Groningen heeft nu ook vier kavels natuur ‘op de markt’ gegooid zag ik op twitter. Dus heb je animo om een natuurkaveltje te bezitten en beheren? Dan moet je voor 5 november inschrijven.  Eerder deed Drenthe het ook met een perceel in het gebied van de Reest. Eric van der Bilt schreef er in Noorderbreedte #3-2019 over. Hij is zeer kritisch. Het is duur om natuurbeheer op te splitsen, weinig effectief en vooral deloyaal naar partners van de provincie die vanuit hun ideële motieven al grote gebieden beheren en vaak van alles doen om de natuur te helpen ook buiten hun eigen terrein.

Ik vroeg alle brochures op. Het is een indrukwekkende berg papier, een kleine honderd pagina’s per kavel(tje). Ik word er mismoedig van. Het is gestold wantrouwen. Alsof een bouwer intekent voor de bouw van een gemeentehuis.

Ik schat dat de Sweco’s en andere onderzoekers blij zijn met de openbare verkopingen van natuurgrond: die mogen onderzoeken en beschrijven zodat dat er later niemand ergens een claim kan indienen. Iedere fractie asbest is in beeld, net als de eventuele archeologische sporen. Ook notarissen en grondschatters eten er goed van: ze mogen tot in detail de kavel beschrijven en de ligging in de omgeving meewegen. Misschien zijn er op de provinciehuizen ook wel mensen blij met dit soort openbare verkopingen: want overal moeten bestemmingsplannen voor gemaakt worden zodat ook grondeigenaren die naast natuurbeheer ook andere doelen hebben, bij de les gehouden kunnen worden. Dan moeten natuurlijk wel eerst de regels duidelijk zijn, de controleurs hun werk afgeleverd hebben, de bewijzen geleverd en de planten geteld en beschreven zijn.

Hoeveel euro’s gaan daarmee niet verloren? Geld dat besteed had kunnen worden aan de natuur!

En waarom? Omdat het rijk een foutje heeft gemaakt. Men heeft verzuimd in Brussel aan te melden dat Nederland nieuwe natuur aanlegt samen met partners. Dat zijn goede-doelenorganisaties als Natuurmonumenten, de provinciale landschappen en Staatsbosbeheer. Zelfs Brussel zou gesnapt hebben dat deze organisaties een speciale positie hebben omdat hun enige doel is natuur te beheren. Ze hoeven geen geld te verdienen met vee, met hooiverkoop of wat dan ook. Hun enige ambitie is de natuur beter in de benen te helpen. Ze hebben in hun statuten staan dat ze de grond NOOIT zullen verkopen. De kans dat ze er winst mee maken is dus NUL.

Maar omdat het rijk de partners vergat aan te melden, mogen de provincies bij het vervreemden van nieuwe natuur de natuuroganisaties nu niet bevoordelen. En daar worstelen ze mee. Als de provincie boerenland opkoopt, omvormt tot natuur en aan natuurorganisaties in beheer wil geven, moet dat zodanig gebeuren dat iedereen hetzelfde recht heeft. Die gelijkberechting is een term van de vrije markt. Iets wat gaat over eerlijke concurrentie. Provincies lossen dat nu op door bureaucratische bouwwerken op te tuigen waaruit dan ‘eerlijk’ marktconform natuurbeheer volgt.

Weet u wat ik oneerlijk vind? Dat we zoveel natuurgeld uitgeven zonder dat de wilde planten en dieren er ook maar iets aan hebben.

Binnenkort publiceren we een interview met  de gedeputeerde van Drenthe Henk Jumelet over de openbare verkoping van natuurpercelen.