Leeuwarden bouwt een nieuw Zaailand

Het Zaailand in Leeuwarden is een winderig plein, ingeklemd tussen station en winkelgebied. Als het aan de gemeente Leeuwarden ligt, wordt het Zaailand in de komende jaren omgetoverd tot een levendig plein dat gaat fungeren als de ‘woonkamer van Friesland’.

TEKST
Annelies Vreeken

Het Zaailand in Leeuwarden is een winderig plein, ingeklemd tussen station en winkelgebied. Sinds jaar en dag wordt het rechthoekige terrein van zo’n zesduizend vierkante meter gebruikt voor de weekmarkt, de jaarlijkse kermis en incidentele evenementen. Aan de westzijde kijkt het classicistische gerechtsgebouw streng uit over de meestal verlaten vlakte, waarlangs het verkeer zich haast naar de parkeerkelder die onder het plein ligt. Als het aan de gemeente Leeuwarden ligt, wordt het Zaailand in de komende jaren omgetoverd tot een levendig plein dat gaat fungeren als de ‘woonkamer van Friesland’.
Het meest ingrijpende element van het plan is de nieuwbouw van het Fries Museum, met openbare hal aan de oostzijde van het plein. Aanleiding voor deze nieuwbouw is het legaat van de in 2001 overleden Friese architect Abe Bonnema, die met de Achmeatoren reeds zijn stempel op de skyline van de stad heeft gedrukt. In het legaat, dat 18 miljoen euro bedraagt, stelde Bonnema twee belangrijke voorwaarden: het geld moest worden besteed aan een nieuw Fries Museum op het Zaailand en het ontwerp moest worden gemaakt door architect Hubert-Jan Henket. De gemeente besloot deze nieuwbouw te laten meeliften met de plannen die er al waren voor de herinrichting van het Zaailand, waarin verbetering van de looproute voor het winkelend publiek een belangrijk onderdeel vormde.
Om het bestaande winkelaanbod uit te breiden, wordt aan de noordrand van het plein een ‘pleinwand’ gecreëerd: een strook met winkels en appartementen. De gemeente ziet dit als een kans om mee te gaan met een nieuwe tendens in de museale wereld: het streven naar een sterkere integratie van de ‘hoge’ cultuur van een museum en de alledaagse cultuur van winkelen en uitgaan.
Door de toegang tot de parkeergarage te wijzigen, wordt het plein bovendien autoluw gemaakt. Het bestaande winkelcentrum achter het nieuwe Fries Museum wordt gerenoveerd en uitgebreid, waarvoor de monumentale Mercuriusfontein wordt verplaatst. De totale kosten van het plan bedragen ongeveer 117 miljoen euro. De marktpartijen (met name ING Real Estate) investeren ruim de helft, de rest moet komen van de overheid. Het rijk subsidieert met 15 miljoen, de gemeente investeert 5 miljoen en de provincie 12 miljoen

Referendum

De plannen verdelen de politici en de Leeuwarder bevolking in uitgesproken voor- en tegenstanders. Tegenstanders vinden het plan te duur en vrezen dat tegenvallers zullen leiden tot een financieel debacle. Zij zien de nieuwbouw als een aantasting van het historisch aangezicht van Leeuwarden. Bovendien vrezen zij dat de komst van de geplande ‘elitewinkels’ het karakter van het traditionele volksplein zal schaden. De nieuwbouw van het Fries Museum wordt bestempeld als kapitaalvernietiging. Het bestaande museum is namelijk circa tien jaar geleden ingrijpend verbouwd voor bijna 13 miljoen euro. Met name de SP profileert zich als fel tegenstander van het nieuwe Zaailand en voerde de afgelopen jaren op diverse manieren actie. Waar voor- en tegenstanders het wél over eens zijn, is dat upgrading van het Zaailand onvermijdelijk is.
Begin dit jaar ging in de gemeenteraad een nipte meerderheid akkoord met het voorgenomen besluit. Na een referendum in mei zou de raad zich definitief uitspreken. Het referendum had een hoge opkomst van 43 procent. Een meerderheid stemde tegen het nieuwe Zaailand, maar toch was de uitslag ongeldig. Van tevoren was namelijk bepaald dat voor elk van de antwoorden ‘ja’ en ‘nee’ een opkomstdrempel van 30 procent gold. Dit werd niet gehaald. Vervolgens besloot de gemeenteraad in juni definitief om de plannen in ongewijzigde vorm door te laten gaan. Het referendum eindigde voor velen dus met een kater. Bovendien voelden de Friezen buiten Leeuwarden zich gepasseerd. Het ging immers om het Fries Museum, waar het erfgoed van alle Friezen wordt gekoesterd en waar ook de provincie fors aan bijdraagt.
De gemeente liet het referendum evalueren door de Universiteit Twente. Die concludeerde dat de vraagstelling niet juist was geformuleerd en de drempel van 30 procent te hoog was.
Half november is ook een kleine meerderheid in provinciale staten akkoord gegaan met de plannen.

Verplaatsing fontein

De planning is nu dat de werkzaamheden in 2007 beginnen en duren tot 2010. Maar voor de nieuwe huiskamer van Friesland in gebruik wordt genomen, moet er nog veel gebeuren. De verplaatsing van de Mercuriusfontein bijvoorbeeld, heeft nog heel wat voeten in de aarde en is heel duur. Ook de verkoop van het huidige Fries Museum baart zorgen. Het is gevestigd in een aantal monumentale panden aan de Turfmarkt. Met name het Eysingahuis heeft een waardevol historisch interieur en speelt een belangrijke rol in de Nederlandse museumhistorie. Het zal nog lastig worden om voor deze panden een passende bestemming te vinden die ook nog voldoende geld oplevert. Dat laatste is noodzakelijk om een nieuw museumdepot te bouwen.

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50