“Ik werk bij het bezoekerscentrum van het Dwingelderveld in Ruinen, wij zijn de poort naar het Nationaal Park. Ieder jaar ontvangen we tienduizenden bezoekers, vorig jaar waren het er zelfs 180 duizend. We maken toeristen wegwijs en geven ze voorlichting over het gebied. Rondom het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten, in de tuin, hebben we een afspiegeling van het Dwingelderveld gemaakt: we hebben een stukje ven, wat jeneverbessen, een heideveldje, ga zo maar door.

De toeristen die we hier ontvangen zijn met name Nederlanders, alhoewel we afgelopen tijd ook steeds meer Duitsers krijgen. En in Giethoorn proberen ze het toerisme een beetje over de regio te verspreiden, daarom krijgen we nu ook wat vaker Aziatische toeristen. Ik vind dat leuk om te zien, zolang we maar niet te kampen krijgen met de massale aantallen die op Giethoorn afkomen.

Ik ga meestal op de fiets naar mijn werk, ik woon in de buurt. Wat mij betreft is het Dwingelderveld zo ’s ochtends vroeg op z’n mooist, het is dan nog heel stil. Ik hou ook van de drukte hoor, daar niet van. Als ik andere mensen zie genieten van de natuur, vind ik dat echt geweldig. Ik heb meerdere favoriete plekjes op het Dwingelderveld, van de bloeiende korenbloemen in de zomer word ik bijvoorbeeld heel blij. De randen van het park zijn prachtig, maar het uitzicht vanaf midden op de hei is ook geweldig. Ben je weleens op de uitkijktoren langs de A28 geweest? Heel veel mensen zeggen: “ik rij er vaak langs, maar zou niet weten hoe ik erop moet komen.” Nou, het is heel makkelijk, vanaf de Boslounge in Spier ben je er zo. Moet je echt eens doen!”

Trefwoorden