Het gas is nu in Nederland de persona non grata onder de energiebronnen. In dit nummer komen verschillende personen, bedrijven of zelfs hele dorpen voorbij die ervanaf gaan. En in 2050 is het de bedoeling dat niemand meer gas heeft. Het ‘fossiel’ in fossiele brandstof heeft een nieuwe dimensie gekregen.

Nu de gevolgen van de gaswinning en het -gebruik zich zo duidelijk tonen, in Groningen en voor het milieu, is het niet zo gek dat we het aardgas de deur wijzen. Maar toch, voordat we definitief afscheid nemen, willen wij het nog een keer in het zonnetje zetten. Want we hebben veel te danken aan de miljoenen jaren oude restanten van dieren en planten.

In eerste instantie schatte Nederland de potentie van het aardgas nog niet zo hoog in. Zoals bij elke verandering klonken er aarzelingen. Zou het niet te duur worden? Daar kwam in 1959 verandering in met de vondst van een enorm gasveld bij Kees Boon. Zelf verdiende de Groningse boer daar overigens niet veel aan, daar zorgde de Mijnwet voor. Vijf jaar later nam de Tweede Kamer de Aardgasnota aan en kwam er een wijdvertakt buizennetwerk onder de grond. Midden jaren zeventig waren bijna alle huizen, behalve die in het verre buitengebied, op het gas aangesloten.

Ruim vijftig jaar is het aardgas aan de macht geweest. Kunnen we nog iets leren van het gastijdperk? In tien jaar tijd waren bijna alle huizen op het gas aangesloten. Dat is een ongekend omvangrijk project geweest. Dat het allemaal zo snel ging, komt door de krachtige manier waarop de overheid de touwtjes in handen nam. Dat paste in het beeld van de nationale overheid die na de Tweede Wereldoorlog op vrijwel alle terreinen de macht naar zich toe trok.

Het gas zorgde ervoor dat het in huis een stuk behaaglijker werd, ook bij de armere gezinnen. Geen gesleep met kolen, geen roetaanslag meer. Kolen, stadsgas en petroleumstelletjes maakten plaats voor moderne geisers, gevelkachels, centrale verwarming en gasfornuizen. Maar ook in de minder letterlijke betekenis zorgde het gas ervoor dat we er warmpjes bij kwamen te zitten. De aardgaswinning heeft Nederland de afgelopen 60 jaar 417 miljard euro aan baten opgeleverd. De verzorgingsstaat zoals we die nu kennen, is voor een groot deel gefinancierd met de verdiensten van het gas. In Noord- Nederland werken op dit moment 19 duizend mensen in aardgas en gas gerelateerde banen.

In een reclamespotje voor aardgas uit 1969 zien we de vader des huizes behaaglijk met de krant voor de gaskachel en moeder comfortabel aan het fornuis. Terwijl het buiten sneeuwt, spint de kat van de warmte. Zo bracht het gas comfort in het Nederlandse huishouden. Maar de tijden zijn veranderd, in meer opzichten. Het gas kwam naar ons toe, van het gas af vraagt iets van ons. Vader staat tegenwoordig in de keuken en vooruitstrevende bewoners en ondernemers die van het gas af willen, nemen nu zelf het voortouw.

In Holland ligt een buis
en die buis gaat naar uw huis
in Holland ligt een buis jaja
van je tjingela tjingela hopsasa
in Holland loopt een buis
naar ieder Hollands huis

door die buis daar stroomt het gas
en het gas gaat naar de haard
en de haard verbrandt het gas
en ’t gas verwarmt het huis
en de kat bewaakt het huis jaja
van je tjingela tjingela hopsasa

in Holland brengt een buis
de warmte bij u thuis

Aardgas tv-reclamespotje (1969)
http://televisiereclame.blogspot. com/2007/10/aardgas-1969.html