De kustboog van Texel, Vlieland en Terschelling
Jan Abrahamse
Al meer dan twintig jaar zat (historisch)geografisch Nederland te wachten op het omvangrijke werk van Henk Schoorl over de convexe kustboog tussen het Marsdiep en het Vlie. Archiefspeurder Schoorl heeft onnoemelijk veel gegevens en kaarten hierover verzameld. Helaas heeft hij de publicatie van zijn boeken niet mogen meemaken. Hij overleed in 1997 op 77-jarige leeftijd. Dat de vier kloeke boekwerken inmiddels zijn verschenen, is te danken aan de niet aflatende inzet van geograaf Jan T. Bremer en historicus Herman Th.M. Lambooij. In een recordtempo zijn in anderhalf jaar tijd manuscripten, aantekeningen, concepten en kaarten bewerkt en geredigeerd en prachtig uitgegeven door uitgeverij Pirola in Schoorl.
Van jongs af aan is Henk Schoorl geïnteresseerd in de eigen omgeving. Jan Bremer: 'Hij was gefascineerd door de duinen en de kust. Dat was hem met de paplepel ingegeven door zijn vader, die onderwijzer was op een christelijke school in Den Helder. Voor de oorlog heeft hij de kweekschool doorlopen, maar hij heeft het vak schoolmeester nauwelijks beoefend. Wel heeft hij gevaren en werd hij later boekhouder bij een bollenfirma in Hillegom. In 1972 werd hij secretaris van de Archeologisch Werkgemeenschap Nederland. Voor zijn historisch-geografisch onderzoek heeft hij jaren doorgebracht op het Algemeen Rijksarchief te Haarlem. Hij kreeg terecht een eredoctoraat aan de Universiteit van Amsterdam.'
Fascinatie voor de kust
'Vanaf het begin heeft de kust hem gefascineerd. Wat hem
intrigeerde was de vraag waarom de kustboog bij Den Helder naar
buiten loopt, convex noemt men dat, en waarom hij bij
Terschelling naar binnen buigt,' vertelt Jan Bremer. Schoorl
wilde met de convexe kustboog aantonen dat de uitbuigende
kustlijn bij Texel, Vlieland en Terschelling allesbepalend is
voor de wordingsgeschiedenis van dit gebied. Deze eilanden hebben
veel meer weerstand tegen de zee geboden dan elders, waar de
kustlijn met een lichte boog naar binnen loopt.
Twee vloedstromen
In de Noordzee stroomt een vloedstroom vanuit het zuiden
en deze bereikt de Waddenzee het eerst via het Marsdiep tussen
Den Helder en Texel. Een tweede vloedstroom komt met een boog
vanaf Schotland, bereikt de Nederlandse kust ter hoogte van de
zuidpunt van Texel en stroomt ook daar het Marsdiep in. Het
samenspel van deze vloedbewegingen in het Marsdiep en het
verdwijnen van het voormalige eiland Huisduinen heeft
consequenties gehad voor het kustverloop van de aangrenzende
waddeneilanden en het verdwijnen van het dorp West-Vlieland.
Waarschijnlijk is de Zuiderhaaks van pleistocene oorsprong. Ook
ten noordwesten van Texel en Vlieland vormt de zeebodem een groot
pleistoceen complex. Dit in de ijstijd gevormde gebied is
gedeeltelijk weggeslagen door de zuidwestelijke stroming. Het
onderzoek naar het verdwijnen van dit gebied en het afvlakken van
de convexe kustboog (Texel, Vlieland, Terschelling) vormt de
basis van de boeken van Schoorl.
West-Vlieland
Dat het gebied tussen Texel en Vlieland onrustig is, mag
blijken uit het verdwijnen van West-Vlieland, een aanzienlijke
nederzetting die destijds aan de westkant van Vlieland lag.
Herman Lambooij: 'In deel 3 van de Convexe Kustboog, over
Vlieland, wordt dit indrukwekkend beschreven. Het dorp lag ten
noorden van de huidige Meeuwenduinen en daarmee lag het te veel
naar buiten en is het weggeslagen.' Die erosie is zeer snel
gegaan. Rond 1700 beukten de eerste stormen op het plaatsje en in
1739 is alles verdwenen.
Schoorl heeft nauwkeurige reconstructies gemaakt van de eilanden
Vlieland en Eijerland. Het zeegat tussen die eilanden is in 1694
gelood. De lodingen zijn verricht op een raai van de uitkijkmast
van het Eijerlandse huis naar de kerktoren van West-Vlieland. Het
diepste gedeelte lag toen langs de Vlielander kust. In 1722 is
het weer gelood en toen lag het diepste deel bij Eijerland. Het
zeegat is dus naar het zuiden getrokken. De naam verandert dan
ook van Vlielander Gat in Eijerlandse Gat. In het Westnederlandse
kustgebied verplaatsen alle zeegaten zich zuidwaarts, doordat de
vloed uit het zuidwesten het gat indraait, waardoor landaanwinst
aan de noordkant van het zeegat plaatsvindt en afslag aan de
zuidkant. In dezelfde tijd dat West-Vlieland weg wordt gelagen,
wordt Eijerland kleiner en gaat de Vliehors groeien. Van het dorp
is nooit iets teruggevonden. De laatste huisjes zijn gesloopt en
weer gebruikt voor huisjes op Oudeschild.
Enorme documentatie
'Henk Schoorl was een man die wekenlang achter elkaar op
een blik biscuit kon leven en de deur niet uitkwam,' vertelt
Herman Lambooij. 'Hij verdiept zich zo in de materie dat hij zich
soms verliest in details en de grote lijn kwijtraakt.
Het charmante van de reeks publicaties is dat hij twee polen van
zijn beschouwing bij elkaar brengt: het geologische aspect en de
lotgevallen van de mensen die daar wonen.'
Je kunt ook zeggen dat juist die twee dingen weinig met elkaar te
maken hebben. De theorie over de convexe kustboog en de
historisch geografische visie en onderzoek vormen de sterkste
kanten van de vier boeken. Jan Bremer: 'In zekere zin is dat zo,
maar er ligt wel een stuk documentatie die zijn weerga niet kent.'
Toen Henk Schoorl overleden was bracht zijn zoon al het
materiaal bij Jan Bremer. 'Schoorl had een paar honderd kaarten
gemaakt en daarnaast werden zestig verhuisdozen met materiaal
afgeleverd', vertelt Bremer. 'Na een grote schifting hebben
Herman en ik praktisch alles gebruikt voor de vier delen.
Het materiaal was nauwelijks gesorteerd. Het eerste deel over het
westelijk waddengebied en het eiland Texel tot 1550 was zo goed
als klaar. Van de andere delen moest praktisch alles uitgezocht
worden.' Deel 2 behandeld het westelijk waddengebied en Texel
vanaf 1550, deel 3 gaat over Vlieland en deel 4 over Terschelling.
Lambooij: 'Voor Vlieland hebben we veel hulp gehad van Bert
Huiskes, van het Tromp's Huys en voor Terschelling is de inzet
van Noorderbreedte-redacteur Meindert Schroor erg groot geweest,
met behulp van Kerst Huisman, Paul Noomen en Albert Oost.'
Jan Bremer: 'In deze vier delen staan zaken die nog nooit
voordien gepubliceerd zijn; het zijn geweldige naslagwerken.'
Herman Lambooij: 'Schoorl ging alles zelf onderzoeken; hij nam
een gevestigde theorie niet als vanzelfsprekend aan.'
De vier boeken van de Convexe Kustboog zijn prachtig uitgegeven door uitgeverij Pirola te Schoorl, de oplage is 1500 en de prijs van de ruim geïllustreerde en gebonden boeken bedraagt 39,50 gulden per deel.
Over het deel over Terschelling volgt hierna een bijdrage van Meindert Schroor.