Het Peizer poldermodel: natuurontwikkeling en landbouw

In de Peizermade is gekozen voor natuurontwikkeling en dus recreatie als nieuwe functies. Bij de inrichting speelt de samenhang met het stedelijk gebied een belangrijke rol.

TEKST
Jaap-Evert Abrahamse

Het landschap van de Peizermade was – tot de ruilverkaveling – weids maar kleinschalig. De esdorpen lagen aan de rand van de made. Het land werd doorsneden door beekdalen. Kleine percelen omgeven door houtwallen en afgewisseld met stukken bos werden ontsloten door slingerende weggetjes met bomen. Op 24 december 1963 werd ingestemd met ruilverkaveling. Meer dan vierduizend hectare landbouwgebied, gelegen in de gemeenten Eelde, Norg, Peize, Roden en Vries werd samengevoegd tot één ruilverkavelingsblok.

Rechttrekken en asfalteren

Het doel van de ruilverkaveling in de Peizermade week niet af van de meeste andere: ‘een verbeterde ontsluiting en waterbeheersing der landbouwgronden, alsmede de samenvoeging van verspreid liggende bezittingen’. Om het waterpeil te kunnen reguleren werden beken en sloten rechtgetrokken; de grondwaterstand ging drastisch omlaag. Door het rechttrekken en asfalteren van wegen werden de nieuwe, grotere kavels beter ontsloten.

Landschapsplan

De Ruilverkavelingswet van 1954 schreef voor dat in aanvulling op de technische ingrepen ook een landschapsplan moest worden gemaakt. In de jaren zestig begon ook daadwerkelijk aandacht te ontstaan voor de landschappelijke gevolgen van ruilverkavelingen. De boeren hadden hier overigens geen behoefte aan. Op de informatiebijeenkomst voorafgaand aan de stemming over de ruilverkaveling Peizermade stelde een van de aanwezige boeren voor om alle bomen in het gebied te kappen, behalve één. Aan die ene boom moest in zijn visie de opsteller van het landschapsplan worden opgeknoopt.
Voor de Peizermade was landschapsarchitect Harry de Vroome de opsteller van het landschapsplan. Hij was vanaf de late jaren vijftig betrokken bij een groot aantal ruilverkavelingen in Groningen en Drenthe. Het opstellen van een landschapsplan gaf op zich geen enkele garantie voor de uitvoering ervan, omdat de grond voor het overgrote deel in bezit was van boeren. De meeste boeren waren als kleine ondernemers uitsluitend geïnteresseerd in maximalisatie van de opbrengst. Ook de inspanningen van de overheid waren in eerste instantie uitsluitend gericht op groei van de productie. De Vroome moest daarom strategische middelen inzetten om landschappelijke elementen in de verkaveling te kunnen introduceren. Hij gebruikte bijvoorbeeld het eigendom van de wegen om bomenrijen in het landschap te kunnen situeren.
Dat voorkwam evenwel niet dat vele andere elementen waaraan het landschap zijn betekenis kon ontlenen, zoals houtwallen, een onzekere toekomst tegemoet gingen. Een aantal waardevolle landschappen werd reservaat. Het Lieverense Diepje bijvoorbeeld en vijf andere stukken beekdal werden als cultuurhistorisch waardevol aangemerkt. Deze gebieden werden op het landschapsplan gearceerd, om aan te geven dat behoud of reconstructie gewenst was. Ook een aantal stukken bos en woeste grond werden als reservaat aangegeven. Maar de boeren voelden er meestal niet voor, en dit instrument leidde lang niet overal tot landschapsbehoud. Wel werden op strategische plekken bomen geplant, bijvoorbeeld bij de toegangswegen naar de dorpen. Zo werd in Lieveren beplanting ingezet om een als onaantrekkelijk gewaardeerde lintbebouwing aan het zicht te onttrekken.

Behoefte aan natuur

De grootschalige landbouw is in Nederland op zijn retour. Sommige boeren gaan naar het buitenland, andere houden ermee op. Veel grond is inmiddels niet meer voor de landbouw in gebruik en deze ontwikkeling is nog niet ten einde. Voor het eerst in de geschiedenis ontworstelt het land zich aan de dwang van het directe nut. Dit biedt ongekende mogelijkheden voor de inrichting, maar ook de noodzaak nieuw programma’s te ontwikkelen om het platteland – opnieuw ten dienste van de stad en haar bewoners – wordt ingericht; ditmaal niet als voedselproducent, maar om te voldoen aan de behoefte aan natuur.

Natuurreservaat

Sinds 1988 is Natuurmonumenten actief in de Peizermade. Elk jaar werd ongeveer vijftig hectare grond aangekocht, vooral van vertrekkende boeren. Inmiddels heeft de vereniging ongeveer zevenhonderd hectare in bezit. Zo heeft zij een stevige positie verworven in het gebied. Vanuit die positie heeft Natuurmonumenten ? samen met boerenorganisatie NLTO ? een landinrichting van de Peizermade aangevraagd.
Voor de boeren in het gebied bestaat de mogelijkheid door kavelruil hun versnipperde grondbezit te concentreren. De wat hoger liggende, voor de landbouw meest geschikte grond ligt aan de rand van de Peizermade. Natuurmonumenten mikt op grootschalige natuurontwikkeling in het centrale deel. De landbouwpercelen op de flanken van het beekdal worden verschraald en de grondwaterstand wordt waar mogelijk verhoogd.
Met de landinrichting zal in het centrale deel van de Peizermade een natuurreservaat van ongeveer 1500 hectare worden gecreëerd. De meeste stukjes bos in het gebied zijn door Staatsbosbeheer overgedragen aan Natuurmonumenten. Verschraling van het land leidt tot een wat ruigere vegetatie. Door het weghalen van zandkades in het Peizerdiep en het opnieuw aansluiten van het oude Eelderdiepje wordt de waterstructuur deels in de oude toestand teruggebracht.
Vanuit de boerderij aan de Westerhorn in Eelde wordt het gebied extensief begraasd door Limousin-koeien. Dit is een vorm van natuurbeheer door biologische landbouw die in de toekomst wordt uitgebreid. Natuurmonumenten heeft inmiddels een tweede boerderij bij de Madijk aangekocht en in erfpacht uitgegeven aan de maatschap Cor Buist, die ook die aan de Westerhorn exploiteert. In de toekomst kan bovendien in delen van het gebied de waterstand nog verder omhoog. Zo zal een wat meer besloten moeraslandschap met elzen- en wilgenbosjes ontstaan.

Stad en groen

De natuurontwikkeling in de Peizermade staat niet op zichzelf; vanuit Groningen en Eelderwolde rukt de stad op. Tot aan het omgelegde Eelderdiep zullen woningen worden gebouwd. De partijen die zich bezighouden met de inrichting van het gebied, streven naar integratie van natuur en stadsontwikkeling. Het in elkaar schuiven van stad en groen leidt tot aandacht voor de vormgeving van de stadsrand. Het is de bedoeling dat de overgang van stedelijk naar groen geleidelijk verloopt. De voor de randzone typische functies als suburbaan wonen, infrastructuur en een transferium worden daarom ingepast in het landschap. De boerderij aan de Madijk zal dienst doen als ‘poort’ voor het natuurgebied, met, net als de Westerhorn, mogelijk een educatieve functie.
Recreatie speelt een steeds grotere rol in het buitengebied. Door de Peizermade worden fiets- en wandelroutes aangelegd en er worden excursies georganiseerd. Het platteland dient al lang niet meer voor de voeding van de stedeling, maar voor zijn vermaak. Zo laat ook in de inrichting van ons buitengebied de entertainment economy zijn sporen na. Langzaam ontstaat een nieuw productielandschap, waar geen graan, vlees of melk, maar ecotoerisme wordt geproduceerd.

De auteur is architectuurhistoricus en freelance tekstschrijver.

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50