De bodem; de basis van alles

Mario de pizzabakker sloeg de spijker op z’n kop met zijn bewering: ‘Het enige wat belangrijk is, is die bodem; als die bodem is goed, dan die hele pizza is goed’.

TEKST
Gerrie Koopman

Mario de pizzabakker sloeg de spijker op z’n kop met zijn bewering: ‘Het enige wat belangrijk is, is die bodem; als die bodem is goed, dan die hele pizza is goed’. Het voert wat ver om het ons omringende landschap te vergelijken met een pizza, maar de kern van de boodschap is duidelijk. Niets is meer bepalend geweest voor het huidige Noord-Nederlandse landschap dan de bodem. De ruwe vorm werd al bepaald vanaf 500.000 jaar geleden en hierbij speelden de ijstijden een grote rol. Tot op heden werd het landschap verder gevormd en gekneed door natuurlijke elementen als stromend water, schuivend ijs en striemende wind. Tot ongeveer een meter diepte hebben bodemvormende processen geleid tot kenmerkende veranderingen in de grond. Vooral tijdens de afgelopen duizend jaar heeft de mens het landschap als het ware afgemaakt, de pizza naar eigen smaak belegd.
De begrippen ‘zand-Drent’ en ‘veen-Drent’ zijn stereotiep, maar ook illustratief voor de onlosmakelijke relatie tussen grondsoort en cultuur. We koesteren de ruimtelijke aspecten van het Hogeland in Groningen, het afwisselende karakter van het Friese Gaasterland en de knusheid van het esdorpenlandschap in Drenthe, maar ondertussen zijn dit ‘slechts’ onbedoelde neveneffecten van de activiteiten van de mens, die de ter plekke aanwezige natuurlijke omstandigheden zo goed mogelijk probeerde te benutten. Daarbij speelde de bodem altijd een cruciale rol.

Drentse aarde

Op 20 oktober organiseerde de provincie Drenthe de startconferentie De waarde van Drentse aarde. Deze bijeenkomst vormde de start van een scholingstraject voor beleidsmakers dat ertoe moet leiden dat aardkundige waarden een duidelijke plaats krijgen in het provinciaal beleid. Wat zijn aardkundige waarden? We moeten hierbij denken aan de vormen van het aardoppervlak als gevolg van geologische processen, maar ook aan de bodemvorming die heeft geleid tot het ontstaan van bijvoorbeeld typische gelaagdheden in de bovenste meter(s) van de aardkorst. Aantasting van de bodem is vaak niet meer te herstellen. Een vormingsproces van duizenden, soms honderdduizenden jaren, kan in één haal met een graafmachine letterlijk van de kaart geveegd worden.
Anders dan voor allerlei van de bodem afgeleide zaken die een rol spelen in de ruimtelijke ordening, is er voor de bescherming van aardkundige waarden nog geen beleid en wetgeving ontwikkeld. Voor de archeologie is er op Europees niveau het Verdrag van Malta, voor de cultuurhistorie wordt een lans gebroken in de nota Belvedere, de waterkwaliteit krijgt aandacht in de Europese Kaderrichtlijn Water, en ook voor de natuurwaarden (denk bijvoorbeeld aan de korenwolf en de zeggekorfslak) gelden strikte Europese richtlijnen.
Merkwaardig eigenlijk dat er naar de bodem zo weinig gekeken wordt. Want de bodem is het belangrijkste fundament voor het landschap en alles wat daarop plaats heeft gevonden. Zeker tot ongeveer honderd jaar geleden is de inrichting van een gebied hoofdzakelijk bepaald door geomorfologische en bodemkundige karakteristieken Op het Drents-Friese keileemplateau, de kern voor het landschap van Noord-Nederland, was de bodem, met zijn keileemondergrond en de parallel aan elkaar lopende zandruggen, hét ordenend principe voor de afwatering, en daarmee voor het ontstaan van de Noord-Nederlandse beekdalen. In dit licht bezien is het vreemd dat in de ruimtelijke ordening heel vaak het credo ‘water als ordenend principe’ wordt gehanteerd terwijl er nauwelijks of geen aandacht uitgaat naar de bodem, de feitelijke onderlegger voor landschap, cultuur(historie) en ruimtelijke ordening.

Verbroken samenhang

Vanaf het begin van de vorige eeuw begon de mens in snel tempo de natuurlijke omstandigheden naar zijn hand te zetten. Hierdoor verdween op veel plaatsen de oorspronkelijke samenhang tussen de natuurlijke bodemkarakteristieken en de landschappelijke aanblik. Soms gebeurde dat heel rigoureus.
Een aansprekend voorbeeld is het Bunnerveen. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd dit venige heidegebied ten zuiden van Roden en Peize ontgonnen. De ontginning was nog in volle gang toen er al een ruilverkaveling overheen ging. Alles wat cultuurtechnisch mogelijk was, werd toegepast. Zo werd bijvoorbeeld het Eelderdiep van zijn meest belangrijke bovenloop beroofd. De circa zeven kilometer lange Grote Masloot staat op de topografische kaart van 1900 nog aangegeven als een slingerende beek ingebed in een karakteristiek madenlandschap, die als het Winder Diep tussen Bunne en Winde de Rolderrug doorsnijdt om vervolgens als Eelderdiep naar het noorden te stromen. Tegenwoordig is de Grote Masloot een lineaalrechte brede waterloop, die via het jonge ontginningslandschap van het voormalige Bunnerveen afwatert op het Peizerdiep. De door de mens met madelanden en houtwallen geaccentueerde samenhang tussen bodem en water is compleet verbroken.
Het verstoren van de relatie tussen bodem en landschap is nog steeds aan de orde van de dag. Wie over de A7 van Groningen richting Drachten rijdt, ziet de komende jaren links van de weg een herkenbaar kwelderlandschap met kreekruggen en veenterpen vermorzeld worden onder een dikke laag tarra van de suikerbietenfabrieken. Tegelijkertijd wordt rechts van de weg de karakteristieke verkaveling met de door oude wadprielen gevormde bochtige perceelsscheidingen vernietigd door de aanleg van Bedrijvenpark Westpoort. Beleidsmakers, planologen, landschapsarchitecten en natuurontwikkelaars zouden zich meer bewust moeten zijn van de aardkundige waarden, maar nog steeds zijn die nauwelijks in beeld bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Geologen en bodemkundigen worden daarbij niet betrokken, in tegenstelling tot archeologen en ecologen. Hoog tijd voor een integrale benadering met een prominente plek voor de aardkundige basis.

Bodem als harde schijf

Onbekend maakt onbemind. Dat geldt zeker voor aardkundige waarden. We staan er niet gauw bij stil. De bundel Van Eigen Bodem laat de onderkant van het maaiveld zien; datgene wat iedereen zou kunnen waarnemen bij een gegraven sloot, wegenbouwwerkzaamheden of een woningbouwplaats. Het boekje is niet bedoeld als pleidooi om alles museaal te bewaren, maar kan een steentje bijdragen aan het leesbaar maken van het landschap. De bodembeschrijvingen maken hopelijk duidelijk dat de bodem ook en vooral een harde schijf is waarop informatie is opgeslagen over de manier waarop de bodemdeeltjes op die plek terecht zijn gekomen, alsmede informatie over de begroeiing, de grondwaterstand en het gebruik van de bodem door de mens sindsdien.
In Noord-Nederland is bodemmateriaal aangevoerd door landijs, door de zee, door rivieren, door de wind, in uiteenlopende perioden van de laatste paar honderdduizend jaar. De grote verschillen in bodemgesteldheid die zo zijn ontstaan, weerspiegelden zich in de begroeiing
en in het bodemgebruik door de mens. Op hun beurt hebben deze het bodemprofiel weer beïnvloed.
De bodem is een fascinerend onderwerp dat deel uitmaakt van de aardkundige waarden van het landschap en waaruit nog steeds nieuwe informatie kan worden gewonnen. Er valt ook heel veel zelf te ontdekken. Schroom daarbij niet om de grond daarbij letterlijk in de vingers te krijgen. Door voelen, ruiken of zelfs te proeven leer je de bodem kennen. Samen met de verhalen achter een bodemprofiel of -fenomeen, zoals over het poesjeszand of over de ‘vingers van Hoeksema’ wordt de bodem aaibaar en gaat hij leven!

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50