Het zal haar wel eens bang te moede zijn geweest nadat ze de opdracht had aanvaard voor Leeuwarden-Fryslân Culturele Hoofdstad 2018 een kunstproject met internationale allure te bedenken. Natuurlijk kende Anna Tilroe de verzuchting van de in Leeuwarden geboren schrijver/dichter Jan Jacob Slauerhoff dat de Friese aard benepen is en zich niet groot uit, weegt en wikt. Echter, ze wist ook dat het onbekende weerstand oproept en dat dit gegeven eerder universeel is dan dat het slechts de Friezen kenmerkt.

Maar dat de stiff opposition tegen het 11Fountains Project waarover de Britse kwaliteitskrant The Guardian schreef zo heftig zou zijn, had ze niet verwacht. Ze heeft zich dan ook dikwijls moeten vasthouden aan het adagium van de Ierse toneelschrijver George Bernhard Shaw, Slauerhoffs generatiegenoot, dat de kracht om alleen te staan veel droeve eenzaamheid waard is.

De invloedrijke kunstcritica Tilroe (Goes, 1946) heeft als leidraad dat de boel afbreken te gemakkelijk is en dat moreel nihilisme slechts valt te bestrijden met visioenen. En een visioen had ze: van een culturele erfenis van elf spraakmakende en vrolijk stemmende fonteinen als ontmoetingsplek in de publieke ruimte, ontworpen door internationaal gerenommeerde kunstenaars. Die zouden Friesland niet alleen in cultureel opzicht op de kaart zetten maar ook drommen nieuwsgierigen trekken naar Franeker, Sloten en Sneek, stadjes met een deels op een tamelijk schaarse heroïsche schaatstocht gebaseerde reputatie.

Ook toen de landelijke media lucht kregen van deze veronderstelde nieuwe tegenstelling tussen de Randstad en de provincie, liet Tilroe zich niet uit het veld slaan. De NRC maakte zich vrolijk over ‘een tragikomedie over elf Friese fonteinen’. Tilroe had geen enkele Friese kunstenaar aangezocht, terwijl er toch tenminste één walvis, twee leeuwen en een kievit in de ontwerpen waren opgenomen. Wat de krant kennelijk niet wist, was dat zij de opdracht had ook buitenlandse kunstenaars te zoeken omdat de internationale component van Culturele Hoofdstad 2018 in het bidbook van Leeuwarden ten enenmale ontbrak.

HP/DeTijd presenteerde met de kop ‘Een spuitende lul, dat is pas echt kunst volgens de Friezen’ een journalistiek huzarenstuk zonder weerga. Het tijdschrift schaarde in een keer een hele provincie achter een bescheiden protestgroepje in Workum. Dat had een houten ‘piemelfontein’ bedacht als tegenhanger van de fontein met beide donkergekleurde leeuwen uit het stadswapen, ontworpen door niemand minder dan de Britse kunstenares Cornelia Parker.

Tilroe had inmiddels een vaste overtuiging over kunst en kunstenaars moeten loslaten. Ze zei ooit: ‘Ik zou de kunst niet willen verplichten de relatie te zoeken met de gemeenschap. Kunstenaars moeten doen wat ze vinden dat ze moeten doen.’ Ze besefte al gauw dat dit project zonder draagvlak van omwonenden in elk van de elf steden, waar iedereen elkaar kent, tot mislukken gedoemd zou zijn.

Dat gegeven kende ze nog uit 2006, toen ze in Arnhem de internationale beeldententoonstelling in het Sonsbeekpark mocht organiseren. Voorgangers hadden er in organisatorisch en financieel opzicht zo’n janboel van gemaakt dat de Gelderse hoofdstad zich tegen de manifestatie had gekeerd. Tilroe zocht de bevolking op met presentaties. Het resultaat was een indrukwekkende processie uit alle lagen van de bevolking, voorafgaande aan de tentoonstelling, en een recordaantal van 120 duizend bezoekers.

Voor Friesland zocht Tilroe in eerste instantie de vermaarde kunstenaars Marina Abramović en Jaume Plensa aan. ‘Dan heb je kanjers in huis en willen andere kunstenaars ook wel. Ik heb met opzet geen Friese kunstenaars aangezocht. Die wonen daar al en kijken met Friese ogen. Vreemde ogen zien andere dingen. Franeker is een goed voorbeeld. De fontein daar is een hommage aan de in Franeker geboren astronoom Jan Hendrik Oort, die de oortwolk ontdekte, een schil om het zonnestelsel waar de kometen vandaan komen. Internationaal vermaard, maar in Franeker vergeten terwijl zijn geboortehuis niet ver van het Planetarium van Eise Eisinga staat.’ Ze zegt het nu ze met voldoening kan terugkijken op het project – ‘Waanzinnig maar met een happy end’, schreef de Volkskrant.

Abramovich zou een ontwerp voor Harlingen maken, maar moest wegens ziekte afhaken. Plensa ontwierp de fontein met de beide kinderkopjes op het volledig heringerichte stationsplein van Leeuwarden, waarvan dit indrukwekkende kunstwerk een integraal onderdeel uitmaakt. ‘Een kunstwerk moet passen bij de stad’, aldus Tilroe. ‘Daarom heb ik mensen aangezocht voor de plaatselijke fonteincommissies die actief zijn in hun stad, die er iets vertegenwoordigen, zoals plaatselijk belang of de Rotary.’ Ze deed dit ook om te verhinderen dat ze het in haar eentje zou moeten uitvechten met de soms opstandige bevolking. Droeve eenzaamheid is tenslotte niet eeuwig te harden.

Kunstenaars uit onder meer China, Puerto Rico en de Verenigde Staten werden voorgesteld, wensen uit de bevolking werden aangehoord, mogelijke locaties werden besproken en protesten aangehoord. Wie de driedelige tv-documentaire van Roel van Dalen heeft gezien, met de in Leeuwarden opgegroeide cabaretier Jan Jaap van der Wal in de rol van een soort harlekijn die zijn voormalige provinciegenoten een spiegel voorhoudt, weet dat dit een tamelijk lastig proces is geweest.

Tilroe, met gevoel voor understatement: ‘Niet iedereen was het er overal mee eens. In Sneek was de halve stad in rep en roer, Workum raakte gepolariseerd en in IJlst nam het verzet aanvankelijk pijnlijke proporties aan voor de Japanse kunstenaar Shinji Ohmaki. Maar toen hij zijn ontwerp van een kleurrijke schaal met een combinatie van bloemen uit Friese stinzenplanten en Japanse bloemen toonde, werd het met een staande ovatie ontvangen. In Sloten koos de bevolking voor de lelijkste plek van het stadje in de hoop dat de fontein, met als thema water als de bron van leven, juist dit pleintje nieuw leven zou inblazen.

‘In Dokkum, waar in december een ijsfontein op basis van zonne-energie komt, ontworpen door de Nederlandse Birthe Leemeijer in samenwerking met de TU Delft, brak in een volle kerk de hel los omdat de Markt heringericht zou moeten worden. Op dat omstreden onderwerp waren al enkele wethouders gesneuveld, dus dat kostte enige overredingskracht. Inmiddels is het gebeurd en ligt de Markt er prachtig en verwachtingsvol bij.’

Zo, wil ze maar zeggen, bracht het project overal wat teweeg. Zelden zo veel reuring in Friesland gezien als in de afgelopen drie jaar. En de toeristen en nieuwsgierigen? ‘Het is hartstikke druk, met bussen vol komen ze. Er zijn al tienduizenden mensen komen kijken. Velen van hen maken een dagtocht langs de tien fonteinen die sinds Kletterdei (18 mei 2018) in werking zijn. Daar heeft de tv-documentaire ook aan bijgedragen’, zegt Tilroe, die inmiddels zo veel Friese vrienden heeft gemaakt dat ze het jaar rond bij particulieren zou kunnen logeren.

De kunstcritica uit Amsterdam vindt dat het project voor meer staat dan elf fonteinen in elf Friese steden. Zo moeten we volgens haar opnieuw nadenken over de traditie van beeldenroutes. ‘Beelden moeten permanent zijn en dáár staan en wortelen waar de mensen zijn die daar wonen. Pas dan kunnen ze ook een nieuw klimaat bieden voor plaatselijke kunstenaars, die zich dan ineens moeten verhouden tot een ander artistiek perspectief. We zijn wat dat betreft enigszins achtergebleven. Abstracte kunst is elders allang een gepasseerd station. En hier denk je: daar staat weer zo’n ding. Ze is totaal gevaarloos geworden. En dat komt niet in je op bij de reusachtige fantasievis met opengesperde bek in Stavoren.’

Juist op dit terrein ziet Tilroe ook kansen voor het gehele Noorden. ‘Het is een bekend fenomeen dat als kunstenaars zich ergens vestigen er broedplaatsen ontstaan, dat er cafeetjes komen, bedrijvigheid, geroezemoes. Kijk maar naar Amsterdam-Noord. Maar de Randstad is langzamerhand onbetaalbaar geworden. Friesland, Groningen en Drenthe liggen artistiek nu nog geïsoleerd, maar de provincies zijn geïnteresseerd om kunstenaars hiernaartoe te halen.

‘Aan levendigheid mankeert het hier nog. Kunst is te lokaal, bereikt de rest van het land niet. En dan heb ik het ook over ontwerpers en fotografen. Over zangers en filmers. Er zit hier genoeg talent, mensen maken mooi werk, maar worden niet uitgedaagd om uit de eigen comfortzone te treden. Ik zie dat de Friese kunst vereenzaamt. Kunstenaars kunnen nergens terecht, ze zijn gescheiden van de rest van het land. Er heerst een incestueus klimaat.

‘En wat voor Friesland geldt, geldt ook voor andere perifere regio’s. De ruimte is er om mensen aan te trekken, maar dan moet je wel iets bijzonders bieden. In het Noorden zie ik enorme kansen voor de tegenbeweging die zich aan het ontwikkelen is, bijvoorbeeld tegen intensivering van de landbouw. Op dat terrein doen zich veel initiatieven voor, vaak van jonge boeren, waar je kunstenaars gemakkelijk bij kunt betrekken. Denk aan het verdwijnen van de weidevogels, aan de landschapspijn. Het is iets unieks van deze regio dat veel kan brengen, zowel landelijk als internationaal. Daar liggen ongelooflijke kansen.’