Een boer wil baas zijn op zijn land. En toch zijn Friese boeren bereid om van hun land natuur te maken. Het wel en wee in het landschap is ze een prijs waard. Als die betaald wordt, willen boeren best de hoeder zijn van natuur waarin bijvoorbeeld weidevogels baas kunnen zijn.

Boerengrond blijft in een nieuw gezamenlijk experiment Natuer mei de mienskip eigendom van de boer, maar toch is deze natuur. Het verschil is dat de percelen voortaan rijke graslanden, vogelgraslanden of vochtige schraalgraslanden heten en dat er minder wordt bemest, later wordt gemaaid en er een hoger waterpeil wordt gehanteerd. Het is boeren met de natuur. Er komen in 2020 twee pilots, waarmee bewezen moet worden dat boeren zo prima natuurbeheerders kunnen zijn.

Provinciaal ambassadeur Arjen Kok van Natuurmonumenten spreekt van “een vernieuwende aanpak”.  De tijd van diepe tegenstellingen tussen de agrarische sector en de natuurorganisaties lijkt voorbij. In Fryslân hebben ze de handen ineengeslagen in een poging om zonder al te veel rimpelingen 2500 hectare landbouwgrond tot nieuwe natuur in te richten. Hiervan is een kleine 500 hectare al gerealiseerd.

De onorthodoxe koers heeft veel voordelen. Er is een groter draagvlak, de provincie heeft op een presenteerblaadje een invulling voor de afspraken met het Rijk over extra natuur en er is een oplossing voor het geldtekort voor het realiseren van nieuwe natuur. Er wordt meer natuur voor hetzelfde geld beloofd. In het zwartste scenario zou de provincie Fryslân – als deze dure landbouwgrond zou moeten opkopen – uitkomen op een tekort van 65,8 miljoen euro.

Het aantrekkelijke voor de boeren is dat ze een vergoeding krijgen voor het beheer van hun landerijen als natuur. Dat maakt de omschakeling naar een andere manier van boeren ook gemakkelijker. Een boer heeft voor een hectare vochtig weidegrasland 380 euro aan rechten te verzilveren en ontvangt daarnaast jaarlijks 520 euro subsidie voor beheer. In het plan krijgen ze voorts compensatie met extra land.

Er is onder boeren – mede door maatschappelijke druk – veel meer bereidheid om een goede balans te vinden tussen landbouw, natuur en landschap. De waarde van koeien in de wei en kruidenrijke weilanden betaalt zich uit. Kok ziet het gebeuren dat natuur-inclusieve landbouw de norm wordt. “Ook dan is er een goede boterham te verdienen in ons Friese landschap.”

Het doel van de betrokken natuurorganisaties Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en It Fryske Gea is om in 2027 een landschap te krijgen met een hogere biodiversiteit.  In de afgelopen vijftig jaar is er een negatief beeld ontstaan. De decimering van de populatie grutto’s staat symbool voor de achteruitgang. Meer natuurlandschap zou helpen bij een omslag, maar door de strengere mestregels zijn er tot nu toe weinig boeren die landerijen voor natuur willen verkopen. Begin 2018 hebben acht partijen elkaar daarom opgezocht om volgens Kok “op de een of andere manier samen te werken”.  Later is ook Wetterskip Fryslân erbij gekomen.

De Friese gedeputeerde Johannes Kramer beschouwt het plan als “een set nieuwe kansen”. Naast de al langer gereserveerde 79 miljoen euro van het Rijk voor het voltooien van het Natuur Netwerk Nederland in Fryslân hoopt hij ook uit andere fondsen geld te krijgen. Daartoe hoort de pot van het Klimaatakkoord om de uitstoot van koolstofdioxide te verminderen. Door volgens plan 800 hectare veengronden een hoger polderpeil te geven, wil Fryslân een bijdrage leveren. Er is al 4,5 miljoen euro toegezegd voor een pilot voor veenbehoud.

Bestuurder Peet Sterkenburgh van boerenorganisatie LTO juicht de samenwerking met natuurorganisaties toe. Hij ziet perspectief voor melkveehouders door extra mogelijkheden om aan de slag te gaan met agrarisch natuurbeheer en spreekt over “een mooi initiatief, ontstaan door opgebouwd vertrouwen in elkaar “. Chris Bakker van It Fryske Gea wil kansen benutten om ook met water, recreatie en klimaat nieuwe doelen te halen. “Er past heel wat in dit model.”