Op 5 februari 2020 spreekt minister Carola Schouten van Landbouw met het LandbouwCollectief, een recent opgerichte club van de grote boerenorganisaties en de multinationals waar boeren hun melk, vlees, graan, broccoli en aardappelen aanleveren. ‘In dit overleg, tussen de minister en het LandbouwCollectief ligt de oplossing van het stikstofprobleem’, zo hoorden we de hoogste man van Friesland Campina vertellen in het tv-programma Buitenhof. De ondervrager liet het onweersproken. We zijn het in Nederland immers gewend dat boerenorganisaties zich opstellen alsof ze de minister zelf zijn. 

Even voor de helderheid: degenen die volgende week aan tafel zitten, zijn volgens mij niet ‘de stikstof-oplossing’, maar ‘het stikstof-probleem’. Er zijn namelijk boeren die dat probleem niet hebben. Zij werken al met een gesloten kringloop, zij strooien geen of weinig kunstmest op hun land en voeren hun dieren geen krachtvoer van verre overzeese gebieden. De biologische boer, de natuurvriendelijke boer, de streekboer – namen genoeg – doet zijn best om het land zo te beheren dat hij voedsel kan oogsten terwijl natuur en landschap in balans blijven. Mensen die dat kunnen – en dat ook doen – die heb je dunkt mij aan tafel nodig als je het stikstofprobleem wilt tackelen. 

Alex Datema is zo’n boer en voorzitter van Boerennatuur, de landelijke organisatie die veertig collectieven bundelt die gezamenlijk werken aan de combinatie: een goeie oogst, ruimte voor de natuur en een mooi landschap. ‘Wij zijn niet gevraagd’, antwoordt hij rustig op de vraag waarom Boerennatuur niet bij de minister aan tafel zit op 5 februari. Formeel is zijn organisatie ‘een uitvoeringsorgaan’ van boeren die aan natuurbeheer doen. Daarom is Boerennatuur niet gevraagd om zitting te nemen in het LandbouwCollectief. 

Datema heeft een open blik, vrolijke krullen en uiteraard grote handen. Hij bewerkt 70 hectare grasland en houdt 110 melkkoeien, samen met een compagnon. ‘Ik ben blij dat ik boer ben’, vertelt hij nadat hij heeft uitgelegd hoe zijn vader en zijn oom in 1988 in Briltil begonnen. Later splitsten zijn broer, zijn neef en hij de boerderij. ‘Boer zijn is een manier van leven. Journalist is een beroep. Boer is geen beroep, dat BEN je. Je woont op de boerderij en bent er 24 uur per dag mee bezig.’ Die verwevenheid maakt boeren kwetsbaar en mede daarom zoeken ze elkaar op, analyseert hij. 

Datema is lid van de LTO. ‘Zoals elke boer’, voegt hij eraan toe. Hij is ook lid van de Agro Agenda Noord-Nederland, een platform waar zowel de landbouw, de natuur en de politiek aan tafel zitten, en hij leidt daar de Agenda Melkveehouderij. Afgelopen november was hij een van de spontane oprichters van de Boerenraad, een nieuw landelijk gremium van boeren die debat op gang wil brengen over de toekomst van de landbouw. Omdat hij zich niet vertegenwoordigd voelt door het LandbouwCollectief.

Het barst in de boerenbranche van de organisaties: per sector zijn er clubs, per regio zijn er samenwerkingen, ook in coöperaties zoeken boeren elkaar op en dezer dagen komen daar actiegroepen bij. Farmers Defense Force is bijvoorbeeld zo’n nieuwe loot aan de boerenstam. FDF belooft op 5 februari  weer met trekkers naar Den Haag te komen om toeterend het woord te eisen. Want met de compromissen die binnen door het LandbouwCollectief worden besproken, hebben zij op voorhand niet veel op. Het boerenveld is dus rijk gezegend met overlegclubs, maar de eenheid is ver te zoeken.

Boeren staan op dit moment sterk in de publieke belangstelling. Bestuurders, media en burgers meten zich soms een oordeel aan over het boerenbedrijf dat hard aankomt: boeren zouden het landschap kapotmaken, ze verdrijven wilde planten en dieren, ze verpesten de lucht en gaan verkeerd met vee om. Wanneer je als boer al die kritiek op je persoon laat neerdalen, wordt het bestaan een zware last, verklaart Datema een deel van de heftige emoties. Die kritische houding van de buitenwereld heeft zeker enige grond, maar de toon en de formuleringen worden op de boerderij vaak ervaren als weinig respectvol. Daarom vindt Datema het zo belangrijk om in de agrarische collectieven van Boerennatuur burgers en boeren samen te brengen. In de helft van de collectieven is dat al gelukt en komt het gesprek tussen boer en burger op gang.

Naast die kwetsbaarheid van boeren (omdat ze kritiek op hun bedrijfsvoering opvatten als persoonlijke kritiek), is het onderwerp aan de onderhandelingstafel van de minister ook nog eens supergevoelig: stikstof. Boeren ervaren dat zij de schuld krijgen van falend beleid. Zij hebben zich met hun investeringen lange tijd naar de visie van het rijk gericht. Feit is dat de overheid het stikstofprobleem noest onder het kleed heeft verstopt – daarbij sterk aangemoedigd door de grote boerenorganisaties en hun lobby voor ‘groei’ en ‘export’. Met stikstof zou het allemaal wel loslopen. Nou niet dus. 

Op de boerderij van Alex Datema is het absoluut geen nieuws dat de melkveehouderij veel stikstof uitstoot. Hij is er eigenlijk zijn hele leven al mee bezig om dat te verminderen – en met hem heel veel collega’s. Toen Datema begon in 1988 had het melkveebedrijf van zijn oom en zijn vader een stikstofoverschot van 400 kilo per hectare. ‘We hebben hele grote stappen gezet en nu zitten we op 160 kilo per hectare. Ik heb daarom echt niet het idee dat ik iets verkeerds doe.’ Geconfronteerd met de hele reeks klimaatschaamtes waar de hedendaagse mens zich vervelend over kan voelen, zegt hij: ‘Ik voel me absoluut niet schuldig. Ik ben trots op mijn bedrijf en mijn melkkoeien.’ Maar daarmee is zijn kritische vermogen niet uitgeschakeld. ‘Ik denk wel dat het nog beter moet en ook dat het anders kan.’ Datema’s laatste stal is uit 2005. Gebouwd met geleend geld volgens uitgangspunten die nu, vijftien jaar later, achterhaald zijn. Daarom is het voor hem (en zijn collega’s) zo belangrijk dat er een langetermijnvisie is waar hij zich naar kan richten. 

LTO heeft moeite om met een vooruitstrevende visie te komen, omdat ze zo groot is en een brede achterban heeft – naast bollenboeren, varkenshouders en natuurvriendelijke doorzetters zijn grote en kleine boeren lid en ook nog eens zowel veranderaars als behoudende ondernemers. Bovendien heeft de grote boerenorganisatie beperkte bewegingsruimte, doordat ze (met overheden en universiteiten) haar leden afgelopen decennia naar schaalvergroting en de wereldmarkt duwde. Ze kan leden die daarin mee zijn gegaan nu moeilijk afvallen. 

Een aanzienlijke groep boeren heeft echter allang aanvaard dat de landbouw tegen fundamentele grenzen aanloopt en dat het systeem herijkt moet worden. Vandaag is stikstof het probleem, morgen CO₂ of dierenwelzijn, nieuwe problemen komen steeds sneller op ons af. Datema: ‘Het systeem loopt spaak. Dus móet je nadenken over de toekomst. Ik geloof in de kracht van de landbouw. Die zullen we op de juiste manier moeten inzetten. Met onze universiteit hebben we in het verleden ook belangrijke ontwikkelingen in gang gezet. Dat hebben we nu ook nodig. De overheid moet daar meer stuur op zetten. Nederland kan vooruitstrevend worden in het bedenken van landbouwsystemen die beter zijn.’ 

Daarover zou het gesprek aan tafel bij Carola Schouten moeten gaan. Met een passende tafelschikking natuurlijk.

Vorige blogs:

De ene boer is de andere niet

Natuurboeren, een soort apart

De voorlopers raken achterop