnood in 2028. Met als oplossing: ontwikkel snel kiemend zaad dat in korte tijd voedsel laat groeien, tussen de ijzige winters en hete zomers in. Hopelijk kun je daarmee overleven. 

Rob Roggema, lector Transitie aan de Hanze Hogeschool, beschrijft dat we op eenderde van de grond al voldoende gewas kunnen telen om in onze eigen voedingsbehoeften te voorzien. Kunstmatige intelligentie en hoogwaardige technologie maken het mogelijk om dat circulair te doen. Dat komt goed uit, want we hebben bijvoorbeeld extra grond nodig om de natuurlijke (water)systemen weer te herstellen en energie op te wekken. In theorie is dat dus een mogelijk perspectief.

Maar hoe kom je daar? De wereld is geen ‘leeg wit vel’ al willen we bij het verzinnen van een toekomstperspectief wel even afzien van de hobbels in de echte wereld. Hoe krijg je boeren ‘van hun grond af’ naar een heel ander landbouwsysteem? Gaan we importen van weinig duurzame producenten weren? Dat zie je toch niet voor je: een Groninger grens met een douanier die ‘vieze’ producten (en wie weet zieke mensen) tegen gaat houden? En heel wezenlijk: hoe zorg je dat consumenten hun levensstijl aanpassen? 

Waalkens kijkt naar de overheid: als je ingrijpend wilt veranderen – en dat is nodig – dan moet die de regie nemen, anders lukt het echt niet. Daar krijgt hij op internet gelijk in van Berno Strootman, de rijksadviseur voor de leefomgeving. Ook Alex Datema van de ‘nieuwe boeren’ staat daarachter al spreekt de term ‘agrarische hoofdstructuur’ hem niet aan. Misschien is er iets anders te verzinnen. De Ecologische Hoofdstructuur van ooit heet nu ook Netwerk Natuur Nederland (NNN).

Met heldere ruimtelijke keuzes en een sterke overheid die daarover regie neemt, zijn we er nog niet. Een sturende belasting zal zeker ook helpen. Nu is vervuilen kosteloos en duurzaam werken duurder. Ook met de landbouwsubsidies valt beweging te forceren. Zo kunnen grote stappen gemaakt worden. Dat kan een individuele consument of boer niet voor elkaar krijgen. Misschien is het en-en-en, zoals #Vrijetoukomst plan 1 ook beschrijft. Samen veranderen in nieuwe voedselmakers.

Daarom fiets ik rond met een tasje pruimen en doperwten. Meer geld besteden aan beter voedsel, minder aan ‘made in China’-impulsproducten. Corona heeft ons laten zien dat je met minder soms ook meer bereikt. Meer thuis eten, meer aandacht besteden aan je eigen veerkracht – dat hoeft allemaal niet meer te kosten maar kan wel meer welzijn opleveren. Op de fiets naar Loppersum en keurig op anderhalve meter achter elkaar in de rij. Zullen we dat  ‘Typisch Gronings’ gaan noemen? Of allemaal even een ‘Soek-je’ doen om kwaliteitsboeren te belonen en zo samen te werken aan een verandering. De toekomst van Groningen is al begonnen!

Hier vind je alle artikelen over #vrijetoukomst