Dit is mijn laatste blog voordat ik met zwangerschapsverlof ga. Ik permitteer me even mijn onderzoek naar thuis en plek los te laten en het iets dichter bij huis te zoeken (ba dum tsss). 

‘Een kind krijgen is vertrouwen hebben in de toekomst’, zei een goede vriendin tegen me. Het was een zin die vervolgens in mijn hoofd bleef hangen en de rest van de week af en toe omhoog bleef komen. Ik vond het een mooie uitspraak en het voelde als ‘waar’. En tegelijkertijd vroeg ik me af: heb ik dan echt zoveel vertrouwen in de toekomst?

Een week eerder belandden we op de redactie in een discussie. In een interview over het onderwerp duurzaamheid ging er een stukje over de wereldreizen (en daarmee vliegreizen) die de geïnterviewde had gemaakt. Volgens sommigen deed deze informatie afbreuk aan de geloofwaardigheid van het verhaal en moesten we dat stuk daarom schrappen. Iemand die zoveel vloog, kon anderen niet de les lezen, zo was de gedachte. Anderen vonden het niet integer om het eruit te halen. Ook mensen die bezig zijn met duurzaamheid vliegen, dat is de realiteit. 

Na wat heen en weer gemail besloot ik me uit de discussie terug te trekken. Ik merkte dat het me te persoonlijk raakte. Een handje geholpen door de hormonen voelde ik zelfs een traan over mijn wang glijden. Waarom deed me dit zoveel?

Het kostte me niet heel veel moeite om erachter te komen. Het was een onderwerp dat al weken in mijn hoofd woelde. Ik voel me onzeker over het feit dat wij een nieuw kindje de wereld in brengen. Wat vroeger vooral stond voor vreugde en nieuw leven, staat tegenwoordig ook voor een voetafdruk en nog meer belasting van de aarde. We zullen hem of haar natuurlijk bewust proberen op te voeden maar dat kan net zo goed leiden tot het omgekeerde effect. Misschien gaat hij of zij als tegenreactie elke week naar de McDonald’s of vliegt hij of zij de hele wereld over. En ik zou geen greintje minder van hem of haar houden. 

Wanneer heb je recht van spreken als het gaat over een duurzame wereld? Het is vrij duidelijk dat je niet de beste positie hebt om andere mensen de les te lezen over een duurzaam leven wanneer je in een Hummer rijdt, voor een weekendje weg naar Parijs, Londen en Barcelona vliegt of elke maaltijd weigert waar geen vlees in zit.  Maar waar ligt de grens? Wanneer ben je hypocriet en wanneer gewoon mens? In de filosofie heb je het gedachte-experiment van de Griekse wijsgeer Eubulides van Milet. Het gaat over de vraag hoeveel zandkorrels samen een hoop zand vormen. Het is duidelijk dat één zandkorrel nog geen hoop is, twee ook niet, drie niet. Maar wanneer verandert dat? Bij 300 korrels? Of 476? Het gedachte-experiment laat zien dat dit onderscheid niet zo zwart-wit is. Er is niet één zandkorrel die het verschil kan maken. Dat komt doordat het een relatief begrip is. Om te bepalen of iets een hoop zand is, hebben we context nodig. 

Hetzelfde geldt natuurlijk voor het vraagstuk over duurzaamheid. Vlees eten was vijf jaar geleden nog geen probleem. Nu al steeds meer. De meetlat verschuift door de context. We weten meer van de schadelijke gevolgen en kunnen het daardoor beter beoordelen. In Noorderbreedte proberen we die context steeds helderder te krijgen. Zodat we onze keuzes beter kunnen afwegen en beter zicht krijgen op wat het verschil kan maken. 

Maar het blijven de keuzes van individuen met een eigen context. Dus zou ik ervoor willen pleiten dat we geen oordeel vellen over de ander. We denken misschien een hoop te zien, maar in werkelijkheid spelen er altijd meer zaken mee dan wij kunnen weten. 

Pleit ik mijzelf nu vrij omdat ik me eigenlijk schaam voor mijn kinderwens en omdat ik mijn geloof in duurzaamheid ervoor aan de kant zet als het nodig is? Misschien voor een deel. Maar ik geloof ook dat er meer achter zit. En dat is dat ik inderdaad hoop heb voor de toekomst. Hoop, omdat we niet altijd kunnen voorspellen waar verandering vandaan komt. En hoop, omdat ik nog steeds geloof dat mijn kinderen in een betere wereld zullen opgroeien dan ik, al is het alleen maar omdat zij er zijn. 

Lees hier alle blogs van Merel.