Openluchttheater: de biotoop van de Drentse amateuracteur

Joost de Ruiter reist deze zomer langs de amateurtheaters van Noord-Nederland. In de tweede aflevering van zijn serie speelt hij een thuiswedstrijd. Hij bezoekt de openluchttheaters van Drenthe, de biotoop van de amateuracteur in die provincie.

TEKST
Joost de Ruiter

BEELD
Joost de Ruiter

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en de Lira Startsubsidie voor Jonge Journalisten (www.fondsbjp.nl)

 

Ik ben Joost de Ruiter (23). Overdag werk ik als tekstschrijver, maar ’s avonds sta ik regelmatig op de planken: ik ben amateuracteur. In mijn theater – het Shakespearetheater in Diever – zitten de zalen iedere zomer vol. Voor mij is toneelspelen de normaalste zaak van de wereld, maar hoe meer ik me verdiep in het amateurtheater van Noord-Nederland, hoe meer me opvalt hoe bijzonder de cultuur is. Ik neem je daarom graag mee in mijn onderzoek naar deze traditie. Mijn eerste aflevering – over de rederijkerskamers van Groningen – vind je hier. In mijn tweede aflevering – over de openluchttheaters van Drenthe – onderzoek ik de identiteit van de amateuracteur.

Lachen, gieren, brullen

De regisseuse van het openluchttheater in Havelte is met beide benen op een bankje gaan staan. “Je moet je stilhouden als je geen tekst hebt,” roept ze naar een man op het toneel. “Anders haal je de focus weg bij de spelers waar het om draait!” Wanneer het gezelschap de scène een paar regels terugpakt, blijkt de boodschap niet overgekomen. De man ijsbeert over de rechterflank van het podium, met de bezem die hij bij zich heeft maakt hij zoveel herrie dat ik – weliswaar van achterin de zaal – zijn medespelers niet kan horen. De regisseuse laat het voor nu maar zo.

Naast me zit Mireille Schapelhouman, ze ziet het tafereel met een glimlach aan. Sinds jaar en dag is ze bestuurslid van het Openluchtspel Havelte. “Mensen komen naar ons toe om te lachen, gieren, brullen. We spelen ieder jaar een komedie in het Drents.”

Het publiek in Havelte zou het ook niet anders willen. Lang geleden probeerde het toneelgezelschap iets nieuws, in plaats van een Drentse boerenknecht draaide het stuk van die zomer om een Hollandse barones. Vervolgens duurde het jaren voor publieksaantallen terugkeerden op het oude niveau. En als er teveel Nederlands gesproken wordt in een stuk, kan men in Havelte ook rekenen op kritiek. “Ons lokale publiek is gehecht aan het Drents en voor toeristen die komen is het alleen maar leuk,” aldus Schapelhouman. “Het maakt ons lekker authentiek.”

“Ons lokale publiek is gehecht aan het Drents en voor toeristen die komen is het alleen maar leuk”

Ik krijg niet de indruk dat er in het Havelter theater snel iets gaat veranderen; mijn vraag of er niemand in het dorp warmloopt voor een ambitieuzere productie wordt door het bestuurslid weggewuifd. En waarom zouden ze ook. De voorstellingen die men in Havelte jaarlijks speelt – meestal een stuk of acht – worden goed bezocht: gemiddeld komen er iedere zomer 1900 mensen.

De Havelter aanpak blijkt exemplarisch te zijn voor de rest van het Drentse openluchttheater. In dorpen als Zweeloo, Roderwolde en Avereest – dat net voorbij de Drentse grens in Overijssel ligt – speelt men ook iedere zomer een komedie in een theater zonder dak, al dan niet in het dialect. “Qua publiek vissen we in dezelfde vijver,” vertelt Schapelhouman, en dus zijn de lijntjes tussen alle toneelverenigingen kort. “We flyeren bij elkaar en stemmen het stuk dat we spelen op elkaar af.” Hoe sterk de onderlinge banden zijn, wordt pas echt duidelijk als Schapelhouman tussen neus en lippen door een boekje opendoet over de echtgenoot van de Havelter regisseuse. “Hij regisseert het openluchtspel in Ruinen. Ze zijn afgelopen week bij elkaars repetitie gaan kijken, om elkaar van feedback te voorzien.”

 

Wie Havelte binnenrijdt, ziet dat het Openluchtspel deze zomer Franse Fratsen speelt

In het netwerk van Drentse openluchttheaters schittert mijn theater, het theater in Diever, echter door afwezigheid. Op het eerste gezicht lijkt dat misschien vreemd, Diever is immers ook een Drents dorp met een openluchttheater. Maar bij nadere bestudering zijn de verschillen evident. Zo spelen we in Diever jaarlijks in plaats van een dorpse komedie een Shakespearestuk. Daarmee trekken we – verspreid over ruim twintig voorstellingen – ruim twintigduizend bezoekers, onder wie de nationale pers, de commissaris van de Koning en een delegatie uit Stratford-upon-Avon, de geboorteplaats van William Shakespeare zelf. “In Havelte vinden we jullie bijna professioneel,” lacht Schapelhouman.

Gehandicapt kind

Die woorden klinken me als muziek in de oren, maar goed, ik ben natuurlijk niet geheel neutraal. Ik speel immers al meer dan tien jaar mee in de producties van het Shakespearetheater in Diever, daarvoor was ik zo’n vijf jaar lid van de jeugdtheaterschool die erbij hoort. Voor mij is het makkelijk lullen, natuurlijk vind ik Diever beter dan theaters in andere Drentse dorpen. Maar het commentaar van Jacques d’Ancona, theaterrecensent van het Dagblad van het Noorden, is ook niet mals.

“Openluchttheater in Drenthe is op z’n best een gehandicapt kind,” vindt hij. “Er is veel mis mee, de stukken zijn vaak achterhaald, voorspelbaar en lang. Ik zou zo graag eens twee bedrijven zien, in plaats van drie. Maar als iedereen z’n tekst kent en de regisseur het spannend houdt, is het ondanks al z’n beperkingen toch mooi.” De recensent vindt daarnaast dat de openluchttheaters die hij bezoekt hun stukken net zo goed in een overdekte zaal kunnen afwerken. “Theatertechnisch voegt de openlucht weinig toe. Het is net neuken in de bosjes, is dat nou echt aangenamer dan gewoon binnen blijven?”

“Openluchttheater in Drenthe is op z’n best een gehandicapt kind”

Diever is echter anders, vindt D’Ancona. “Het is opmerkelijk, verrassend, spannend en boeiend.” De voormalige tv-presentator komt superlatieven tekort om het Shakespearetheater te beschrijven. Het Dieverse succes komt volgens hem volledig op het conto van Jack Nieborg, de regisseur die er sinds 2000 zit en alle stukken zelf vertaalt. D’Ancona wijst me op een paragraaf van eigen hand in zijn recensie van King Lear, het stuk dat we vorig jaar speelden in Diever. Hij beschrijft Nieborgs aanpak erin als “gespierd” en noemt zijn invloed op de “soepel werkende” en “sterke” spelersgroep “absoluut.”

De grens van leuk

Een week later ben ik terug bij het theater in Diever om de complimenten van D’Ancona aan Nieborg over te brengen. Maar ik ben er ook om hem naar zijn visie te vragen. Voor mij is het niet meer dan logisch dat er ieder jaar duizenden mensen naar ons theater komen, maar hoe heeft hij dat publiek weten te lokken?

“Door Shakespeare op een speciale manier te brengen,” luidt Nieborgs eenvoudige antwoord. “Dat doen we bijvoorbeeld door ons publiek aan twee kanten van het podium te laten zitten. Zo brengen we het verhaal dichterbij. Bij het stuk dat we dit jaar spelen, Measure for Measure, gaan we daar weer verder in. De acteurs nemen plaats in de zaal, tussen de mensen. Daar blijven ze ook zitten als ze ‘af’ zijn. Op die manier wordt het publiek letterlijk onderdeel van de wereld waarin het verhaal zich afspeelt.”

 

De zaal van het Shakespearetheater Diever stroomt vol voorafgaand aan de try out van Measure for Measure

Nieborg heeft nog een andere truc die hij toepast om zijn publiek mee te nemen in de verhalen van Shakespeare. Je zou kunnen zeggen dat hij ervoor van een zwakte een sterkte heeft gemaakt. “Weet je waarom er in de eerste seizoenen van Goede Tijden, Slechte Tijden zo waardeloos werd geacteerd? Omdat het voor mensen makkelijker is om zich emotioneel in een slechte acteur te verplaatsen, dan in een goede. Bij die acteurs van de toneelschool is het allemaal zo gelikt, het zijn net robots, je ziet direct dat het niet echt is. Dat heb je bij een amateuracteur niet, die is lekker rauw.”

Toch worden er in Diever regelmatig audities gehouden, zeker voor grote rollen. En anders dan in Havelte, komen slechts weinig acteurs uit de directe omgeving. Dat komt omdat Nieborg graag met amateurs werkt, maar dan wel van een zekere kwaliteit. “Het doel is dat ze een professionele acteur acteren, die hun rol acteert,” lacht Nieborg. Daarbij helpt overigens ook de professionele begeleiding waarop we in Diever kunnen rekenen: de artistieke leiding en de ontwerpers van het podium, de kostuums en de grime worden bijvoorbeeld allemaal betaald.

Ondanks al mijn vooringenomenheid mag ik, vind ik, inmiddels toch concluderen dat we in Diever het gewone amateurtoneel overstijgen. Al helemaal als je bedenkt dat het Shakespearetheater ook buiten het toneel om aan de weg timmert. Zo bouwden we een replica van de Globe, het cirkelvormige theater waar Shakespeare zijn stukken liet opvoeren in Londen. We kunnen erdoor nu ook in de winter spelen: in onze verkleinde Globe passen driehonderd mensen. Daarnaast geven we een tijdschrift uit, de William, een glossy voor Shakespeareliefhebbers.

“We willen Shakespeare claimen voor Diever. Voor je het weet heeft ieder dorp een Shakespearetheater om op ons succes mee te liften”

En dan is er nog de Stichting Diever, Village of Shakespeare. Die is een aantal jaar geleden in het leven geroepen om Diever meer op de kaart te zetten als Shakespeare-dorp. “Dus absoluut niet om het theater verder te promoten, dat zit zo ook al vol” benadrukt voorzitter Monique Smidt. “Maar juist om de ondernemers in het dorp eraan mee te laten profiteren.” Het past in de visie van Nieborg: “We willen Shakespeare claimen voor Diever. Voor je het weet heeft ieder dorp een Shakespearetheater om op ons succes mee te liften.”

Heeft dat succes dan geen keerzijde? Iedere zomer zie ik na de laatste voorstelling onze voorzitter – hij heeft op dat moment een paar borrels achter de knopen – op een tafeltje klimmen. “We hebben weer een bezoekersrecord verbroken!”, roept hij. Op een gegeven moment kan een amateurtheater zoveel mensen toch niet meer aan, denk ik dan. Het draait uiteindelijk allemaal op vrijwilligers.

Nieborg geeft toe dat hij in Diever soms tegen “de grens van het leuk” aanloopt. “Ik zou bijvoorbeeld graag meer voorstellingen in de Globe willen maken. Het publiek is er wel voor te porren, maar als er niet genoeg acteurs beschikbaar zijn, dan doen we dat niet.” En qua bezoekers zijn we de afgelopen jaren redelijk constant, hoor. De kleine groei die erin zit zouden we kwijt kunnen aan het begin van het seizoen. De try-outs zijn vaak nog verre van uitverkocht.”

Knus

Waarin is Diever dan toch een amateurtheater? Dat zit hem wat mij betreft – ik trap even een open deur in – in de acteurs. Ik kwam als klein jongetje bij het theater omdat ik niet kon voetballen en graag iets anders wilde doen in m’n vrije tijd. Het theater in Diever, slechts vijf kilometer van mijn woonplaats Dwingeloo, bood uitkomst. Dat ik vervolgens meer dan tien jaar lang iedere zomer voor twintigduizend man optrad, was meer bijzaak. Ik vond het gewoon leuk om toneel te spelen, net als iedere Drentse amateuracteur. Of ze nu in Havelte, Ruinen of Diever acteren.

Bert Wijers (links) en Mireille Schapelhouman (midden) halen herinneringen aan 2013 op met Ineke van der Veen, PR-dame van het theater in Havelte

Voor de zekerheid peil ik Bert Wijers. Oorspronkelijk komt hij uit het Utrechtse Breukelen, voordat hij in  bij het theater in Havelte terecht kwam, had hij nog nooit in de open lucht geacteerd. In het stuk van 2013, Mie Jantje, Joe Tarzan was hij de enige acteur die geen Drents sprak. In het jaar erna verruilde Wijers het theater van Havelte voor dat van Diever, hij deed dat puur om praktische redenen: “Ik wilde niet ieder jaar de enige zijn met een Hollandse tongval.”

“Waarom ik in mijn vrije tijd toneel speel?” Wijers herhaalt mijn vraag, ik probeer hem het doel van de amateuracteur te laten formuleren. “Doe ik het voor het applaus? Nee. Ik vind het gewoon leuk om bij een groepsproces betrokken te zijn, om samen iets te maken, in een knus theater. En alhoewel inhoud en entourage in Diever anders zijn dan in Havelte, heb ik niet het gevoel dat het acteren in essentie verschilt. Het doel is geloof ik om iets neer te zetten waar spelers en publiek van kunnen genieten.”

Volgende maand vervolg ik mijn onderzoek naar het amateurtheater van Noord-Nederland. In Friesland laat ik me uitleggen hoe je theater maakt buiten de daarvoor bestemde zalen. In een kerk bijvoorbeeld. Of in een weiland. Is locatietheater het theater van de toekomst?

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en de Lira Startsubsidie voor Jonge Journalisten (www.fondsbjp.nl).

 

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
€42,50