Langs het Dokkumer Grootdiep
Addo van der Eijk
Landschapsarchitect Lindemans van het Design en
Adviesburo DNA schreef een visie over het landschap langs het
Dokkumer Grootdiep. Turend over het weidse stroomdal zegt hij:
'Je moet denken vanuit het landschap. Het landschap bepaalt het
kader voor nieuwe recreatieve projecten, natuurontwikkeling en
landbouwkundig gebruik.'
De auteur is freelance journalist.
Voorjaar 1996 klopte de gemeente Dongeradeel aan bij landschapsarchitect Lindemans. De gemeente zat met een probleem. Recreatieve plannen voor het Dokkumer Grootdiep lagen op stapel maar de vraag was: zijn de ingrepen goed of slecht voor het landschap? Lindemans kreeg deze vraag voorgeschoteld, bedacht een aanpak en ging aan de slag. Het resultaat is het rapport Ontwikkelingsmogelijkheden langs Dokkumer Grootdiep, een boekwerk met de geschiedenis, de waardering van het landschap, een landschapsplan en tientallen voorstellen en beleidsconsequenties.
Stadsrand Dokkum
We besluiten om de resultaten van het onderzoek in het veld te
bekijken. Op weg naar Dokkum vertelt Lindemans over de aanleiding
van het onderzoek: 'Er komen stromen vakantiegangers naar
Friesland; voor de watersport, voor de natuur, om naar de
waddeneilanden te gaan. De gemeente Dongeradeel wil dat de regio
hiervan profiteert. Door een beter toeristisch-recreatief product
zal de werkgelegenheid groeien.' Het onderzoek beslaat de oude
rivierbedding tussen Dokkum en het Lauwersmeer. We starten in
Dokkum. Langzaam rijden we langs de grachten. 'Hier lagen rond
1600 grote oorlogsschepen, van die driemasters', vertelt
Lindemans. 'Het Grootdiep was toen een zeearm waarin de
Lauwerszee bij storm vrij spel had. Vloed kwam tot in de stad.'
Nu hebben de zeeschepen plaatsgemaakt voor kleinere zeilboten,
kano's, kajaks en waterfietsen. Daar de grachten constant vol
liggen, wil de gemeente een extra passantenhaven aanleggen.
'Behalve voldoende ligplaatsen misschien ook een hotel waar je
een boot te water kunt laten. Recreanten kunnen dan aanleggen
voor de nacht en zo naar het centrum lopen. Als de oevers van het
Diep maar groen blijven, dan is er in de stadsrand veel
mogelijk', aldus Lindemans.
Drie kwaliteiten
Na de brug bij Dokkum begint het Grootdiep te meanderen. Langs de
lage oever wuift een rietkraag. 'Elk landschap heeft zijn eigen
structuur. Het Grootdiep bestaat onder meer uit het stroomdal dat
wordt doorbroken door oeverbindingen. Als je wilt kijken wat deze
structuur aan mogelijkheden heeft, dan moet je eerst de betekenis
en de waardering daarvan onderzoeken', zegt Lindemans. Het
bepalen van de waarde van het landschap is bijna altijd
subjectief. Lindemans ging op zoek naar een objectieve
waardering. Hij vond een methodiek waarbij de waarde van het
landschap een optelsom is van de visueel ruimtelijke kwaliteit,
de cultuurhistorische kwaliteit en de biologische kwaliteit. 'Met
deze methodiek is het mogelijk om aan de landschappelijke
kwaliteit een cijfer te koppelen', vertelt Lindemans. 'Een
landschap bestaat uit elementen die een bijdrage leveren aan de
kwaliteit. Voor de visueel ruimtelijke kwaliteit is vooral de
openheid een belangrijke factor. De landbouw zorgt er al eeuwen
voor dat je ver kunt kijken. De stad Dokkum, de nieuwe stadsrand
en de steenfabriek zijn bepalende elementen voor de
cultuurhistorische kwaliteit. Daarnaast vertellen diverse
landschapselementen een verhaal over de strijd tegen het water.
Neem de oude dijken en de sluizen. De biologische kwaliteit wordt
bepaald door elementen als bloemrijke hooilanden,
weidevogelreservaten en natuurlijke oevers.' Lindemans heeft een
lijst opgesteld van elementen die een bijdrage leveren aan de
structuur van het Dokkumer Grootdiep. Het waarderen van het
landschap gaat als volgt: komt een element voor, dan krijgt het
een punt; zo niet, dan geen punt. Alle elementen zijn evenveel
waard. Voor de totale landschappelijke kwaliteit telt Lindemans
de afzonderlijke elementen op. Als bonus kan het gebied een punt
extra krijgen. Lindemans: 'Kijk maar eens rond. Vlak na de
stadsrand wisselt de kwaliteit sterk. Het landschap heeft weinig
details. Door onder meer de oude kleidijken en een fraaie
boerderij is de cultuurhistorische kwaliteit drie punten. De
visueel ruimtelijke kwaliteit is twee punten, niet drie, want je
kunt niet overal rondkijken. De biologische kwaliteit is één
punt. Het gebied heeft echter wel potenties. Aan de overkant zou
je een prachtig natuurgebied kunnen creëren. Voor de totale
kwaliteit, dus de optelsom van de drie kwaliteiten, kom ik hier
op zes punten. Het gebied waar we net doorheen reden, de stad
Dokkum, krijgt het maximum aantal punten, namelijk tien. Dus alle
drie de kwaliteiten drie punten en een extra bonuspunt omdat het
een beschermd stadsgezicht is.'
Gaafheid van het landschap
Even later rijden we op de noordelijke oever, de Harddraversdijk.
De grote pijp van de steenfabriek is in de verte zichtbaar.
Lindemans: 'Naarmate we dichter bij het Lauwersmeer komen, wordt
het gebied weidser. Ook biologisch is het interessanter. De
totale kwaliteit is goed, namelijk acht.' Ik vraag wat deze
cijfers nu in de praktijk betekenen. Lindemans: 'De waardering
kan gebruikt worden als toetsing en indicatie. Voor het onderzoek
heb ik de waardering getoetst aan de mogelijke ontwikkelingen in
het gebied. De uitkomsten zijn vastgelegd in een landschapsplan.
De gemeente kan de waardering gebruiken voor het beoordelen van
nieuwe plannen. Is de waardering hoog, dan kan voor een nieuw
plan een terreininrichtingsplan worden geëist. Bij de hoogste
waardering kunnen compenserende maatregelen ter bescherming van
het landschap van toepassing zijn. Neem de percelen voor de
steenfabriek. Deze zijn van cultuurhistorisch belang. Voor het
maken van bakstenen werd vroeger de zware, kalkloze klei uit deze
percelen verwijderd (afgeticheld). Als je goed kijkt, zie je dat
de afgetichelde percelen lager liggen dan hun omgeving. Ga je
hier bouwen, dan tast je de gaafheid van het landschap aan.
Besluit je toch om te bouwen, neem dan elders in het gebied
compenserende maatregelen.' De steenfabriek daarentegen biedt
volgens Lindemans legio mogelijkheden voor recreatieve
activiteiten. Momenteel ligt het industrieel monument er
vervallen bij. 'Uit de waardering komt naar voren dat je grote
recreatieve projecten het beste kunt concentreren op één plek,
bijvoorbeeld in de stadsrand van Dokkum of bij de steenfabriek.
Je moet uitgaan van de gebouwen die er staan. De droogschuren kun
je ombouwen tot vergaderfaciliteiten. Van de woningen maak je
verblijfsruimten. En creëer hier een klein streekmuseum. Door
recreatie help je dan het instandhouden van de steenfabriek',
legt Lindemans uit. Na het dorp Steenvak wordt het dal breder.
Het Diep begint steeds sterker te slingeren. De noordoever met
het fietspad is hoog, steil en beschoeid. De andere oever is
natuurlijk. 'In het landschapsplan geef ik elke oever een andere
functie', zegt Lindemans. 'Recreatie aan de noordoever,
natuurontwikkeling aan de zuidoever. Zo kan natuur en recreatie
hand in hand samengaan. Maar dan maken ze een aanlegplaats aan de
zuidoever, midden in een vogelgebied. Dat is jammer. Maak een
aanlegplaats aan de noordoever en bouw er een trekkershut bij met
een parkeerplaats. Het is trouwens vreemd dat het Grootdiep niet
opgenomen is in de Ecologische Hoofdstructuur. Het Grootdiep is
zeer geschikt als natte verbindingszone.'
Niet te wild
De kleine dorpjes waar we doorheen rijden lenen zich volgens
Lindemans goed voor kleinschalige vormen van recreatie. Bed and
breakfast, of zoals we in Friesland zeggen Bed & Brochje, en
het verkopen van lokale producten: vele recreatieve projecten
zijn mogelijk, als het maar niet 'te wild' wordt. Het dorpje Ee
is volgens Lindemans een mooi voorbeeld: 'Ee is echt een
terpdorp. Kerk erop, huisjes eromheen. Heel mooi. Je vindt hier
een baksteenkerk en een vlasmuseum in de oude, beschermde
dorpskern, het enige museum in zijn soort in Nederland.' Een paar
kilometer voor de Dokkumer Nieuwe Zijlen splitst het Diep zich.
Bij de sluis komen de waterlopen weer samen. Tussen de waterlopen
ligt een eiland. Je kunt eromheen varen. 'Een kanorado', volgens
Lindemans. Hij pleit voor een camping op het eiland. Maar ook
hier geldt het credo 'niet te wild'. Het mag immers niet ten
koste gaan van de openheid. Getalsmatig wordt het gebied steeds
waardevoller. Ter hoogte van dorp Engwierum is de totale
kwaliteit negen punten. Lindemans: 'Landschappelijk is dit deel
zeer interessant. Het is uitgestrekt, met af en toe een
boerderij. Biologisch zijn het wiel bij de oude Zwemmer en het
bosje bij Kollumeroudzijl van belang. De sluis bij Dokkumer
Nieuwe Zijlen is een markant punt. Deze toegang naar de vroegere
Lauwerszee bevindt zich nog volledig in oude staat. Hij wordt
momenteel gebruikt als afwateringssluis.' Vanuit de lucht lijkt
het Lauwersmeer op een octopus. Door de status van Nationaal Park
komen vele recreatieve plannen van de grond. Lindemans vindt het
jammer dat de Friese kant nauwelijks meedoet. 'De gemeente wil
dat er bij de sluis enkele verblijfsmogelijkheden komen met wat
horeca. Dan kunnen de bezoekers aanleggen, wat flaneren en de
sluis bekijken. Ook een kleine expositieruimte over het grootste
waterwerk van Friesland is mogelijk. De spuisluis is dat zeker
waard.'
Het rapport ligt nu twee jaar op tafel. Volgens Lindemans is het verstandig dat bestuurders de beleidsaanbevelingen nog eens ter harte nemen. Vooral een goede samenwerking tussen de gemeenten Dongeradeel, Dantumadeel en Kollumerland is van groot belang voor de uitvoering. 'Het denken vanuit het landschap is nog niet ingebed. In de toekomst zullen ondernemers bij de gemeente aankloppen met nieuwe plannen. Hopelijk verliezen ze het landschap dan niet uit het oog.'