Een speelse kijk op het klimaatprobleem

De provincie Drenthe heeft dit jaar aan vmbo-, havo- en vwo-scholieren gevraagd zich te verdiepen in de vraag ‘Hoe ziet de Drentse samenleving eruit in 2050, rekening houdend met een klimaatverandering en een reductie van de uitstoot van broeikasgassen met 80 procent’.

TEKST
Lukas Koops

Het begon in 2003 met een motie van Drentse statenleden van GroenLinks, PvdA en VVD, waarin aandacht werd gevraagd voor de klimaatverandering en de consequenties daarvan. De motie werd aangenomen, waarmee provinciale staten zichzelf de opdracht gaven om in samenwerking met het college van GS met de problematiek aan de slag te gaan. Daar rolde vervolgens een jongerenproject uit. Willem Huizing, projectleider provinciaal Milieubeleidsplan trok de kar: ‘Omdat we in Nederland zulke goede dijkenbouwers zijn en omdat klimaatverandering een proces is dat zich heel geleidelijk voltrekt, wordt het probleem in Nederland onderschat. Veel beleidsmakers komen bovendien moeilijk los van actuele thema’s en al uitgezette lijnen in het beleid. Ze kunnen niet onbevangen meer naar de materie kijken. Daarom hebben we voor een project met jongeren gekozen: die zijn speelser bij het bedenken van toekomstscenario’s.’

Bouwen op de Hondsrug

‘We worden gedwongen na te denken over
de vraag of we in Nederland niet anders met onze ruimtelijke ordening om moeten gaan’, zegt Willem Huizing. ‘Maar we willen ook niet zomaar uitgaan van een horrorscenario waarbij mensen massaal vluchten uit het Westen en we in Drenthe voornamelijk nog huizen bouwen op de Hondsrug.’
Bewustwording stond bij het project voorop, maar het is wel de bedoeling om de uitkomsten zo mogelijk een plek te geven in de volgende editie van het Provinciaal Omgevingsplan en in ander provinciaal beleid met betrekking tot water, landbouw, recreatie en natuur. ‘We moeten ook terugrekenen in de tijd. Als je weet wat je wilt bereiken in 2050, dan moet je vervolgens bedenken wat je nu al moet gaan doen.’
Huizing vertelt dat aanpassing aan de heersende klimaatverandering centraal stond, hoewel er ook aandacht is besteed aan de mogelijkheid via het energiebeleid de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. ‘Ook als je erin zou slagen de uitstoot van broeikasgassen te minimaliseren, dan nog gaat de opwarming door. We hebben als uitgangspunt de EU-doelstelling genomen dat er deze eeuw niet meer dan twee graden opwarming plaats mag vinden.’
Via het netwerk van het IVN-consulentschap Noord is een concept voor het project ontwikkeld en zijn scholen benaderd. 25 klassen van scholen uit Assen, Hoogeveen, Meppel en Diever hebben meegedaan. Tijdens een symposium op 20 april van dit jaar presenteerden de scholieren het resultaat van hun inspanningen, op basis waarvan drie professionele adviesbureaus de opdracht hebben gekregen het aangeleverde materiaal uit te werken in een samenhangende visie. KNN-Milieu werkte de energieaspecten uit, Arrow-Consultants deed dat met de sociaal-economische aspecten en de Grondmij verdiepte zich verder in zaken die te maken hebben met water en leefomgeving. Op 23 november werden de resultaten gepresenteerd (deze Noorderbreedte lag toen al bij de vormgever).
‘Wij lopen hiermee voorop, dankzij het initiatief van drie statenleden’, constateert Willem Huizing. ‘In andere provincies is de politiek nog niet zover.’

Energieneutraal Drenthe

‘Moeten we nu al weer met een project aan de slag?’ Dit was de eerste reactie van Valentijn Kuperus, leerling Atheneum 5 van RSG Wolfsbos in Hoogeveen, toen hij met het idee van een project rond klimaatverandering werd geconfronteerd door zijn leraar Hans Hornstra, tevens statenlid voor de PvdA in Drenthe. Maar het duurde niet lang of hij werd enthousiast, net als zijn klasgenoot Robin Spek. Ze gingen zich inlezen, bestudeerden verschillende klimaatveranderingscenario’s, schrokken van vooruitzichten waarbij delen van Nederland onder water zouden verdwijnen, en gingen aan de slag. Met name bij de vakken economie, aardrijkskunde en algemene natuurwetenschappen werd aan het project gewerkt.
Robin Spek: ‘Met groepjes leerlingen vormden we adviesbureaus. We bedachten een naam voor zo’n bureau, ontwierpen een logo en twee of drie leerlingen vormden de directie. Vervolgens moesten we innovatieve ideeën aandragen voor een duurzaam Drenthe, rekening houdend met klimaatverandering en met de doelstelling om tot een reductie van de uitstoot van broeikasgassen met 80 procent te komen.’
De door de scholieren gevormde adviesbureaus bedachten oplossingen voor allerlei problemen die zich in de toekomst door klimaatverandering kunnen aandienen. De waterhuishouding, het energievraagstuk en de sociale dimensie namen een centrale plaats in. Valentijn Kuperus: ‘We bedachten methodes om drastisch energie te besparen uitgaande van een energieneutraal Drenthe, we zijn bezig geweest met hergebruik van CO2, we hebben regenwateropslagtanks onder woningen ontworpen en biovergistingsinstallaties, en bijvoorbeeld ook radertjes in regenpijpen om energie op te wekken.’
De toekomstscenario’s werden tijdens het symposium in april gepresenteerd met behulp van PowerPoint-presentaties, praktische proefopstellingen en websites.

Dichterbij

PvdA-statenlid Hans Hornstra is enthousiast. ‘De resultaten zijn op meerdere fronten positief uit te leggen. Er werden onconventionele ideeën ontwikkeld waarmee toekomstige problemen kunnen worden aangepakt. Jongeren werden bewust bij politieke processen betrokken en werden zich ook meer bewust van actuele problemen. De provinciale politiek krijgt op die wijze nieuwe impulsen.’ Robin Spek sluit zich hier bij aan. ‘We hoorden en lazen wel geregeld over klimaatverandering, maar het was allemaal nogal op afstand. Doordat we nu veel meer over het onderwerp weten, omdat we er zelf mee bezig zijn geweest, is het allemaal veel dichterbij gekomen. En je moet ook niet alles altijd alleen maar als een bedreiging zien. Je moet je ook afvragen waar kansen liggen voor nieuwe initiatieven.’
Beide Hoogeveense scholieren zijn door dit project zo enthousiast geraakt dat ze al begonnen zijn met hun afstudeerwerkstuk; ze maken een energieplan voor een nieuw te bouwen school.