Een verkenning van het Schildmeer

De rubriek Meerverkenningen in het Noorden zijn ontdekkingstochten van landschapsdeskundige Edward Houting over de vele waterplassen die Noord-Nederland telt.

TEKST
Edward Houting

Een kikkergroen bootje met buitenboordmotor huur ik bij een kleine jachthaven in Steendam. De wat stugge eigenaar legt mij het gebruik van de buitenboordmotor uit. Op mijn verzoek krijg ik een peddel mee. Dan vaar ik de jachthaven uit. Vol gas naar de overkant van het meer richting Tetjehorn. Vanuit het noorden waait over het water een gezonde strontlucht. Door de noordwestenwind lopen aan de zuidoostkant van het meer de golven wat hoger op. Af en toe spat buiswater omhoog. Zo ben ik in mijn element. ‘Ain dei holt van ainzoamhaid’, dichtte de jonge onderwijzer Almoes uit Slochteren, ‘Goa din toch noar ît Schild tou, minsen.’ Waarvan acte.

Vermoedelijk stroomde het oude Schildmeer, oudtijds Het Skeld genaamd, in het verleden af naar de voormalige Fivelstroom. Het was een meer in een hoogveengebied, waarin verscheidene veenstroompjes tussen de inversieruggen door uitkwamen. Het Schildmeer stond bekend als zeer visrijk, beroemd om zijn baars, snoek en paling. Tot 1940 kwamen er visotters voor. Nu biedt het driehonderd hectare grote meer recreatie bij Steendam, waar zich een jachthaven, een dagcamping en een strandbad bevinden. De rest van de oevers van het Schildmeer hebben de bestemming natuurgebied. Veel bijzondere planten zoals zwanebloem, pijlkruid, krabbescheer en echte valeriaan komen hier voor. Aanleggen is zeer moeilijk vanwege riet en moerassige oevers. Voor zo’n bootje als waar ik mee vaar – geen diepgang – is ondiepte bij oevers geen bezwaar. Zeilboten moeten echter op het meer blijven aan deze noordkant. Voorzichtig manoeuvreer ik het bootje tussen rietpollen door naar wat een oever moet heten. Slappe klei, die lijkt op zelfgemaakte ruige pâté. Grassen groeien tot in het heldere water. Af en toe een paal waar je met moeite een touw omheen kunt krijgen. Mij vasthoudend aan zo veel mogelijk hoog gras en stengels lukt het me aan wal te komen. De dijk rond het meer hier is gemaaid. Drie meter breed ongeveer. In de verte keert een boer gras met een tractor. Koeien staan wat verderop in een veenachtige weide. Niet ver hier vandaan stond een windmolen die deze polder droog moest houden.

Absolute rust

Het is kennelijk nog niet gelukt, zoals aan de zuidkant van het meer, om ook hier een wandel- of fietspad langs de oever aan te leggen. Dat waarborgt dan ook de absolute rust aan deze kant. ’t Is al middag geweest; ik eet wat meegenomen brood. Zwaluwen wentelen langs en over de lage dijk. Ik vaar verder langs de rietoever en zie in het achterland wat boompartijen. Daar is een boerderij afgebroken op een lage wierde. Deze wierde uit de derde eeuw na Christus wordt in het kader van een herinrichtingsplan geaccentueerd; samen met twee of drie andere wierden bij het toponiem ‘Over ’t Schild’. Daar ligt een zogeheten inversierug waarop deze huiswierden ooit zijn aangelegd. Druk is het niet op het meer deze zaterdag. Er staat een lekker briesje; toch zie ik maar één zeilboot en een enkele surfer.
Ik vaar in de richting van boerderij ‘Hoop op Welvaart’. De boerderij rechts daarvan bezit een eigen zwembadje aan de oever. ‘Verboden aan te leggen’ staat er met kapitalen op een verweerd bord. Gelukkig is er nog een steiger waar ik wel kan meren. Vergane glorie overigens. De jaren vijftig van de vorige eeuw schat ik. Toen was het hier een en al jeugdig vertier met zorgelijk kijkende zwemleraren. Nu groeit er gele plomp. Een roeibootje ligt aan de ketting. De pluimaren van hoge grassen buigen binnendijks deemoedig in de straffe wind. Bij de steiger wiegen twee schermbloemen van de grote watereppe.
Tussen een geheel in bomen omgeven boerderij en de dijk in ligt een rechthoekig stuk water. In een bootje staat een man iets onduidelijks te doen. Alles ademt hier landinwaarts een niet meer in deze tijd gekende rust uit.

IJsherberg

Op weg naar het Afwateringskanaal van Duurswold kom ik twee bouwsels tegen langs de oever. Wilgenstruweel hangt over het water. Een deur van het rechter boten(?)huis hangt open en scheef. Nog even en de opvliegende eenden hebben er weer een huis bij.
De zuidwesthoek van het Schildmeer is behoorlijk moerassig. Links aan het einde van de Herenhuisweg is een deel van het meer prijsgegeven aan de verlanding. Een vogelkijkhut biedt de mogelijkheid om watervogels waar te nemen op deze waterplas. Er komen wel zestig soorten vogels voor volgens Staatsbosbeheer. Eerder op de dag zag ik boven de rietkragen regelmatig een vogel zweven. Af en toe dook hij naar beneden. Een kiekendief misschien. Als watervogels zag ik op en langs het meer eenden, futen, waterhoentjes en reigers.
De enige behoorlijke aanlegsteiger in dit deel van het meer tref ik op het punt aan waar de Herenhuisweg eindigt. Deze weg is vernoemd naar ’t Herenhuis ‘Sans Souci’, dat aan het Schildmeer stond. Het behoorde aan de familie Wijchgel, die in Schildwolde het landgoed Wijchgelsheim bezat. Tot 1951, toen het werd afgebroken, stond het vooral bekend als ‘ijsherberg’. Iets verder oostwaarts is een kleine privé haven aangelegd bij een groot zomerhuis. Er ligt een uit de kluiten gewassen tweemaster, die bij dit meer doet denken aan een Porsche op een woonerf. Nog iets oostelijker ligt een vergaan sluisje van de Haansvaart, die vroeger doorliep naar Hellum; voor de turfschepen en het dorpschip. De naam Sluushoes herinnert nog aan die dagen. Volgens het Strategisch Groenproject Herinrichting Midden-Groningen is het de bedoeling dat in het natuurontwikkelingsgebied aan weerszijden van de Haansvaart een gebied wordt gerealiseerd met open water en eilanden. Dat worden de ‘Haansplassen’, die goede mogelijkheden zullen bieden aan kanovaart.

De Groeve

Voor drie uur heb ik dit bootje gehuurd. Als ik op m’n horloge kijk, zie ik dat het stilstaat. De tijd inschatten zonder zichtbare zon is net zo moeilijk als afstand schatten over water heen. Geen klokkentoren te zien en een surfer heeft meestal geen horloge om. Er zit niets anders op dan teruggaan naar de jachthaven. Daar blijkt dat ik nog meer dan een uur kan varen.
Na opnieuw het ruime sop te hebben gekozen, zet ik koers naar De Groeve. Kleine oranje bollen geven de vaargeul aan. Bij de linkeroever liggen minikruisers kop aan staart. Af en toe zie ik een grijs hoofd achter een gordijntje bewegen. Nu heb ik niet zoveel op met, alleen het woord al, kruisertjes. Het zijn kleinburgerpaleisjes met netheidssyndroom op het water. Men zit droog al of niet met televisie, radio, drank en barbecue. En altijd die gruwelijk lelijke vitrages, die vaak even opzij geschoven worden om te zien wat er nu weer voor volk voorbij vaart.
De Schildmeertrechter versmalt zich tot het kanaal De Groeve, dat het Schildmeer via een schutsluis verbindt met het Eemskanaal. De reuk van zoet bloeiende vlier hangt over het water. Bij de brug waar ik onderdoor moet, kijken vissers argwanend of ik niet over hun dobbers vaar. Voor hen zijn die schuitenvaarders maar hinderlijke lastpakken, die hun visstek bederven. Het kanaaloppervlak is bijna zo glad als een spiegel. Gele lis bloeit volop langs de waterkant. Tweemaal passeer ik hoogspanningsleidingen. De watermolen, halverwege De Groeve, doet geen dienst vandaag. Twee kleine honden blaffen net zo lang tot hun baas verschijnt. We steken beiden onze hand op. Terug weer, want de tijd draait door. Het wordt iets drukker op het meer: al twee zeilboten en vijf surfers. Op het strandbad heb ik zelfs geen hond gezien.

Vlakke horizon

Bij de ingang van het vervolg van het Afwateringskanaal bij Steendam staat het schuim op de golven. Twee borden laten het grafische teken zien van verboden aan te leggen. Ik keer weer en vaar terug naar de jachthaven. Op de oever drie met riet gedekte vakantiehuizen. Geen mens te zien. Het is mij, een zeiler in weer en wind, onduidelijk waarom er op deze dag zo weinig mensen gebruikmaken van dit meer. Ook de jachthavenbaas weet het niet. Misschien dat in de Schildweek, in de bouwvakvakantie, er wat meer leven in de brouwerij komt.
Het meer overziende is de horizon vrij vlak. Geen opvallende bosschages. Aan de noordkant zie je in de verte als bindend element en oriëntatielijn de kaarsrechte peppelrij langs het Eemskanaal. In de zuidwesthoek fungeert de juffertoren van Schildwolde als landbaken, zoals de Roldertoren op de Balloërheide. Om het met een oer-Hollands woord te zeggen: ik vind het geen gezellig meer. Een leuke kroeg ontbreekt en verder zijn er te weinig aanlegmogelijkheden. Ik mis de poëzie van scheepswrakken, elzenruïnes en ruige, verwaaide koppen.

Literatuur
K. ter Laan, Geschiedenis van Slochteren. Groningen, 1962.
Landinrichtingscommissie Midden Groningen, Strategisch Groenproject, Herinrichting Midden Groningen, Ontwerpplan. Augustus 1998.

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50