Een vogel of een egel maakt het niet uit of het zijn nest bouwt in de openbare ruimte of in iemands tuin. Als er maar voedsel is en hij zich veilig voelt. Helaas is het op beide plekken tegenwoordig maar karig gesteld. Als stedenbouwkundig ontwerper maakte ik me hier voorheen niet zo druk om. Dat was immers het vakgebied van de ecoloog. Maar dat is veranderd. Ik voel de urgentie nu. En ik ben het bovendien ontzettend leuk gaan vinden. In de stedenbouw heb je de kans om ecologie een plek te geven. Daar had ik al veel eerder mee moeten beginnen.

Dat probeer ik vorm te geven in een aantal wijken van Groningen. Er zijn kansen die voor het oprapen liggen. Met kleine ingrepen kun je al een groot verschil maken. Plant meer voorjaarsbolletjes zodat er in het vroege voorjaar ook nectar is te vinden. Herintroduceer vaste planten in plaats van overal hetzelfde prikbosje. Tover strakke vijverranden om tot natuurlijke oevers waar het bovendien leuk spelen is. Heet de ijsvogel, de roodborst en wie weet zelfs de vos welkom in de stad! 

Niet alleen bij professionals, maar ook bij bewoners is er nog wel wat zendingswerk te doen. Want extensief beheerd groen vinden sommigen een rommeltje. En wat is er mis met mijn keurig bestrate voortuin met cementvoeg? 

Hoe ga je te werk wanneer je meer mensen mee wilt bereiken? Met opgeheven vingertje wijzen op onze gedeelde verantwoordelijkheid in het vergroten van de biodiversiteit? Of 25 euro bieden voor elke tegel die je uit je tuin haalt? Wachten we op de ‘first followers’ die uiteindelijk een hele buurt in beweging kunnen brengen?

Dat ik ‘om’ ben, is denk ik wel duidelijk. Maar ik zal je ook mijn valkuil vertellen. In mijn enthousiasme om te  vergroenen, kan ik nog wel eens doordraven en ongeduldig zijn – terwijl het woord draagvlak mij echt wel bekend is. Daarom schakel ik jullie hulp in. Heeft iemand tips voor mij? Weet iemand methodes die werken? Wie kent er voorbeelden met een happy end?