Gestut en strijdbaar

Wie een wegens aardbevingsschade gestut gebouw heeft of benut, kan zich melden. Die oproep doen fotograaf Maartje Roos en vertaler Anne Tjerk Popkema in november 2016 via de media onder de naam ‘Stut’. Zij hebben een puur artistiek doel: iets moois creëren uit de tragiek van wat het Groninger land en zijn bewoners momenteel overkomt. Uitdrukkelijk nemen Roos en Popkema geen standpunt in, scharen zij zich niet achter een belang of groepering.

Inmiddels hebben zij drie vrouwen in de Ommelanden geportretteerd. Ieder van hen heeft haar eigen ervaringen. Ieder van hen gaat op haar eigen wijze om met de situatie. Drie verhalen over strijdbaarheid, verdriet en opluchting.

TEKST
Anne Tjerk Popkema

BEELD
Maartje Roos

Marijke van Beek
burgemeester gemeente Eemsmond
Gemeentehuis te Uithuizen

21 december 2016

‘Ons gemeentehuis werd in de zomer van 2015 gecontroleerd vanwege wat wij “het torentje” noemen, boven de erker op de hoek van het pand. Dat was een “high risk element”. Mijn werkkamer ligt er pal onder. Ik werd op vakantie in Zweden gebeld door de gemeentesecretaris: “Je mag niet meer op je kamer komen. De hele bestuursvleugel is onveilig, maar jouw kamer mag zelfs niet meer worden betreden.” De hele uitbouw, die bovenaan uitmondt in het torentje, zou elk moment naar beneden kunnen kukelen.

‘Het deed me meer dan ik aanvankelijk gedacht zou hebben. Dat je je werkplek moet verlaten is tot daar aan toe, maar je denkt toch: gister liep ik daar zelf nog, en kennelijk met gevaar voor eigen leven. En dan gaat het nog maar om een werkruimte. Wat moet het dan wel niet betekenen als je van het ene op het andere moment over je woning te horen krijgt: “U mag hier niet meer zijn, het is hier levensgevaarlijk”? Dat geeft een ontheemd gevoel.

‘Stutten en steigers tonen de vermoeidheid van de gebouwen, die niet langer bestand zijn tegen de continue druk vanuit de aarde. Het klinkt vreemd, maar misschien is het juist wel goed dat dit ook het gemeentehuis overkomt. Daarmee staat het symbool voor wat ook andere burgers in de gemeente overkomt en kan overkomen. Op die wijze is het gebouw een katalysator om strijdbaar te zijn: jouw ellende is ook mijn ellende. We hebben het aan den lijve ondervonden. Maar ik besef me terdege dat het wel een ánder lijf is. Dit is mijn werkplek, niet mijn wóónplek. Met een woning gaan veel intensere gevoelens gepaard.

‘Ik ben een mensenmens. Dit helpt me om me nog meer te kunnen inleven in wat onze burgers overkomt: ik ben nu zelf ervaringsdeskundige. Overigens ook in verband met mijn eigen huis, hier in Uithuizen. Een Scandinavische woning van negen jaar oud, houtskeletbouw, dus goed bestand tegen aardbevingen. Evenzogoed, de grond schudde letterlijk onder mijn voeten. Een schilderij viel naar beneden, de badkamertegels scheurden. Gelukkig bleven de muren overeind en intact.

‘Verdriet. Dat is mijn overheersende emotie. Ik ben Twentse, en heb de vuurwerkramp in Enschede van dichtbij meegemaakt, iets wat me nog altijd emotioneert. Willem Wilmink beschreef in een mooi gedicht wat de Enschedeërs overkwam, en in het verlengde ook de Groningers. Huil, want daar is reden voor / en huil dan maar aan één stuk door. Maar: na uithuilen komt opnieuw beginnen.’

Lorette Verment
werkt bij ingenieursbureau Grontmij

Hoofdstraat, Stedum

‘We wonen hier sinds 2004. Verhuisd vanuit de stad. Onze eerste zoon is hier in 2006 geboren, de tweede en derde – een tweeling – in 2009. Een drukke periode, maar inmiddels is het alweer relaxter. Een van m’n zoontjes komt trouwens zometeen z’n zwembroek halen, hij gaat lekker zwemmen met z’n vriendje. En die daar met die plank, dat is Bjorn, een huisvriend. We zijn druk aan het verbouwen. Als de hamer er dan tóch in moet…

‘Al gauw na onze verhuizing, in 2006, hebben we al eens een schademelding gedaan. Na een zware aardbeving hadden we wat scheurtjes in de buitenmuur. We kregen wat geld om dat te herstellen. We maakten ons er toen niet zo druk om.

‘In 2008 kwam ik aan het werk bij Grontmij, een ingenieursbureau. Mijn collega’s hoorden waar ik woonde. “Oh, in het aardbevingsgebied?”, zeiden ze toen al. Maar dat er meer en zwaardere aardbevingen konden komen, dat kwam pas na 2012 in het nieuws. Met verhalen dat huizen zouden kunnen instorten, en dat negentiende-eeuwse huizen, zoals het onze, extra gevaarlijk waren.

‘Al gauw kwamen inspecteurs inventarisaties maken van “hoge-risico-elementen”: schoorstenen, dakkapellen en zo. Vanaf de straat beoordeelden ze alle huizen. Een mega-operatie. Hier kwamen ze ook langs en we hoorden dat ook onze schoorstenen en dakkapellen vervangen moesten worden. Bij zware aardbevingen zouden die ofwel op straat kunnen vallen, ofwel recht naar beneden storten, door het dak heen. We slapen er recht onder. We proberen daar niet te veel bij stil te staan en het te zien als één van de vele risico’s in het leven.

‘En toch… Vorige week zijn de hoge-risico-elementen vervangen en kwamen er lichtgewichtelementen voor in de plaats. Dat voelt als een opluchting. Dus zat er kennelijk toch diep van binnen wel een zekere angst dat het ergens mis zou kunnen gaan. Met de kinderen hebben we het niet echt over risico’s gehad. Wel over de verbouwing. Die hield vooral de oudste bezig: de dakkapel bevindt zich op zijn kamer. Hij slaapt al een poosje op een ander kamertje.

‘Tja, de nieuwe schoorstenen zien er natuurlijk minder authentiek uit. Bij onze woning vind ik het niet zo storend, hoor, maar van sommige woningen kan ik me voorstellen dat het minder mooi uitpakt.

‘Ikzelf realiseer me nou pas, nu de boel eindelijk grondig wordt aangepakt, dat ik me kennelijk toch iets meer zorgen heb gemaakt dan ik van mezelf wilde weten. Ik ben blij dat het gebeurt. Weer een zorg minder!’

Ina
werkende en actievoerende moeder
Damsterweg, Holwierde

‘Mijn zoons zijn twaalf en zestien, de jongste zit nog op de basisschool. Het is goed toeven hier, Holwierde is een actief dorp, en we zitten vlak bij Delfzijl, met alle voorzieningen. Zelf ben ik geboren in het Friese Gorredijk, heb daar tot mijn zesde gewoond. Voor mijn vaders werk verhuisden we toen naar Appingedam. Daar komt mijn partner ook vandaan.

‘Onder Groningers heerst een soort gelatenheid, van: het overkomt ons allemaal. Neem daarbij de houding van de moderne Nederlander – als ik er maar geen last van heb – dan weet je het wel. Maar je kunt er ook iets tegen gaan doen.

‘Het begon in 2013. Je zag buiten rondom scheuren ontstaan. We hebben ons gemeld, en de NAM kwam langs. Geen aardbevingsschade, zei de inspecteur doodleuk. Pas na een tweede inspectie door een verzekeringsexpert werd de link met de aardbevingen officieel gelegd. Alle gestucte buitendelen werden in 2014 afgebikt. Pas toen die laag weg was, bleek de volle omvang van de scheuren. Pennen erin draaien, het herstel ging allemaal nog soepel en we hoopten dat de kous daarmee af was. Maar helaas.

‘Eerst zie je wat scheurtjes in de balk in de woonkamer. Je maakt je nog niet zoveel zorgen, je denkt aan droogtescheurtjes. Maar dan hoor je het ook kraken. Ander gekraak, niet wat we wel gewend waren van een oud huis. Dan zie je de scheuren zich verwijden, en verzakt het dak. Mijn zus zag dat het eerst: “Wat staat je dak scheef”. De kapotte muur was daar de oorzaak van, ondanks de stutten. De inspecteur had destijds natuurlijk ook de dakconstructie moeten checken.

‘We hebben het opnieuw gemeld, in 2015. Geen aardbevingsschade, kregen we opnieuw te horen. De inspecteur verzon allerlei alternatieve oorzaken, die natuurlijk niet in het rapport terechtkwamen. Dat het vanouds een rieten dakconstructie zou zijn. Onzin, je hebt hier helemaal geen rieten daken. Ik werd er ontiegelijk boos van: zo’n man, waarschijnlijk zelf ook iemand met een gezin, laat ons hier met twee kinderen doodleuk wonen in een huis met een onveilig dak. Het is misdadig. We accepteerden het rapport niet en gingen op zoek naar contraexpertise – van buiten, want lokaal advies is vaak corrupt. De bouwkundige zei ronduit dat we het dak als verloren moesten beschouwen. We hebben de boel hierbinnen toen zelf meteen laten stutten, om gedwongen uitzetting door de gemeente voor te zijn.

‘Ik sta inmiddels op een andere manier in het leven. Je beeld van de medemens, je wereldbeeld, wordt geschokt. Je wordt er wijzer van – maar niet per definitie gelukkiger. Natuurlijk, het is geen oorlogsgebied, er zijn ergere dingen. Maar de onrechtvaardigheid en de sluwheid van het machtsspel maken me kwaad. En strijdbaar.’

 

 

Dit artikel staat in NB#1 2018