Nieuwe club tot behoud van de Groninger boerderij

Noorderlingen, meer speciaal Groningers en Friezen, maken wel eens de vergelijking met kastelen aan de Loire of de kathedralen in Frankrijk als ze de lof zingen over hun kapitale boerderijen en hun kerkjes op wierden en terpen.

TEKST
Sietse van der Hoek

Noorderlingen, meer speciaal Groningers en Friezen, maken wel eens de vergelijking met kastelen aan de Loire of de kathedralen in Frankrijk als ze de lof zingen over hun kapitale boerderijen en hun kerkjes op wierden en terpen. Ik heb dat altijd typisch een geval van toeristische promotiepraat gevonden. Maar op het Hogeland tussen Electra en Lauwerzijl zag ik dat ze niet helemaal ongelijk hadden. Daar, aan de Teenstraweg, staan twee boerderijen zo mooi en zo volmaakt de bekroning te vormen van het landschap, dat het net zo’n sensatie opwekt als de eerste keer dat je Chartres boven de korenvelden ziet oprijzen.
Het was een belevenis van pure schoonheid die ik indirect dankte aan Harry Aalberts uit Leermens. Harry Aalberts weet alles van hout en van boerenschuren. In 1994 begon hij een houtbedrijf op een historische boerderij die Grevinga Heerd heet, en daar was ik eens geweest voor een boek over een nieuw gebruik van oude Groninger boerderijen. Per ongeluk kwam ik toen op de boerderij naast hem terecht, waar een oude boer in de moestuin schoffelde en mij de machines liet zien die wachtten in de schuur tot het weekend werd en zijn twee zoons terug zouden zijn uut Stad om in hun vrije tijd het akkerbouwbedrijf van veertig hectare te doen. Nu belde ik Harry om te vragen of de boerderij naast de zijne nog steeds van deze twee broers was, die doordeweeks in de stad op kantoor werkten.
Nee, zei Harry, ze waren ermee gestopt, het was de moeite van het werken niet meer waard geweest en ze hadden de boerderij verkocht. Maar het goede nieuws was dat hij met Frits Schuitemaker doende was een organisatie op te richten om vrijkomende Groninger boerderijen zo goed als mogelijk te behouden.

Rikkerda

Frits Schuitemaker en zijn vrouw kochten in 1993 Rikkerda, in Lutjegast, een van de fraaiste historische boerderijen van het Zuidelijk Westerkwartier. Typisch een boerenspul op de grens van het armere zand-en-veen-gebied en de welvarende klei van boven het Van Starkenborghkanaal. Rikkerda is in zijn omgeving groot, maar in vergelijking met de boerderijen op het Hogeland een stuk minder groot – en veel ingetogener. Eit van der Veen was er de laatste boer geweest, met enkel nog wat jongvee op het laatst.
Na grondige restauratie en verbouwing met de hulp van de plaatselijke aannemer en diens Hongaarse bouwvakkers functioneert de boerderij nu als chambres d’hôtes. Als gastenverblijf voor de liefhebbers van het platteland en het agrarisch erfgoed dat net zo intrinsiek deel uitmaakt van het Groninger land als de kastelen horen bij de Loire.
‘Weet je dat Oesingaweer te koop staat?’ vroeg Harry Aalberts nog niet zo lang geleden aan Frits Schuitemaker. ‘Zonde en zonde als we zoiets kapitaals kwijt raken.’ Oesingaweer is een juweel van een Art Deco/Jugendstilboerderij onder Loppersum met twee zestig meter lange schuren.
Ze zochten geestverwanten en vergaderden met onder anderen Jim Lambek, die als notaris in de jaren zeventig van de vorige eeuw Oudeschans voor sloop had helpen behoeden door er met een stichting oude pandjes op te kopen, te herstellen en te ‘ontwikkelen’ tot een nieuwe bestemming; en met het huisartsenechtpaar Visser uit Baflo, dat rondliep met specifieke ideeën over zorginstellingen op het platteland voor ouderen die gruwen van een traditioneel bejaardenoord. Oesingaweer leek er geschikt voor. Maar ze waren al te laat. Al het land dat erbij hoorde was al verkocht. Maar ‘zo’n kast’ van een boerderij heeft een ‘uitloop’ nodig van zeker vier à vijf hectare. Frits Schuitemaker: ‘De bijzondere kwaliteit zit hem er nou net in hoe de boerderij in het landschap staat, in de relatie tussen het land en de boerderij met zijn dammen, hekken, een paardenwei.’

Vette oases

Organisatorisch, juridisch en financieel ook moet er nog van alles geregeld worden, maar aan kapitaal om te investeren hoeft geen gebrek te zijn – banken hebben al van hun interesse blijk gegeven – noch aan aanbod van boerderijen. Er komen er, helaas, veel mooie vrij de laatste tijd. Aan de Wadwerderweg en Streeksterweg boven Usquert bijvoorbeeld, onder andere de boerderij van commissaris der koningin Hans Alders. En Ruigezand, één van de twee Teenstra-boerderijen bij Lauwerzijl, waar eind achttiende eeuw twee broers Teenstra een slenk van het Rietdiep inpolderden en na menige tegenslag zich eigenaar konden noemen van een schitterend, 200 hectare groot boerenbedrijf met twee imposante plaatsen. Op Ruigezand richten zich nu de begeerten en de inspanningen van de Stichting-in-oprichting tot herstel en behoud van historische Groninger boerderijen.
‘Een Drents boerderijtje,’ zegt Frits Schuitemaker, ‘daar zijn genoeg liefhebbers voor die het geld hebben om het te verbouwen en er in te gaan wonen. Maar zo’n enorme Groninger boerderij, denk eens aan die schuren – wat moet je daarmee? Hoe houd je zo’n boerderij mooi en puur en functioneel terwijl je er ook van moet leven?’
Het is niet alleen het gebouw dat zo’n boerderij zo bepalend voor het landschap en tot cultureel erfgoed maakt, ook het erf is er deel van, de hut, een reed het land in; en niet te vergeten de arbeidershuisjes iets verderop, die in hoog tempo aan het verdwijnen zijn. Alsof de sociale bitterheid van weleer nog altijd opspeelt en alles weg moet wat al te opzichtig herinnert aan de bittere verhouding tussen boer en arbeider.
Daar waar de Teenstraweg kruist met de Ruige Waard bevindt zich Ruigezand. De Teenstraweg gaat er met een bocht langs en een hectare verder bevindt zich dan Teenstra Heerd. De koppen van de kop-hals-rompen staan naar elkaar toe. Beide boerderijen zijn grotendeels omgeven door een brede gracht (11 meter!) en singels met drie rijen hoog opgaand geboomte. Van enige afstand zie je dus naarmate de seizoenen in de loop van het jaar wisselen veel of weinig van de boerderijen. Geïsoleerde, zich van de omgeving afkerende landgoederen in onbeschrijflijk weids, golvend en soms desolaat akkerbouwlandschap, ‘vette oases’ volgens Frits Schuitemaker: het is kenmerkend voor dit deel van het Hogelandse land en zo heel anders dan in het Oldambt. Daar demonstreerde de herenboer zijn rijkdom en macht juist door de passant te imponeren met het zicht op zijn luxe veurend. Op het Hogeland daarentegen staan de meeste boerderijen met de kont naar de openbare weg.
Ruigezand is de mooiste van de twee, als ensemble en in detail. Zelfs van buitenaf is te zien hoeveel liefde, tijd en zorg de familie Gardeniers geïnvesteerd heeft om de boerderij in goede en oorspronkelijke staat te bewaren. Op de dijk langs de singel grazen twee blaarkoppen, koeien zoals we altijd al gedacht hebben dat koeien moeten zijn.

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50