Kip in de stad

Het besef dat wij dicht bij huis ook voedsel kunnen produceren dringt langzaam door tot een groter publiek. Een algemeen milieubewustzijn, schandalen rond voedselveiligheid, zelfvoorzienend willen zijn, maar ook samen iets willen doen: allerlei argumenten om zelf de spade ter hand te nemen en te onderzoeken hoe de directe omgeving ons kan voeden. Denk aan de eigen achtertuin of de volkstuin, maar ook steeds vaker aan de gemeenschappelijke buurt- of dorpstuin. Vraag: is het een hype, of een daadwerkelijke en blijvende ommekeer in onze omgang met voedsel?

TEKST
Leonie Wendker

Het besef dat wij dicht bij huis ook voedsel kunnen produceren dringt langzaam door tot een groter publiek. Een algemeen milieubewustzijn, schandalen rond voedselveiligheid, zelfvoorzienend willen zijn, maar ook samen iets willen doen: allerlei argumenten om zelf de spade ter hand te nemen en te onderzoeken hoe de directe omgeving ons kan voeden. Denk aan de eigen achtertuin of de volkstuin, maar ook steeds vaker aan de gemeenschappelijke buurt- of dorpstuin. Vraag: is het een hype, of een daadwerkelijke en blijvende ommekeer in onze omgang met voedsel?

Van kloostertuin naar stadsplantsoen

Tuinen zijn altijd aan veranderingen onderhevig geweest. Middeleeuwse klooster- en kasteeltuinen dienden het nut: je vond er naast groente en fruit vooral genees­krachtige kruiden. In de Renaissance ging het om de juiste verhoudingen, de symmetrie en harmonie, in overeenstemming met de destijds heersende architectuuropvattingen. De Prinsentuin in Groningen is een voorbeeld van een Renaissancetuin. De siertuin bereikte een stilistisch hoogtepunt met het Frans-classicistische tuinideaal. De streng geometrische ordening, met een lange middenas en zichtassen die in het landschap verdwijnen, vormde de triomf van de mensen over de natuur.
De Engelse landschapstuin, die in het laatste kwart van de achttiende eeuw in de mode kwam, vormde een reactie op de Franse tuin. Vele classicistische tuinen transformeerden in glooiende landschappen met slingerende paden, vijvers, tuin­sieraden van rotsblokken en ruïnes. Ook de eerste stadsparken zijn soms in deze stijl, zoals de Prinsentuin in Leeuwarden en een deel van het Groninger Noorderplantsoen.

Voor het volk

In 1838 verhuurt de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen in Franeker de eerste volkstuinen. Was dat nog een beschavings­offensief van bovenaf, aan het eind van de negentiende eeuw willen arbeiders in de stad zelf een stukje grond waarop ze hun groenten kunnen verbouwen. De Volksbond tegen drankmisbruik geeft zelfs gratis grond aan arbeiders om hen op het rechte pad te houden. Tot in de jaren vijftig van de twintigste eeuw blijft de volkstuin een moestuin. Daarna verdwijnt voor veel tuinders de financiële noodzaak zelf groenten te verbouwen en krijgt de tuin vooral een recreatieve functie. Het aantal tuinen neemt door de groeiende welvaart gestaag af. Pas in de jaren zeventig groeit de belangstelling voor de volkstuin weer, vooral door de aandacht voor het milieu.

Stadsmoestuin

De huidige behoefte om zelf weer groenten te verbouwen gaat hand in hand met de zorg om de authenticiteit van ons voedsel, waar het vandaan komt en wat erin zit. Door de huidige stagnatie in de woningbouw kunnen braakliggende terreinen in en om de steden plaats bieden aan (tijdelijke) stadslandbouwinitiatieven. Dat kan voedselproductie weer een integraal onderdeel van ons leven maken. Dit gebeurt nu al op veel plekken met gezamenlijke initiatieven voor buurtmoestuinen of stadsakkers, maar het blijft veelal bij kleine lieve initiatieven.
De vraag is of de productie het hobbyniveau kan ontstijgen. De bestaande tuinen missen vaak nog een ontwikkelingsstap, een concept dat ook een degelijk verdienmodel kent, zodat de tuin zichzelf kan bedruipen zonder subsidies. Geïnteresseerden zijn veelal believers, mensen die al met deze thematiek bekend zijn of eraan werken; het grote publiek is nog niet overtuigd. Volgens Joel Salatin (in 2011 door Time Magazine uitgeroepen tot de meest innovatieve boer ter wereld en voorvechter van lokale voedselproductiesystemen) moeten we nog een stap verdergaan en vee, bijvoorbeeld de kip, in de stad stimu­leren. We houden immers ook honden en katten, en gemiddeld eet en poept een hond meer dan elf kippen. Een kip heeft historisch gezien altijd al in de buurt van huizen geleefd, ze eet restproducten en bemest het land. Ze produceert eieren en vlees.

Kantelpunt

We staan op een kantelpunt, volgens Jan Eelco Jansma, expert op het gebied van stadslandbouw bij Wageningen UR. ‘Stads­landbouw is meer dan een rage en wordt steeds meer een nieuwe vaste waarde.’ Vier jaar geleden is het Stedennetwerk Stadslandbouw in het leven geroepen, een landelijk netwerk van gemeentelijke pioniers in de stadslandbouw. Een van de producten van het stedennetwerk is de Agenda stadslandbouw. Groningen was vorig jaar de eerste stad die deze heeft ondertekend, Leeuwarden heeft zich in mei aangesloten. Inmiddels hebben 24 steden de Agenda ondertekend. Daarmee laten ze zien stadslandbouw in hun stedelijk beleid te integreren. ‘Technisch is veel mogelijk’, zegt Jansma. ‘In kantoorgebouwen, ondergronds in gesloten systemen zoals Aquaponics (duurzaam voedselsysteem waarbij vissen en planten samen worden gekweekt, LW) en op braakliggende terreinen. Je ziet ook dat meer jonge mensen zich met deze thematiek bezighouden. De verwachting is niet dat je met stadslandbouw de steden volledig kunt voeden, maar hij kan wel een grote bijdrage leveren aan de bewustwording over de verspilling van en het gesleep met voedsel.’ Op www.stedelijkefoodprint.nl kun je bijvoorbeeld uitrekenen hoeveel hectare grond je nodig hebt om een stad als Groningen met bijna 190 duizend inwoners te voorzien van voedsel volgens een gemiddeld eetpatroon.
Niet te onderschatten is de maatschappe­lijke en sociaal-economische betekenis van stadslandbouw: werkgelegenheid, de interactie tussen mensen en educatie zijn belang­rijke pilaren en ook thema’s waar politiek veel interesse voor is. In sommige gevallen vallen die direct te verbinden met een bijdrage voor een buurt, wijk of een bepaalde doelgroep. Zo streeft het Groninger stadsinitiatief Toentje naar verbete­ring van het voedselaanbod voor de cliënten van de Groningse voedselbank. Initiatieven met een degelijk businessplan komen ook steeds meer op, zoals De Stadsakker. Deze winkel en kwekerij in Groningen was een van de drie genomineerden voor de Stads­landbouw Award 2014 en greep net naast de prijs. Die ging naar RotterZwam, een bedrijfje dat in een voormalig tropisch zwemparadijs paddenstoelen op koffiedik verbouwt.

Zo wordt de stadslandbouw steeds professioneler. Zie de Leeuwarder stadstuin Âsum, waar stadsboer Gosse Haarsma voor circa zestig aangesloten huishoudens groente teelt, die de deeleigenaren vervolgens zelf moeten oogsten. Tegelijkertijd komt er meer aandacht voor wat voor het oprapen ligt, getuige de wildplukwijzer.nl. Daarop kun je in één oogopslag zien waar je op openbare plekken fruit, noten en groenten kunt plukken. ◆

Zin om ook een stadsmoestuin te beginnen? Op internet is veel informatie te vinden:

www.stedennetwerkstadslandbouw.nl
www.groeneruimte.nl/dossiers/stadslandbouw
www.dagvandestadslandbouw.nl
www.eetbaarleeuwarden.nl
nmfgroningen.nl/doe-mee/eetbare-stad

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50