Deze week stond de site van Noorderbreedte in het teken van bomen in de provincie Groningen. Aan de hand van vier Toukomst-ideeën van vrijdenkers schetste Rob Roggema een situatie waarbij je al fietsend door het langste bos van Groningen opeens aan de rand een open kustzicht verschijnt.

Ik werd wel blij van dat vergezicht. Eerder schreef ik in mijn blog over de verbinding en speelsheid die ik soms mis in het landschap als bewoner van Noord-Groningen. Een verbinding van bomen leek mij een interessant experiment. Niet alleen voor de C02-uitstoot, maar ook omdat steeds meer bekend wordt over positieve invloed van bomen op ons welzijn. 

De reactie van Bert de Jong, die pleit om elke bewoner zelf een boom te geven om zo de verbinding met de bomen te vergroten, zette mij ook opnieuw aan het denken. Met het rode-auto-syndroom liep ik zo door het dorp. Overal stonden opeens bomen, opvallend vaak in tuinen. Zelfs in het kleinste tuintje bleek een boom te staan. 

Ik dacht ook terug aan de geluiden die mij opvielen toen ik van de stad naar het noorden van Groningen was verhuisd. Een van de dingen was dat ik opeens oog kreeg voor de subtiele verschillen tussen de ruis van verschillende bomen. De wilg met haar harde striemen in de wind, de populier met een soort van geklater. 

Op twitter werd de vraag gesteld hoe realistisch het plan is. En of het wel wenselijk is om in Groningen meer bomen te planten. Maar het zijn juist de gewaagde plannen die je opnieuw naar je omgeving laten kijken. Juist door de grootheid van de ideeën die afgelopen week voorbij kwamen, kreeg ik oog voor het kleine.  Of je het er mee eens bent of niet, dankzij het bos ben ik de bomen weer gaan zien. 

Hier vind je alle artikelen over #vrijetoukomst