De stedentocht: Dokkum

Twee mannen met sporttassen vragen twee eenpersoonskamers met televisie. Een gitaar kermt bij een liedje over ‘dynamite’.

TEKST
Wouter Hoogland

Lioba ging ook mee in het gevolg van Bonifatius. Toen B. 74 jaar was, was zij 38. B. werd vermoord (dat vraag ik me nu af) op z’n 80-ste; L. was toen 44 jaar, zij is pas op haar 72-ste gestorven. Gelukkig maar.

Twee mannen met sporttassen vragen twee eenpersoonskamers met televisie. Een gitaar kermt bij een liedje over ‘dynamite’. Een grote blonde waardin legt uit, terwijl ze de ‘sporttassen’ naar de kamers brengt, dat op zolder nog wel een televisie staat, maar… De uitleg van ‘maar’ is niet meer te horen. De buschauffeur heeft me neuriënd naar Dokkum gesmeten, virtuoos door de duisternis, langs rotondes over woonerven en verkeersdrempels.

Ik zit in de consequent romantisch ingerichte cafézaal van het hotel. Schaars verlicht en hakkende muziek op de voorgrond. Aan de bar zit een man voorovergebogen zijn krant of borrel te lezen. Indachtig Bonifatius heb ik een Engelse whisky besteld; omdat ze die niet hebben, ingeruild voor Ierse. Iona, in de Ierse zee, was ook niet onbelangrijk voor onze kerstening. De kaars en mijn bril geven een heldere schaduw op de enveloppe met informatie over Dokkum. Ik krijg een beetje de hoogte, ik zal gaan eten. Hilversum drie heeft nog wat liedjes gehakd en is nu weer bij een kermende gitaar. Ik ben met het openbaar vervoer gegaan, vind het niet verantwoord om de Chang Yang ’s nachts onbeheerd op straat te laten staan. John vindt dat onzin; volgens hem krijgt niemand het ding gestart en niemand wil hem hebben, zegt hij; toch ben ik bang dat ze iets zullen doen. John vindt het belachelijk, zo zijn ze hier niet, zegt hij. Maar dat dacht Bonifatius ook.

Mijn schoenen zijn te elegant voor de tijd van het jaar. Omdat m’n kous op de hak kapot is, heb ik er sokken onder aan. Toch zijn m’n voeten koud na de wandeling en kies ik de plaats bij de gasopenhaard. Naast de restaurantzaal zegt een stem: ‘Goed mensen, we zijn allemaal aanwezig’, daarna wat gemurmel, dan: ‘… de prijzen murmel murmel, de kaarten zijn geschud, dat wist u al, murmel murmel’. Ik kies als voorgerecht St. Jacobs mosselen met kardinaalssaus. Zonder evangelisatie hadden we dat niet gehad. Als hoofdgerecht wil ik forel, de Normandische, schuin tegenover Wessex. Ik herroep mijn voorgerecht, het geheel wordt te vissig en verander het in champignons in bierbeslag. Bier associeer ik met monniken, monniken met kloosters en kloosters met Benedictijnen. Dus het kan ook. Er worden hoeveelheden geserveerd waar ik een week genoeg aan heb. Tactvol vraagt de bediening niet of het smaakt maar of het voldoende is. Op de groenteschotel ligt onder meer goudgele koolraap. Vlak na de oorlog serveerde mijn moeder koolraap en noemde het boterknolletjes. Ze hoopte dat we het dan wel zouden eten. Met een vriend heb ik de elfstedentocht gereden. Hier, naast dit hotel, hebben we in een file gestaan, met een jeepje. De originele Willy’s bestaan niet meer, vertelde hij, ze zijn na de oorlog gedemonteerd en uit de goede onderdelen zijn weer ‘nieuwe’ gemaakt. Een efficiënte serveerster debrasseert, ze ruikt naar Maya-poeder. In 1100 verzette de kerk zich tegen het steeds meer bij vrouwen in zwang komen van het losdragen van het haar en het gebruik van parfum. Dat appelleerde aan bedgeneugtes. Nu kunnen we dat min of meer aan. Zouden we toch vooruit gaan. ‘Maya’ heeft een vreemde lach, ze praat met een Duitse gast. Gast, reiziger; eeuwenlang is dit iets opwindends en nog steeds is dat gevoel terug te vinden. Reizen moet je dan alleen doen, zonder auto en zaktelefoon en de televisie niet aanzetten. Het hotel waar ik dineer, heeft sinds 1880 reizigers ontvangen en eeuwen daarvoor waarschijnlijk op dezelfde plaats andere hotels voor haar. Altijd trokken wij naar steden, voordat het steden waren kwamen wij daar, omdat we daar om een of andere reden heen trokken. Steden zijn een menselijke schepping, op een gunstige natuurlijke plaats. Ze hebben grote aantrekkingskracht; gevaarlijk en ontroerend. Dokkum heeft dat ook nog steeds. De eerste reizigers in Dokkum die we kennen, waren Bonifatius, Lioba en hun gevolg. Maar zij waren niet de eerste. Dokkum was al iets, daarom ging Bonifatius ernaartoe. Een prachtig stadje, mooi bestraat, mooi verlicht, geen rolluiken en fietsers met achterlicht. Ik wil hier een pied à terre hebben.

Het is een frisse waterige winternacht, ik ben terug in mijn hotel en heb een pul bier meegenomen. Niet omdat ik het lekker vind maar het staat zo laatmiddeleeuws. Mijn kamer kijkt uit op het Friese Elfsteden-keerpunt. De stille gracht weerspiegelt verlichte ramen zonder gordijnen. Ik trek de vitrage met rail van de muur en ga naar bed. Uit m’n wekkerradio komt vroegmiddeleeuwse zang van Brecht. De Friezen zijn harde barbaren gebleven. B. heeft hier maar kort kunnen werken. Van de radiator geeft alleen de aanvoer warmte. Het is niet echt koud maar ik ben een kleum. Ik heb m’n trui over m’n pyjama gedaan, sokken en handschoenen aan, een das om en daarna toch elk uur wakker.

Het is een frisse waterige wintermorgen. De ontbijtzaal is romantisch ingericht, ik vraag of mijn kaarsje aan mag. De ‘sporttassen’ zijn er ook, ze roken en spreken Engels. De grote waardin lacht net als ‘Maya’. Misschien doen ze dat hier, bij echte buitenlanders.

Op het bolwerk kom ik een minuscuul hondje tegen dat me uitbundig begroet. De bazin van het hondje begint in het Deens, wat vermoedelijk Fries is, opgewekt te vertellen. Ik roep op z’n hoog Haarlemmerdijks af en toe wat, maar het mag niet baten, ze blijft voor mij onverstaanbaar doorpraten. Tot de slotzin, die versta ik, ‘sa geat dot’. Maar wat ‘sa geat’ zal ik nooit weten. Er hangen zware regenwolken in een heldere ochtendschemer. Als de zon net boven de huizen komt, verdwijnen ze. Het stadje staat vol kerken, horecabedrijven en winkels, ligt vol grachten en wordt langzaam wakker.

De duurste huizen in Dokkum langs de grachten brengen, als ze authentiek zijn, er prima uitzien, garage en tuin hebben, ongeveer vijf ton op. Uitgaande van mijn stelling dat de prijs van een woning bepaald wordt door wat de top van de doelgroep die daar wil wonen kan lenen, betekent dit dat je met de huidige rentestand met een bruto inkomen van honderdvijfentwintigduizend gulden, spekkoper bent.

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
vanaf €37,50